In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

7e zo van Pasen B – Een speciale zending

7e zo van Pasen B – Een speciale zending            Echt/St.Joost, 16-5-21

Misschien kijkt u weleens misdaadfilms
of weet u op een andere manier iets af van de wereld van de politie.
Dan weet u ook dat agenten zich altijd moeten kunnen legitimeren
wanneer ze van hun bijzondere bevoegdheden gebruik willen maken.

Politieagenten treden immers niet op persoonlijke titel op,
maar als gevolmachtigde dienaren van de staat.
Zij hebben een zending en alleen daden,
die overeenkomen met die zending, zijn legaal.

Aan zo’n zending gaat een lange opleiding vooraf,
maar daarmee ben je er nog niet.
Al ben je nog zo goed en heb je alle examens gehaald,
pas door je beëdiging, door je officiële zending word je agent.

Ook voor priesters geldt ditzelfde principe.
Je treedt niet op persoonlijke titel op,
je bent een gezondene.
Je kunt je hele theologieopleiding voltooid hebben,
je kunt de beste cijfers gehaald hebben,
je bent daarmee nog lang geen priester.

Eerst wordt door de staf van je opleiding
een advies uitgebracht aan de bisschop of men je geschikt vindt.
De bisschop besluit dan of hij je gaat wijden of niet
en pas door zijn handenoplegging bij de priesterwijding
word je dan ook echt priester.

De bisschop heeft trouwens op zijn beurt
de wijdingsvolmacht ook door handoplegging gekregen
en de bisschoppen die hém gewijd hebben,
op hun beurt weer door voorafgaande bisschoppen.

En zo laat zich een ononderbroken reeks van handopleggingen,
van zendingen, terug vervolgen tot Jezus zelf.
Wij noemen dit met een moeilijk woord ‘de apostolische successie’.
Gezonden zijn hoort bij het wezen van de katholieke kerk.

Ja, het gaat zelfs nog verder.
Niet eens Jezus zelf trad op persoonlijke titel op.
Ook Hij zag zich altijd als een gezondene van de hemelse Vader.

Zo staat er vandaag in het evangelie
dat Jezus zich biddend tot zijn Vader wendt met de woorden:

Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld” (Joh.17,18).

En wie zijn degenen die in de wereld worden gezonden?
Het zijn de leerlingen, zoals de titel van de alinea al aangeeft.
De apostelen dus en daarmee de bisschoppen en de priesters
die hun opvolgen.

En onmiddellijk na deze uitspraak maakt Jezus een duidelijk verschil
tussen hen die op deze manier gezonden zijn en de andere gelovigen.

Hij zegt dan: “Niet alleen voor hen alleen bid Ik,
maar ook voor hen die door hun woord in Mij gelovigen” (Joh.17,20).

Dit is geen verschil in waardigheid of heiligheid
– o nee, menig gewone gelovige kan heiliger zijn dan een priester –
het is een verschil in zending.

Het priesterschap is een zending, die enerzijds bijzondere volmachten verleent
zoals de werkzaamheid van de sacramenten.

Want de sacramenten, vooral de eucharistie en de biecht,
zijn alleen geldig, als de reeds genoemde apostolische successie gewaarborgd is.

Maar het priesterschap is anderzijds ook een zending
die geen persoonlijke willekeur in de toediening van sacramenten toelaat
of in de uitleg van de officiële geloofsleer.

Kort gezegd:

Een priester is in het diepst van zijn wezen een gezondene
zoals ook Jezus zich altijd een gezondene wist van zijn hemelse Vader.