- Parochie Echt - https://www.parochieecht.nl -

6e zo van Pasen A – Jij hebt nooit met mijn ogen gekeken

6e zo van Pasen A – Jij hebt nooit met mijn ogen gekeken        Echt, 17-05-20

Vanwege de maatregelen rond het coronavirus wordt deze preek van pastoor Kanke
per email verspreid en gepubliceerd op de website
www.parochieEcht.nl > Preken Jaar A

In de 80er jaren was er in de winkelstraat van Kerkrade een kloosterkapel,
waarin de hele dag eucharistische aanbidding was.
Wanneer ik toen als seminarist de stad inging, dan bracht ik vaak een bezoekje
aan die kapel om even te bidden.

Op een dag gebeurde het volgende.
Ik zat helemaal alleen vooraan in de kapel,
toen ik achter mij een vreemd geluid hoorde dat ik niet meteen thuis kon brengen.
Het leek op voetstappen met een bepaald bijgeluid.

Nieuwsgierig als ik was draaide ik mij om en zag een blinde man binnenkomen
met een grote herder als geleidehond. Ik was gefascineerd.
Een blinde die Jezus kwam aanbidden!

Talloze mensen die heel goed konden zien, haastten zich buiten de kapel
door de winkelstraat en zagen niet, dat de Heer in de hostie op hen wachtte
en deze blinde man zag het wel.

Dit is een prachtig voorbeeld voor de dubbele betekenis van het woord ‘zien’:
het zien met je lichamelijke ogen en het geestelijk zien met je hart.

Deze dubbele betekenis van het woord ‘zien’ komen wij ook vandaag
in het evangelie tegen wanneer Jezus aan zijn leerlingen voorspelt:

“Ik zal u niet verweesd achterlaten: Ik keer tot u terug.
Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer;
gij echter zult Mij zien, want ik leef en ook gij zult leven” (Joh.14,19).

Met de ‘wereld’ bedoelt de evangelist mensen
die alleen het materiele als de enige werkelijkheid zien;
mensen die niets anders aanvaarden dan wat tastbaar en meetbaar is.
En inderdaad, de tastbare Jezus is nu aan hun en onze ogen onttrokken.
Met de lichamelijke ogen kunnen ook wij hem niet meer zien.

Maar de leerlingen en hopelijk ook wij
houden een grotere werkelijkheid voor mogelijk.
Onze overtuiging is dat er naast de materiële werkelijkheid
ook een geestelijke werkelijkheid is.
Onze redeneringen brachten ons tot aan de rand van die geestelijke werkelijkheid
en toen durfden we de sprong van het geloof aan.

Maar zagen wij Jezus dan meteen op een geestelijke manier,
zagen wij Hem dan al met ons hart?
Het blijft altijd een groeiproces.

Wanneer Jezus ons vandaag op het einde van het evangelie belooft
dat Hij zich aan ons zal openbaren, dus dat Hij zich aan ons laat ‘zien’,
dan gaat er wel iets aan vooraf.

Luisteren wij naar zijn woorden:

“Wie mijn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft.
En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden;
ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbaren” (Joh.14,21).

Inderdaad, de liefde die meer is dan een vroom gevoel,
maar die zich concreet uit in het onderhouden van de geboden van Jezus,
die leidt ertoe dat wij Jezus geestelijk zullen zien.

Tot slot een anekdote:

In een kroeg zaten twee vrienden met elkaar te praten over hun vrouwen.
Zij hadden al behoorlijk wat op en de tongen werden losser.

Op een gegeven moment zei de een tegen de ander:
“Zeg, wat ik je altijd al heb willen vragen,
waarom heb je toch uitgerekend die vrouw van jou willen trouwen.
Had je geen betere kunnen vinden? Wat heb je in dat mens gezien?”

De ander was meteen nuchter, slikte een paar keer en zei toen zachtjes:
“Jij hebt nog nooit met mijn ogen naar haar gekeken”

Misschien is dit ook een antwoord als een keer ons geloof in Jezus
belachelijk wordt gemaakt:

“Jij hebt nog nooit met mijn ogen naar Hem gekeken”