In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

7e zo van Pasen C – Protomartelaar    

7e zo van Pasen C – Protomartelaar                           Echt/St.Joost, 2-6-19

In de wachtkamer van de tandarts blader ik graag in de automagazines.
Daar zag ik een tijdje geleden een prototype van een auto.
Dat is een auto dat nog niet in serie wordt gebouwd,
maar vaak wel het basismodel vormt voor de toekomstige auto’s van dat type.

“Proto” verwijst dus niet alleen op de eerste in een rij,
maar ook op het feit dat deze eerste elementen bezit
die als model gelden voor de navolgers.

In deze zin wordt ook de heilige Stefanus, van wie wij vandaag
het verhaal van zijn martelaarschap in de eerste lezing hoorden,
de protomartelaar genoemd.

Hij is niet alleen de eerste, die zijn leven gaf
in de oneindig lange rij van christelijke geloofsgetuigen,
maar zijn getuigenis kende ook verschillende elementen,
die bijna alle christelijke martelaren gemeenschappelijk hebben.

En deze elementen zijn :

  • de belijdenis van Christus of van het christelijk geloof
    in een situatie van direct of indirect gevaar,
  • de volharding in dit geloof
  • en het niet blijven volharden in haatgevoelens
    tegenover de vervolger.

Vooral het laatste – het niet haten van de vervolger –
lijkt mij bijzonder moeilijk te zijn.

Hoe veel christenen
die zich niet in zo’n situatie van leven en dood bevinden,
kunnen niet eens hun familieleden vergeven voor veel kleinere dingen!
Hoe veel christenen leven jarenlang in haat tegenover bepaalde personen!

Maar de martelaren volharden niet
in de misschien aanvankelijk opkomende haatgevoelens
tegen hun vervolgers.

De heilige Stefanus, die zelfs voor zijn vervolgers bad,
is daarin inderdaad het beroemde prototype.

Maar Paus Franciscus heeft op 22 april 2017
bij zijn bezoek aan de Basiliek van Sint Bartholomeus
een bijzonder hedendaagse voorbeeld eraan toegevoegd.
 
De paus zei:

“Vandaag wil ik nog een icoon toevoegen aan deze kerk.
Een vrouw. Ik weet niet hoe ze heet.
Maar ze kijkt naar ons vanuit de hemel.

Ik was op Lesbos, waar ik vluchtelingen ontmoette,
en ik trof een man van dertig met zijn drie kinderen.
Hij keek me aan en zei:
‘Vader, ik ben moslim. Mijn vrouw was christen.
Terroristen kwamen naar ons land,
ze zagen ons en vroegen naar onze religie.
Mijn vrouw droeg een crucifix en ze zeiden haar
die op de grond te gooien.
Zij deed dat niet en voor mijn ogen sneden ze haar keel door.
We hielden zoveel van elkaar!’

Dat is het icoon dat ik hier vandaag breng als een gift. […]
Deze man was niet haatdragend.
Hij, een moslim, met dit zware kruis om te dragen, ging door zonder haat.
Hij zocht zijn toevlucht in de liefde van zijn vrouw, die stierf als martelaar.”