In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

5e zo dh jaar B – Een gedichtenbundel is niet voldoende

5e zo dh jaar B – Een gedichtenbundel is niet voldoende    Echt/St.Joost, 7-2-21

Stelt u zich eens een echtpaar voor dat een heel dik boek bezit
met de mooiste liefdesgedichten uit de hele wereldliteratuur.
Zo eens in de week nemen zij zich de tijd, gaan ze bij elkaar zitten
en lezen elkaar een van die gedichten voor.

Natuurlijk lezen ze zo’n gedicht niet zo maar voor, neen,
ze doen hun best om de ander ervan te overtuigen dat zij het ook echt menen.

Zou dat niet mooi zijn? En toch.
De meeste van u zijn ervaringsdeskundigen genoeg om te weten
dat dit niet genoeg is, dat dit nog niet persoonlijk genoeg is.

Zonder de persoonlijke uitwisseling van wat je bezig houdt:

je mooie momenten en je teleurstellingen,
je wensen en je angsten,
je irritaties óver de ander en je waardering vóór de ander

zonder al die persoonlijke momenten helpen ook
de mooiste liefdesgedichten niet.

De liturgie die wij elk weekend vieren lijkt een beetje op het voordragen
van de mooiste liefdesgedichten uit de wereldliteratuur.

Zij is zeker heel belangrijk, vooral als wij proberen
om ze ons echt eigen te maken, om ook te menen
wat wij zeggen of beamen.

Maar zonder die persoonlijke uitwisseling met God,
zonder je regelmatig gesprek met Hem waarin je

je mooie momenten en je teleurstellingen,
je wensen en je angsten,
ja zelfs je irritaties óver Hem,
maar ook je waardering vóór Hem uitspreekt,

is de weekendliturgie niet genoeg.

Jezus doet ons dit vandaag in het evangelie voor.

Hoewel Hij uit de synagoge komt, waarin Hij ongetwijfeld
ook aan de liturgische gebeden en gezangen heeft meegedaan,
neemt Hij zich toch nog de tijd
voor een persoonlijk gesprek met zijn hemelse Vader.

En opdat wij geen smoesje hebben door te zeggen
dat wij het te druk hebben en geen tijd voor persoonlijk gebed,
beklemtoont de evangelist Marcus dat het toen een bijzondere drukke dag was.

“Na zonsondergang” schrijft hij
–de tijd dus dat de mensen gingen eten en bijpraten-
moet Jezus halverwege van tafel opstaan
want heel de stad stroomde voor de deur samen.

“Velen die aan allerhande ziekten leden genas Hij
en Hij dreef tal van geesten uit”, staat er vervolgens (Mc.1,34).

Jezus maakt overuren.
Na afloop zal Hij uitgeput en moe geweest zijn.

En toch staat er:

“Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten
en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden”(Mc.1,35).

Zo belangrijk vond Jezus het gesprek met zijn hemelse Vader,
dat Hij zelfs zijn nachtrust opofferde.

Want ook Hij wist:
noch de mooiste gedichtenbundel noch de prachtigste liturgie
vervangen het persoonlijk gesprek.