In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

6e zo van Pasen C – Vademecum

6e zo van Pasen C – Vademecum                                    Echt/St.Joost, 26-5-2019

“Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug” (Joh.14,28a).

Jezus kondigt vandaag in het evangelie zijn hemelvaart aan  
en zijn wederkomst op het einde der tijden
en voor de tussentijd, de tijd waarin wij leven, de tijd van de kerk dus,
geeft Hij ons als het ware een handleiding mee.

Niet zo maar een handboek dat op de plank staat te verstoffen,
maar een echt vademecum, wat letterlijk betekent: “ga met mij mee”,
een wegbegeleider dus.

Wie nu gaat met de Kerk mee, met het volk van God dat onderweg is door de tijd?

“De Helper, de heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden,
Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb” (Joh.14,26).

Nu roepen mensen in de Kerk natuurlijk van alles
en lang niet alles is van de heilige Geest.

Niet voor niets waarschuwt ons de apostel Johannes:

“Vrienden, vertrouwt niet elke geest.
Onderzoekt de geesten, of ze wel van God komen, want onder hen
die tot de wereld zijn uitgegaan zijn veel valse profeten”(1 Joh.4,1).

Jezus verbindt dan ook aan de leiding door de heilige Geest,
bepaalde voorwaarden:

  1. Hij zegt:
    “Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden…. (Joh.14, 23a)

    Het begint dus met het willen doen wat Jezus zei,
    omdat wij Hem liefhebben.

  1. Vervolgens staat er dat de heilige Geest
    ons alles zal leren en in herinnering zal brengen wat Jezus gezegd heeft.
    (vgl. Joh.14,26).

Maar dat doet die niet als een soort tovenaar
die ons op slag een volmaakt inzicht geeft.

Ook de ooggetuigen uit de tijd van Jezus moesten bewust terugdenken
aan hun persoonlijke ontmoetingen met de Heer.
Waarschijnlijk zijn ze zelfs regelmatig bij elkaar gekomen
om over Jezus te spreken en hun herinneringen wederzijds aan te vullen.

Wat de een niet meer precies wist,
had bv. een ander van heel nabij meegemaakt
en kon zo de herinnering aanvullen.

Wij, die niet meer tot de ooggetuigen behoren,
moeten ons eveneens bewust voor ogen halen
wat Jezus gezegd en gedaan heeft.
Daarvoor hebben wij de Bijbel.

En misschien moeten ook wij vaker bij elkaar komen
om dat wat Jezus gezegd heeft te bespreken en in onderling verband te brengen.
Pas dan kan de heilige Geest zijn verlichtend werk doen.

  1. Maar als wij dit nu allemaal doen:
    Als wij de Heer liefhebben en willen doen wat Hij gezegd heeft,
    als wij ons verdiepen in zijn woord en in zijn daden,
    hoe weten wij dan dat het resultaat van God komt en niet van onszelf.
    Hoe weten wij dat wij onszelf niet voor de gek houden?

    Daarvoor dient het derde criterium dat Jezus ons aanreikt:
    zijn heel bijzondere, innerlijke vrede.

“Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u.
Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u.
Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden” (Joh.14,27).