Na het einde van de Kersttijd is nu de liturgische tijd door het jaar begonnen. > Preken, jaar B

4e zo vd Vasten C – Gods Love Story deel 3

4e zo vd Vasten C – Love Story. Een overweging voor de Veertigdagentijd              

deel 3  De juiste reactie van de mens op Gods Love Story                                                                                                                                                                                 (Lc.15, 1-3.11-32 De verloren zoon)

Wij hebben reeds nagedacht over de liefde van drie-ene God in zichzelf
en over de daaruit voortvloeiende liefde van God voor de mens.

Vandaag willen wij nadenken over de juiste reactie van de mens op Gods liefde.
En het gaat inderdaad altijd om een re-actie, want God neemt altijd het initiatief,
God is altijd de eerste. De mens antwoordt –als het goed is – hooguit op deze liefde.

Daarom schrijft de apostel Johannes:

Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad,
en Hij heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen
 (1 Joh.4,10).

Het evangelie van de verloren zoon laat ons zien,
dat er twee reacties van de mens op de onvoorstelbare liefde van God mogelijk zijn.
Voor deze twee soorten reacties staan de twee zonen uit het verhaal symbool
.

Wij vinden meestal de verloren zoon heel sympathiek en als het erom gaat,
om ons met een van de twee zonen te identificeren, dan zien wij ons bijna automatisch
in de rol van de verloren zoon die door de Vader liefdevol wordt ontvangen en verwend.
 
Niet dat de meesten van ons iets te binnen schiet dat even erg was als dat
wat de verloren zoon heeft gedaan.
Op dat punt zal onze identificatie in de meeste gevallen wel niet zo sterk zijn,
maar als het om de liefdevolle omhelzing door de hemelse Vader gaat,
dan zien wij ons graag in de rol van die verloren zoon.

En toch, klopt onze identificatie met de verloren zoon wel?
Of gaat het alleen maar om vrome fantasie die met de werkelijkheid weinig te maken heeft?

Als ik naga hoe weinig parochianen van het sacrament van de biecht gebruikmaken,
dan heb ik niet het idee dat er velen echt verlangen
naar die liefdevolle omarming door de hemelse Vader.

En hoe vaak hoor ik niet: ”Ik zou niet weten wat ik zou moeten biechten”.
Het gekke is alleen dat je dat bij heiligen nooit hoort.
Integendeel, hoe verder die groeien in hun volmaaktheid ,
hoe meer fouten en zonden zij bij zichzelf ontdekken.

Ook paus Franciscus heeft al meerdere keren openlijk beleden: “Ik ben een zondaar”.
En om elke uitvlucht te voorkomen voegde hij er meteen aan toe,
dat hij dit letterlijk bedoelde.
Maar de doorsnee gelovigen vinden dat het allemaal wel mee valt met henzelf.
Zij komen dan ook veel meer met de oudste zoon uit de parabel overeen
dan ze zelf in de gaten hebben.

Want ook de oudste zoon riep zelfverzekerd uit:
 “Nooit heb ik uw geboden overtreden” (Lc.15,29).

En zoals de oudste zoon zichzelf uitsloot van het feest,
zo sluiten zich de meeste gelovigen van die innerlijke vreugde uit
die juist het resultaat is voor iedereen
die net als de jongste zoon berouwvol tot de Vader gaat.

Daarbij bestaat zoiets als “zonder zonde zijn” op langere termijn helemaal niet.
De apostel Johannes is daar heel helder in:

Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons.
Als wij onze zonden belijden, is Hij zo getrouw en genadig, dat Hij onze zonden vergeeft
en ons reinigt van alle kwaad. Maar als wij zeggen dat wij geen zonde bedreven hebben,
maken wij Hem tot een leugenaar; dan woont zijn woord niet in ons (1Joh.1,8-10).

God wacht op ons als een arts met een wondermiddel.
Maar hoe velen van ons roepen nog altijd: “Ik ben niet ziek” !!

Daarbij is de enige juiste reactie op Gods oneindige liefde
dat wij toegeven dat wij verlossing nodig hebben
en dat wij God telkens weer heel concreet om vergeving vragen.