In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

4e zo van Pasen B – De poster van Roepingenzondag

 

 

Inleidingswoord Roepingenzondag

Hoewel er in de ruime zin van het woord
elke gelovige christen een roeping kan hebben,
worden wij vandaag op Roepingenzondag gevraagd
om te bidden voor de bijzondere roepingen
tot het priesterschap, het diaconaat en het religieuze leven.

En voordat wij dit doen wil ik, als iemand die reeds priester geworden is,
u oprecht danken.

Danken voor uw trouwe komst naar de kerk, juist in deze crisistijd.
Want daaruit blijkt dat uw verlangen
naar de sacramenten en naar het Woord van God groter is
dan alle ongemakken die u daarvoor op de koop toe moet nemen.

Dit verlangen van de gelovigen is enorm belangrijk.

Wij kunnen immers nog zo veel bidden voor roepingen,
als dit gebed niet gedragen wordt door een verlangen naar datgene,
dat door een priester bemiddeld wordt,
zal het weinig vruchtbaar zijn.

Hoe kan een jonge mens op het idee komen zijn leven in te zetten voor God,
als er geen vraag meer is naar God?

Ook op geestelijk gebied regelt dus de vraag het aanbod.

Of, zoals het iemand een keer omschreef:
Er zijn niet te weinig priesters,
er zijn eerder te weinig gelovigen die laten blijken een priester nodig te hebben.

Daarom dus hartelijk dank aan u, die u dit wel laat blijken.

Preek 4e zo van Pasen B – De poster van Roepingenzondag 

Het bisdom Roermond heeft met Roepingenzondag
een bijzondere poster uitgegeven.

Een jonge man staat in het middenpad van een lege kerk.
Aan zijn kleding – korte broek en rugzak met waterfles – is duidelijk te zien,
dat het niet om de gemiddelde kerkganger gaat,
maar eerder om een toerist, om een voorbijganger.

De kerk is leeg en hoog en door de drie hoge ramen voorin
schijnt een mysterieus licht dat de aandacht vraagt van de jonge man.

Boven op de poster de woorden: Wees niet bang, kom dichterbij.

Maar waarvoor zou je bang moeten zijn?
Voor een lege kerk?
Of voor een kerk die steeds leger wordt in onze dagen?

Weet je dan niet dat de kerk meer is dan de stoelen, de banken
en het hele gebouw.
Weet je dan niet dat de kerk zelfs meer is dan de bisschoppen en de priesters?

De kerk, dat is op de eerste plaats de gemeenschap van de gedoopten.
Het woord ‘kerk’ komt immers van het Griekse ‘Kyriakè’ (= ‘van de Heer’ zijn).
Allen die zich tot Christus als hun Heer bekennen, vormen dus de kerk.
Als je gedoopt bent, kun je eigenlijk nooit meer van de kerk spreken
als iets waarvan je zelf geen onderdeel bent.

Waarvoor zou je bang moeten zijn?
Voor het mysterieuze, ongrijpbare licht dat je aan God laat denken?

Natuurlijk kan dit goddelijk Licht ook in de donkere hoeken van je hart schijnen.
Ben je daarvoor bang?

Weet je dan niet dat sinds Jezus zichzelf het Licht der Wereld noemde (Joh.8,12)
dit goddelijk Licht vooral leven en vreugde betekent?
Als al een Philipslamp voor lichttherapie bij een najaarsdepressie kan helpen,
hoeveel te meer dan dit levende, goddelijke Licht dat de Liefde zelf is.

Wees niet bang, kom dichterbij!

Inderdaad, jouw belangrijkste stap bestaat in het dichterbij komen.
God, Geloof, Kerk – zij laten zich niet ervaren als buitenstaander,
als voorbijganger, als toerist. Zij zijn niet te ervaren bij sightseeing.

Blijf niet in het middenpad staan zoals de jonge man op de poster.
Ga zitten.

Neem je tijd tot stilte, tot meditatie. Laat de sfeer van een kerk op je inwerken.
Begin niet meteen met analyseren en redeneren. Dat komt later wel.
De schoonheid van een roos leer je immers ook ervaren door ernaar te kijken,
niet door een voor een haar blaadjes uit te trekken om die dan te bestuderen.

God, Geloof, Kerk – die moet je eerst ondergaan
voordat je begint te analyseren en te redeneren.

Het is net als zwemmen – dat leer je ook niet
door vanaf de rand van het zwembad naar een zwemmer te kijken.
Dat leer pas als je zelf ondergedompeld bent in het water.

Redeneren, analyseren – dat komt later wel.

Het hart kent bovendien redenen die het verstand niet kent,
zei eens een beroemde denker.
Vraag daarom aan God dat Hij je laat weten dat Hij er is.

Er zijn er vele mensen die werkelijk iets ervaren hebben
en die deze ontdekking met anderen willen delen.
Ik ben één van hen.

En als dit verlangen
om anderen iets van die vrede en vreugde mee te delen
steeds weer terugkeert,
dan noemen wij dat ‘roeping’.