In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

6e zo dh jaar A – Vijandige gevoelens als een zwerm muggen  

6e zo dh jaar A – Vijandige gevoelens als een zwerm muggen     
                                                                                              Echt/St.Joost, 16-2-20

“Maar Ik zeg u: Al wie vertoornd is op zijn broeder,
zal strafbaar zijn voor het gerecht…” (Mt.5,22).

En moeilijke uitspraak. En dan gaat het nog om een broeder,
om iemand die tot je eigen familie of geloofsgemeenschap behoort.

Nog veel moeilijker wordt het wanneer wij volgende week
het vervolg van het evangelie horen waarin Jezus zelfs vraagt:
“Bemint uw vijanden”(Mt. 5,44).

Hoe moeten wij met deze moeilijke geboden omgaan.
Laten wij daarbij te rade gaan bij de grote denker Thomáš Halík. Hij schrijft:

Ten eerste:
Jezus ( ) verwacht niet van ons, dat wij van ‘het ene op het andere moment’,
snel en goedkoop, zijn veeleisende geboden vervullen;
meestal gaat het hierbij om ( ) een levenslang proces van ommekeer
dat op deze aarde nooit helemaal voltooid wordt.

En ten tweede:
het gaat helemaal niet over gevoelens;
daar hebben de geboden van Jezus geen betrekking op. ( )

Want wij hebben geen vijanden meer,
wanneer wij weigeren om ons vijandig te gedragen,
wanneer wij weigeren iemand als vijand te beschouwen
en wanneer wij weigeren in een vijandige relatie met hem stappen.

Vijandschap is (net als vriendschap) een wederzijdse relatie.
Als deze vijandschapsrelatie niet ontstaat
– en deze kan niet ontstaan als ik daar niet instap –
dan houdt de vijand op ‘objectief te bestaan’.

Vijandige gevoelens zijn nog geen vijandschap.
Gevoelens zijn als een zwerm muggen
die wij niet kunnen verjagen door onze wil.

Hoe ik met mijn gevoelens omga, is als het ware mijn ‘privéaangelegenheid’,
maar vriendschap en vijandschap zijn juist in wezen
geen zuivere privéaangelegenheid.

Voor vijandschap, net als voor vriendschap, heb je twee personen nodig,
een wederzijds willen.

Daarom heeft ieder van ons in zekere zin
het ontstaan, het bestaan en het beëindigen van een vijandschap in de hand.

Maar hoe zit dat dan met de gevoelens?
Thomáš Halík komt met het volgende advies:

Met gevoelens van woede, agressiviteit en vijandschap kan ik omgaan
als met de ‘gedachten’ tijdens een meditatie.

Zij komen en gaan, ik voed ze echter niet, ik ontwikkel ze niet,
maar ik probeer ze ook niet krampachtig te onderdrukken en te verdringen,
ik leer ze neutraal, als van buitenaf, te observeren:

het is waar, ik heb (soms) deze gevoelens (…) maar ik ben die vijand niet.
Zij zijn als een lastig insect dat ik nog niet helemaal kon afschudden,
maar dat ik beslist niet van plan ben te voeden.

Want van één belangrijk feit moeten wij doordrongen zijn:

Ik moet niet proberen een uitnodigend onderdak te bieden aan een wespennest,
want daarmee zou ik vooral mezelf schaden

(Thomáš Halík, Ik wil dat jij bent. Over de God van liefde, Boekencentrum 20172, blz. 135 – 137,
Taalkundig aangepast aan spreektaal en voorzien van onderstrepingen door pastoor Kanke).