In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

7e zo dh jaar A – Schietoefeningen…

7e zo dh jaar A – Schietoefeningen                  Echt/St.Joost, 19-02-17 / 23-2-20

Toen ik met 18 jaar erover nadacht om priester te worden,
duurde dit beslissingsproces een paar maanden.

En zo gebeurde het, dat ik
– omdat ik nog geen inschrijving voor een priesteropleiding kon overleggen –
opgeroepen werd mijn militaire dienstplicht te vervullen.

Met mijn priesterideaal in het achterhoofd begon ik dus
aan de opleiding tot soldaat.
En daarbij hoorden natuurlijk ook schietoefeningen.

Ging het om een simpele schietschijf,
dan deed ik mijn best om goed raak schieten.

Moesten wij echter op een silhouet van een mens schieten,
dan deed ik moeite om netjes rondom de figuur te schieten
zonder die zelf te raken.
Ik wilde namelijk niet oefenen om op mensen te schieten.

Mijn theologische kennis, hoe dat nou zit met
              “Gij zult niet doden”(Mt. 5,21a)
         en “Bemint uw vijanden” (Mt.5,44a)
         en “Als iemand u op de rechterwang slaat,
               keer hem dan ook de andere toe” (vgl. Mt. 5,39),
was namelijk nog niet ver ontwikkeld.

Later leerde ik dat het belangrijkste onderscheid erin bestaat,
of je als privépersoon optreedt of verantwoordelijk bent voor anderen.

Aan de privépersoon houdt het huidige evangelie het hoge ideaal voor:

Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen … (Mt.5,44-45).

En zelfs: “Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht,
maar als iemand u op de rechterwang slaat,
keer hem dan ook de andere toe”(Mt.5,39).

Jezus zelf deed ons dit voor door zich niet te verdedigen
en Petrus op te roepen zijn zwaard terug te steken.

Dit is het hoge ideaal dat de liefde laat triomferen over de haat
en de escalatie van geweld al in de kiem smoort.

Ondanks dit hoge ideaal kent het christendom ook het recht op zelfverdediging.
Dit wordt afgeleid uit het hoofdgebod: Bemin uw naaste als uzelf.

De catechismus schrijft dan ook:

De liefde voor zichzelf is en blijft een grondbeginsel (van de zedelijkheid).
Het is dus geoorloofd zijn eigen recht op leven te laten eerbiedigen.
Wie zijn leven verdedigt, maakt zich niet schuldig aan moord,
zelfs als hij ertoe verplicht wordt om zijn aanvaller
een dodelijke slag toe te brengen.

Thomas van Aquino legt dit zo uit:

“De daad van zelfverdediging kan een dubbel gevolg hebben:
het ene is het behoud van zijn eigen leven, het andere de dood van de aanvaller.
Slechts het ene is gewild; het andere is dit niet” (zie CKK 2263)

Indien men om zich te verdedigen meer geweld gebruikt dan nodig is,
is dit niet toegestaan.
Maar als men geweld op een gepaste wijze afweert, is het toegestaan.
(CKK 2264)

Tot zover de aanbevelingen voor het individu.
Samenvattend kunnen we zeggen:

Het hoogste ideaal is het om geen weerstand te bieden,
maar zelfverdediging mag wel.

Wat het optreden namens anderen betreft zoals bij militairen en bij de politie,
maar ook als hoofd van een bedreigd gezin bv. ligt dit anders:

Daar schrijft de catechismus:
“Gewettigde zelfverdediging kan niet alleen een recht,
maar een zware plicht zijn voor iemand
die voor het leven van anderen verantwoordelijk is” (vgl. CKK 2265) .

Blijft alleen te hopen, dat wij niet in zo’n situatie terecht komen.
Daarom is het goed, geregeld om het behoud van de vrede te bidden. Amen.