- Parochie Echt - https://www.parochieecht.nl -

30e zondag dh jaar C – Overtuigd van eigen gerechtigheid 

30e zondag dh jaar C – Overtuigd van eigen gerechtigheid      
                                                                                    Echt/St.Joost, 27-10-19

Een kritische journalist vroeg eens aan Moeder Teresa:
“Bent u een heilige?”
Van een heilige wordt dan verwacht dat die heel nederig neen zegt.
Maar Moeder Teresa antwoordde heel onverwacht met “Ja”.

Valt Moeder Teresa dan ook in de categorie van mensen
aan wie Jezus vandaag zijn vermanende parabel vertelt,
de mensen dus die overtuigd zijn van eigen gerechtigheid?

Laten wij eerst kijken wat Moeder Teresa nog meer zei.
Zij richtte zich namelijk tot de journalist en vervolgde:
“En u bent ook heilig door uw Doopsel; maak er dus iets van”.

Met deze toevoeging komt het antwoord van Moeder Teresa
in een ander licht te staan.

Het gaat hier niet om een heiligheid of gerechtigheid uit eigen verdienste,
maar om het feit dat wij door God geheiligd of gerechtvaardigd worden.
En als ons die woorden te hoogdravend in de oren klinken,
kunnen wij het ook anders formuleren:
Het gaat erom dat wij Gods aangenomen kinderen zijn door ons doopsel.

Wie dat beseft, wie dat tot zich door laat dringen,
die kijkt als het ware met de ogen van zijn hart omhoog naar de Vader,
die is dankbaar voor de onverdiende gave,
die wil iets terug doen in zijn dagelijkse leven.

Dit omhoog kijken naar God kan niet samen gaan met neerkijken op anderen.
Het is juist de blikrichting die het verschil maakt.
Het is de blikrichting die of een plus- of een minteken zet
voor onze op zich goede daden.

Jezus veroordeelt niet de op zich goede daden die de Farizeeër optelt,
maar wel dat hij zichzelf groot acht door anderen te minachten.
De Farizeeër gebruikt wel het woord “God”,
maar heeft zijn blik op de tollenaar gericht.
Hij heeft de verkeerde blikrichting die al zijn inspanningen teniet doet.

Dan maar liever weinig verdiensten hebben zoals de tollenaar,
maar werkelijk op God gericht zijn en alles van Hem verwachten,
vooral de vergeving voor alle tekorten.

Bij het woord Farizeeër hebben wij al snel
het beeld van een kerkelijke ambtsdrager voor ogen,
want dat waren de Farizeeën in die tijd.
En de verleiding ligt dan op de loer om de vermaning van Jezus
ook nu in onze tijd alleen maar op de ambtsdragers in de kerk toe te passen.

Natuurlijk moet zich zeker elke ambtsdrager telkens weer afvragen:
“Kijk ik – overtuigd van eigen gerechtigheid- op anderen neer?”

Toch mogen wij niet vergeten dat deze houding ook buiten de kerk voorkomt.

Steeds vaker zien wij dat mensen
– overtuigd van eigen gelijk en eigen gerechtigheid –
niet meer naar tegenargumenten willen luisteren,
maar minachtend de ander als een achterlijke sul wegzetten
en monddood willen maken.