Goed om te weten: Uitvaarten met 50 personen mogelijk in de kerk. Pastoor Kanke komt voor de ziekenzalving ook naar corona-patiënten!

5e zo van Pasen C – Nepmerken overal  

5e zo van Pasen C – Nepmerken overal                          Echt/St.Joost, 19-5-19

Wist u dat nepmerken, dus nagemaakte artikelen van een bekend merk,
het bedrijfsleven meer dan 450 miljard euro schade bezorgen?
Daarbij zijn de meest actuele cijfers die ik daarover op internet kon vinden,
al uit het jaar 2014. Dus waarschijnlijk is het nu nog erger.
                                        https://retailtrends.nl/news/37561/namaak-kost-merken-miljarden

Blijkbaar zag Jezus ook al het gevaar dat zijn topmerk, de liefde,
maar al te snel door nepmerken in gevaar gebracht zou worden.
Want wat noemen de mensen niet allemaal liefde!

Je kunt een ander gebruiken, misbruiken, kleineren, uitbuiten en zelfs doden,
en er zal altijd iemand zijn die dat ‘liefde’ noemt.

Daarom bakent Jezus zijn begrip van liefde af.
Hij zegt niet zomaar: “Gij moet elkaar liefhebben” ,
maar Hij voegt er uitdrukkelijk aan toe op welke manier:
zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben”(Joh.13,34).

Liefhebben zoals Jezus zelf, volmaakt liefhebben dus!
Dat is wat Jezus van ons vraagt. Dat is zijn maatstaf.

En terwijl wij ons dat realiseren, beseffen wij meteen,
dat wij dat nooit kunnen, dat die lat veel te hoog gelegd is.

Dan is het goed om op de context te letten,
op het moment waarop Jezus deze woorden sprak.

Hij sprak ze namelijk vlak na de voetwassing.
De voetwassing, waarbij zich onze Heer en Meester zo vernederd had,
dat Petrus verontwaardigd geroepen had:
“Nooit in der eeuwigheid  zult Gij mij de voeten wassen!” (Joh.13, 8a).

Het antwoord van Jezus is niet alleen aan Petrus gericht, maar aan ons allen.
En het helpt ons de veel te hoog gelegde lat van de volmaakte liefde,
van het liefhebben zoals Jezus, te accepteren.

Het antwoord van Jezus is tweeledig en luidt:
“Als gij u niet door Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn” (Joh.13, 8b).

“Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen
 tenzij de voeten…” (Joh.13, 10).

Paus Benedictus XVI heeft hierover eens in een preek gezegd:

“Het is wel duidelijk, dat het bad, dat ons definitief reinigt
en geen herhaling nodig heeft, het doopsel is
– het ingedoopt worden in de dood en de verrijzenis van Christus.
Dat verandert ons leven grondig en geeft ons als het ware een nieuwe identiteit,
mits wij die niet zoals Judas wegwerpen.

Maar ook als wij in deze nieuwe identiteit blijven, die ons het doopsel schenkt,
dan hebben wij voor de tafelgemeenschap met Jezus de ‘voetwassing‘ nodig.
Wat is de voetwassing?”

“Mij lijkt”, zegt de paus, “dat ons de eerste Johannesbrief de sleutel geeft,
om dit te begrijpen. Daar staat:

‘Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf
en woont de waarheid niet in ons.
Als wij onze zonden belijden, is Hij zo getrouw en genadig,
dat Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle kwaad’ (1 Joh.1, 8-9).

Wij hebben de belijdenis (van onze zonden) nodig,
zoals die zijn gestalte heeft gevonden in het sacrament van de verzoening.
Daarin wast ons de Heer altijd opnieuw onze vuile voeten
en mogen wij met Hem aan tafel zitten”. (Paus Benedictus XVI, preek 20.3.2008).

Samenvattend kunnen  wij dus zeggen:

Als wij menen, dat de lat van de volmaakte liefde die Jezus van ons vraagt,
te hoog ligt, dan mogen wij die lat niet naar beneden te halen.
Dan krijgen wij alleen een nepmerk dat zich liefde noemt.

Neen, de lat moet op die hoogte blijven liggen die Jezus bepaald heeft.
Maar Hij zelf wil ons omhoogtillen om die lat te bereiken.
Want daarvoor heeft Hij ons de sacramenten
van doopsel, biecht en eucharistie geschonken.