Na het einde van de Kersttijd is nu de liturgische tijd door het jaar begonnen. > Preken, jaar B

32e zo dh jaar C – “Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam!”

32e zo dh jaar C – “Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam!”
                                                                                     Echt/St.Joost, 10-11-2019

Elke zondag belijden wij in de geloofsbelijdenis:
“Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam!”

Een geloof dat helemaal in één lijn ligt met het prachtige geloofsgetuigenis
van de 7 Makkabeese broeders uit de eerste lezing
en vooral ook met alles wat Christus en de apostelen ons geleerd hebben.

En toch blijft de vraag: Hoe moet dat dan?
Na vele jaren zijn de resten van ons menselijk lichaam toch helemaal vergaan
en de materiële bestanddelen in andere substanties overgegaan.
Hoe kan dan een lichaam verrijzen?

De grote, heilige denker Thomas van Aquino,
heeft daarop een antwoord gevonden dat mij heel inzichtelijk lijkt.

Thomas gaat uit van de ervaring die ieder van ons maakt:
dat ons lichaam in de loop der jaren verandert.

Wij groeien in onze jonge jaren vooral in de lengte
en wanneer wij ouder worden, gaat het eerder in de breedte. (haha)

Ook bestaat ons lichaam uit zo’n 300 verschillende celtypen
die allemaal een andere levensduur hebben.
Sommige cellen leven slechts een aantal uren of 2 tot 3 dagen,
terwijl andere cellen 4 maanden of zelfs 8 tot 10 jaar leven.[1]

En ondanks al die veranderingen heeft niemand het gevoel
iemand anders te worden. Je eigen “ik”, je identiteit, blijft dezelfde.

Dit “ik”, dat wij ziel noemen, zorgt er dus al tijdens ons aardse leven voor,
dat de mens hetzelfde menselijke individu blijft,
ook al is niet alle materie die in het begin er was, nog aanwezig.

Thomas geeft verder als uitleg dat dit “ik”, je ziel, iets geestelijks is,
iets dat niet materieel is,
iets dat niet uit deeltjes bestaat die uit elkaar kunnen vallen.
Daarom kan de ziel niet sterven.

En zoals de ziel al tijdens ons aardse leven ervoor zorgt
dat ondanks alle veranderingen van ons lichaam
een en dezelfde individualiteit behouden blijft,
zo zorgt ze bij de verrijzenis van het lichaam ervoor
dat uit de materie weer een individueel lichaam ontstaat.

Volgens Thomas van Aquino is het daarbij niet noodzakelijk
dat alles wat op een gegeven ogenblik onze materie was,
bij de verrijzenis weer teruggegeven wordt.
Slechts zoveel materie is nodig
dat de ziel een volwassen lichaam kan oprichten.

Wij mogen ons dus onze overleden dierbaren voorstellen
zoals ze op het hoogtepunt van hun leven (rond de 30 jaar) waren
of zouden geweest zijn.

Weten wij nu precies hoe dat gaat met de verrijzenis van ons lichaam?

Neen, de gedachtegang van Thomas van Aquino is zeker zinvol
en kan troostrijk zijn,
maar wij mogen ook niet vergeten
dat het mysterie van het eeuwig leven al onze begrippen overstijgt.

Bescheidenheid in onze discussies met andersdenkenden is dus op zijn plaats.

[1] Zie: https://www.menselijklichaam.nl/cel/cellen/

________

Zie voor de hele preek ook:
http://www.elders.katholiekelsloo.nl/index.php?title=De_eschatologie_van_Sint-Thomas