In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

Doop van de Heer B – Als einde van de Kersttijd 

Doop van de Heer B – Als einde van de Kersttijd              Echt/St.Joost, 10-1-21

De laatste tijd heb ik herhaaldelijke keren mogen ontdekken
met hoeveel wijsheid onze katholieke liturgie is samengesteld.
Elk feest en elke lezing valt op de juiste plaats.

Dat geldt ook voor het feest van vandaag, de Doop van de Heer.
Hoewel wij een enorme sprong in de tijd maken
van het kleine kind in de kribbe naar de volwassen Jezus van 30 jaar,
passen Kerstmis en Doop van de Heer uitstekend bij elkaar.

Want wat herdenken wij op de huidige feestdag?
Dat het doopsel een nieuwe betekenis kreeg, een nieuwe inhoud,
een kracht die ons voor altijd verandert.

Op het eerste gezicht ontving Jezus alleen maar het doopsel van Johannes,
dat een vroom uiterlijk teken was van een innerlijk verlangen naar reiniging.
Iets dat Jezus eigenlijk niet nodig had.

Maar dan komt de heilige Geest op Jezus neer
en horen de omstanders de stem van de Vader:
“Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen”.

En vanaf dat moment is een nieuw soort doopsel geboren.
Elke keer dat voortaan een mens wordt gedoopt
onder aanroeping van de drie goddelijke personen,
zegt de hemelse Vader weer:

“Gij zijt mijn zoon, gij zijt mijn dochter, mijn veelgeliefde;
in U heb ik welbehagen”

Laat dit geloofsfeit opnieuw tot u doordringen, blijf er opnieuw bij stil staan.
Ook al kunt u zich uw eigen doopsel niet herinneren,
dit overweldigende geloofsfeit – een veelgeliefd kind van God te zijn –
kan u ook nog gelukkig maken als u het pas later beseft.

Een voorbeeld:
Ik heb een hele goede jeugd gehad en hele lieve ouders
en ik heb dat eigenlijk ook altijd onbewust geweten,
maar het was pas een paar jaar voor haar overlijden
dat mijn moeder een keer expliciet tegen mij zei: “Jij was ook ons wenskind”.
Dat vond ik zo mooi.

Hoeveel mooier is het dan te weten, dat God tegen ieder van ons zegt:
“Gij zijt mijn zoon, gij zijt mijn dochter, mijn veelgeliefde”. Mijn wenskind.
Dat verandert onze hele kijk op God.
God is dan geen politieagent meer die erop uit is om ons op fouten te betrappen.
God is dan een hartstochtelijk liefhebbende Vader
die alleen maar het beste met ons voor heeft, ook al zien wij dat niet altijd.

God houdt immers niet alleen maar een beetje van ons,
maar Hij houdt net zo veel van ons als van zijn eigen Zoon.
Dat is onvoorstelbaar.

En wij hoeven niet veel meer te doen dan ons aan die Zoon te hechten
en Hem niet meer los te laten.

Zo schrijft het ook de evangelist Johannes:

“Aan allen (echter) die Hem wél aanvaarden,
aan hen die in zijn Naam geloven,
gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden” (Joh.1,12).

Komen wij nog even terug op het feit, dat de katholieke liturgie
het feest van de Doop van de Heer op het einde van de kersttijd plaatst.
Waarom passen Kerstmis en Doop van de Heer zo goed bij elkaar?

Omdat God kind werd opdat wij kinderen van God kunnen worden.