In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

6e zo van Pasen B – De nieuwe puppy   

6e zo van Pasen B – De nieuwe puppy                           Echt/St.Joost, 9-5-21

Een jong stel dat ik ken, wil een hondje aanschaffen.
Het verheugt zich al weken erop, maar moet nog geduldig afwachten
totdat de pup het nest bij de moeder mag verlaten.
De puppy zal het in het begin toch al moeilijk genoeg hebben
zonder de liefde van de moeder en de andere puppy’s.

Daarom heeft ons stel in de dierenwinkel een nieuwigheidje gekocht:
een dierenknuffel die de hartslag van de moeder kan nabootsen.
Als onze puppy het dan ‘s nachts moeilijk heeft,
kan hij tegen die knuffel aankruipen.

Wat al voor hondenpuppy’s geldt, geldt nog meer voor ons mensen:
het is heel belangrijk, dat je als kind eerst liefde ervaart,
wil je later ook liefde kunnen geven.
Hier ligt een grote verantwoordelijkheid voor de ouders.

Natuurlijk is een mens een vrij wezen en bestaat er geen automatisme
in de zin van: goede jeugd – goed mens, slechte jeugd – slecht mens.
Maar de liefde die je wel of niet in je jeugd ervaren hebt,
kan je verdere leven wel begunstigen of juist bemoeilijken.

Als christen geloven wij, dat er gelukkig een nog diepere oorsprong is
van ons bestaan, een oorsprong die verder reikt dan onze ouders.
En deze oorsprong is God; een God die de liefde zelf is.
Juist vanuit dit besef kunnen wij ook op onze beurt anderen liefhebben.

Jezus doet ons dit voor, wanneer Hij zegt:
“Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad” (Joh.15,9).

En als een soort kettingreactie vraagt Hij dan iets verder op van ons:
“Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad” (Joh.15,12).

Dit liefdesgebod mogen wij niet zo maar zien
als een van vele verplichtingen in ons leven
waaraan wij moeten voldoen of wij dat nu leuk vinden of niet.
Het liefdesgebod van Jezus is heel iets anders dan het gebod van Vader Staat
om belasting te betalen of om ons aan de coronamaatregelen te houden.

Dit liefdesgebod lijkt eerder op een fontein,
waarin de bovenste schaal overloopt in de onderliggende.
Hoe meer wij stil blijven staan bij de liefde waarmee wij door God worden bemind,
hoe meer ook zelf die liefde willen uitdelen.

Dit is dan geen moeizame plichtsvervulling. Dit is dan iets vreugdevols.

Jezus zelf belooft het ons vandaag:

“Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn
en uw vreugde volkomen moge worden” (Joh.15,11).

 

Blijven wij steeds opnieuw stil staan bij de liefde waarmee God ons bemint.
Verinnerlijken wij die liefde
door bv. dagelijks met geloof de woorden van de apostel Johannes uit te spreken:

“Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!
Wij worden kinderen van God genoemd, en we zijn het ook”(1 Joh.3,1).

En, beste mensen, Gods Liefde is echt.
Zij is heel iets anders dan een dierenknuffel met een nephartslag. Amen.