In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

3e zo vd Vasten C – Gods Love Story deel 2

3e zo vd Vasten C – Gods Love Story. Een overweging voor de Veertigdagentijd              

deel 2  Gods Love Story met de mens                                                                                                                                                                                                                                 (Lc.13,1-9 Medelijden met de vijgenboom)

Vorige week hebben wij nagedacht over de liefde van drie-ene God in zichzelf.
De allerheiligste Drie-eenheid is volmaakt gelukkig in zichzelf.
Het enige wat – menselijkerwijs gesproken – nog ontbreekt aan Gods volmaaktheid
is het … onvolmaakte. Daarom schiep God het hele heelal.

En de kroon van zijn schepping is de mens, want die is in staat
Gods liefde te beantwoorden en aan de schepping een stem te verlenen.

Bij de schepping heeft de hemelse Vader zijn blik als het ware niet afgewend
van zijn veelgeliefde Zoon, maar Hem als model en doel van zijn hele schepping genomen.

Zo verwijst alle goedheid, waarheid en schoonheid in de schepping
uiteindelijk naar de volmaakte goedheid, waarheid en schoonheid van de Zoon.

Want in Hem is alles geschapen, in de hemelen en op de aarde,
het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten.
Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem.
Hij bestaat voor alles en alles bestaat in Hem (Kol 1,16 -17).

Er gaat een ononderbroken liefdesstroom van de Vader door de Zoon naar de hele schepping.

In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus,
naar het welbehagen van zijn wil. (Ef.1,5)

En niets kan deze liefdesstroom tegenhouden, ook niet de ergste zonden der wereld.
Zou een God, die van ons mensen vraagt onze vijanden lief te hebben (Mt.5,44),
zelf een lik-op-stuk-beleid voeren tegenover elke zondaar?

Daarom ruimt Jezus in het evangelie vandaag op met het oorzaak-en-gevolg-denken
van ons mensen, dat tot op de dag van vandaag wijd verspreid is.

In de tijd van Jezus werd vaak geredeneerd:
Als iemand een ziekte of ongeluk overkomt, dan zal hij of zij wel gezondigd hebben.

Vandaag zien wij een soortgelijke redenering terug, alleen wat positiever geformuleerd.
Hoe vaak hoor ik aan een ziekbed: “Dat heeft hij of zij toch niet verdiend”.
Men verzet zich dan weliswaar tegen iets negatiefs als morele oorzaak,
maar het oorzaak-en-gevolg-denken blijft overeind.
Als wij van een dierbare zeggen, dat heeft hij of zij iets niet verdiend heeft,
zeggen wij impliciet dat er andere mensen zijn die het wel verdiend hebben.

Jezus nu wijst het aanwijzen van een concrete zonde
als oorzaak voor een ongeluk of ziekte af.
Hij stelt dat elke mens zondig is en een gebroken natuur heeft
en dat je daarom bij niemand een concrete zonde als oorzaak mag aanwijzen,
vooral omdat dit leidt tot zelfgerechtigheid bij de geluksvogels.
Trouwens, wat zegt zo’n denken over ziekte of ongeluk als straf van God over ons Godsbeeld!  
Alsof God de hele dag niets anders te doen heeft dan straffen of beloningen uit te delen.

Natuurlijk, God vindt geen enkele zonde goed, geen enkele!
Dat zou zijn volmaakte rechtvaardigheid weerspreken.
Maar dat betekent nog niet dat Hij persoonlijk al die straffen uitdeelt.
Nee, elke zonde straft zichzelf, geen enkele zonde blijft zonder gevolgen.
Wij zijn zo geschapen dat wij niet eens kunnen zondigen
zonder tegen ons eigen wezen in te gaan.

Wie hoogmoedig is, betaalt zijn hoogmoed vaak met eenzaamheid.
Wie agressief is en gewelddadig, maakt vaak die relaties stuk die hem het dierbaarst zijn.
En zo zijn nog vele voorbeelden te geven.
Elke zonde heeft haar prijs en elke keer straft een mens zichzelf,
of men zich ervan bewust is of niet.

Maar God doet niets anders
dan iedereen met zijn hele wezen ononderbroken liefhebben.
En God hoopt, met groot geduld, dat wij vanzelf
uit het onbehagen over onze zonden opstaan.
Hij hoopt dat wij ons helemaal aan Hem toevertrouwen.
Hij hoopt dat wij Hem in vrijheid beminnen.

Als wij daartoe bereid zijn, vergeeft Hij ons ook alle zonden,
helpt Hij ons te herstellen wat wij stuk gemaakt hebben.

De apostel Johannes heeft dat prachtig verwoord:

Dit is de boodschap die wij van Hem (Christus) gehoord hebben en aan u doorgeven:
God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis. (…)
Als wij wandelen in het licht – zoals Hij zelf is in het licht –
dan hebben wij gemeenschap met elkaar
en het bloed van zijn Zoon Jezus reinigt ons van elke zonde. (1Joh.1,5.7)

Tot zover het tweede deel van onze overweging: Gods Love Story met de mens.

Maar hoe reageert de mens zelf erop. Wat is het juiste antwoord? Daarover gaat deel 3.