In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

8e zo dh jaar C – Opbouwende woorden

8e zo dh jaar C – Opbouwende woorden      Echt/St.Joost, 3-3-2019

Jaren geleden, toen mijn ouders hun zoveelste huwelijksdag vierden,
kwam ik op een idee waarvoor ik nog altijd dankbaar ben.

Omdat het standaardantwoord van mijn ouders bij elk feest was:
“Wij hoeven geen cadeaus, wij hebben alles wat wij nodig hebben”,
wilde ik iets origineels bedenken: een niet-materieel cadeau.

Een cadeau, waarmee ze gegarandeerd blij zouden zijn,
een cadeau, dat elke mens nodig heeft ongeacht zijn materiële welvaart:
Het cadeau van lieve, oprechte en dankbare woorden.

En zo ben ik gaan zitten
en heb een lange, meerdere bladzijden tellende brief geschreven
over alles, wat ik mij toen nog van mijn jeugd herinnerde
en waarvoor ik mijn ouders dankbaar was.

Over mijn lievelingsgerechten bv. die mijn moeder voor ons kookte,
over de boeken die ze ons kinderen voorlas,
maar ook, toen ik wat ouder was,
over het heel persoonlijke, dagelijkse koffiemoment dat ik met haar had
wanneer ik na school bij haar aan de keukentafel ging zitten.

Van mijn vader haalde ik herinneringen op
aan de momenten dat wij samen miniatuurvliegtuigjes bouwden,
of schilderden en knutselden
en natuurlijk ook aan die dag dat ik van hem
een echte boormachine cadeau kreeg.

Zoals gezegd, om het idee zo’n brief te schrijven, ben ik vandaag nog steeds blij.

Want de kracht van de woorden,
van goede, dankbare en opbouwende woorden,
had hun uitwerking niet gemist.
Mijn ouders waren diep ontroerd.

Ook de lezingen vandaag gaan over de kracht van menselijke woorden,
over de kracht van goede, maar helaas ook over die van slechte woorden.

Maar de lezingen voegen er nog een betekenis aan toe.
De lezingen hebben het niet alleen
over het effect van de woorden op anderen,
maar ook over hun zelf openbarende kracht.
Woorden laten namelijk zien met welke persoon je te maken hebt.

Wie heeft dat niet eens meegemaakt:
Daar zit je dan tegenover een onbekende persoon
bv. in het openbaar vervoer of in de wachtkamer van de dokter.
Je kijkt naar hem of haar en je hebt al meteen wat ideeën
wat voor persoon het dan wel is.

En dan kom je in gesprek en blijkt uit zijn of haar woorden
dat hij of zij heel anders is dan je eerst had gedacht.
“Aan de woorden van de mens erkent men zijn gezindheid” (Sir.27,6)
heette het in de eerste lezing.

En Jezus voegt er in een evangelie aan toe:
“Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over” (Lc.6,45c)

Laten wij daarom steeds opnieuw erbij stil staan
welke woorden wij gebruiken.
Want zij kunnen echt breken of opbouwen.

Zoals het antwoord van mijn moeder op de eerder vermelde brief
heel opbouwend voor mij was geweest.
Het was maar een kort antwoord, maar het gaf mij heel veel, toen ze zei:
“Je hoeft je niet te bedanken voor alles wat wij voor jou gedaan hebben,
je bent toch ons eerste …..wenskind geweest”.