In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

Maria Tenhemelopneming – God in een uitzichtloze situatie

Maria Tenhemelopneming – God in een uitzichtloze situatie   
                                                                                              Echt/St.Joost 16-8-20

In een film over Maria zag ik een keer een heel geloofwaardige scene
uit het dagelijkse leven van Maria.
Maria zat naast haar moeder Anna en hielp haar,
om stukjes geitenkaas in bladeren te verpakken,
– zij hadden natuurlijk nog geen boterhampapier.

En terwijl de twee vrouwen ermee bezig waren, spraken ze over de toekomst,
tot dat Maria op een gegeven moment verzuchtte:
“Nazareth? Kan daar iets goeds vandaan komen?”

Eigenlijk is dit een uitspraak van de latere apostel Natanaël (Joh.1,46),
maar in de film is die Maria in de mond gelegd.
Ik denk dat dit kan, want ook Maria zal zo gedacht hebben.

Ook zij was zeker overtuigd van de onbeduidendheid van haar dorpje,
zo ver weg van het religieuze en politieke centrum Jeruzalem.
Ook zij zal de armoede en de uitzichtloosheid geproefd hebben
die op hun allen drukte.

“Kan daar iets goeds vandaan komen?”
Geeft zo’n uitspraak niet het gevoel weer van een zekere uitzichtloosheid?

Misschien heeft u ook af en toe zo’n gevoel.

Misschien bent u door het hele coronagedoe zo langzamerhand
mistroostig geworden,
of misschien geeft uw thuissituatie weinig uitzicht op positieve verandering,
misschien denkt u zelfs over uw hele leven in de trend van
“Kan daar nou iets goeds, iets nuttigs, iets blijvends vandaan komen?”

Denk dan aan Maria,
aan haar situatie in dat bijna Godvergeten gehucht Nazareth.
Juist daar maakte God een nieuw begin,
ja, dat gehucht werd zelfs het middelpunt van de wereld
en van de geschiedenis
toen Gods kracht Maria op die plaats overschaduwde.

Zo kan dit ook bij u zijn:

Zoals God in de uitzichtloze situatie van het gehucht Nazareth binnentrad,
zo kan Hij ook nu nog in elke uitzichtloze situatie binnentreden.

Wanneer Hij u vandaag in de heilige communie weer overschaduwt
met zijn goddelijke kracht, dan kunt ook u – of u het nu voelt of niet –
vol vertrouwen zeggen:

“Mijn hart prijst hoog de Heer.
Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder” (Lc.1,46b-47).