- Parochie Echt - https://www.parochieecht.nl -

30e zo dh jaar A – Een vernieuwende verbintenis

30e zo dh jaar A – Een vernieuwende verbintenis    Echt/St.Joost, 25-10-20

“Niets nieuws onder de zon”,
zou je als trouwe kerkganger bij het horen van het huidige evangelie
misschien kunnen denken.

“God beminnen en je naaste als jezelf”, dat horen wij al van kindsbeen af.

“Niets nieuws onder de zon”,
zouden ook de meer oppervlakkige toehoorders in de tijd van Jezus
gedacht kunnen hebben,
toen Jezus zijn antwoord gaf op hun vraag naar het voornaamste gebod.

“God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand”,
dat stond namelijk al in de Hebreeuwse Bijbel (Deut. 6, 5)
en “Bemin uw naaste als uzelf” stond er eveneens (Lev.19,18b).

En toch is het antwoord van Jezus heel vernieuwend,
spectaculair vernieuwend zelfs.
Het nieuwe bestaat erin, dat Jezus beide uitspraken zo met elkaar verbindt,
dat ze niet meer los van elkaar mogen worden verstaan!

Over deze verbintenis van de twee hoofdgeboden hebben ons
de apostelen Johannes en Jacobus belangrijke overwegingen achter gelaten.

Denkt u eens aan wat de apostel Johannes schreef:

Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben,
woont God in ons en is zijn liefde in ons volmaakt geworden (1 Joh.4,12) .…

Maar als iemand zegt, dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat,
is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft,
kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien.

Dit gebod hebben wij dan ook van Hem gekregen:
wie God liefheeft moet ook zijn broeder liefhebben (1Joh.4,20-21).

Ook de apostel Jacobus gaat uitvoerig in op de samenhang
van de Gods- en naastenliefde.

Net als bij Johannes telt ook bij hem alleen een geloof in God
dat door de naastenliefde bewezen is.
Alleen zo’n geloof in God betekent ook echte liefde tot God.

Hij schrijft:

Broeders, wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft,
als hij geen daden kan laten zien? …
Het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich in daden te uiten, is dood.

Misschien zal iemand zeggen: ‘Gij hebt de daad en ik heb het geloof’.

Dan antwoord ik:
‘Bewijs me eerst dat ge geloof hebt, als ge geen daden kunt tonen;
dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen (Jak.2,14a.17-18).

Beste mensen, ook zelf heb ik in mijn leven vaak ervaren
hoezeer de liefde tot God en de liefde tot de naaste
een onderlinge samenhang vormen.

Is mijn liefde tot God bv. een beetje afgekoeld,
dan helpt het mij om extra tijd, aandacht en liefde te geven aan de mensen.
Na een tijdje merk ik dan, dat ook mijn liefde tot God weer toeneemt.

En omgekeerd geldt dit eveneens:
Juist in het stille gebed, in de tijd die ik extra voor God vrij maak,
schieten mij vaak de namen te binnen van de mensen
die ik zou kunnen bezoeken of bellen of schrijven.

Inderdaad, sinds Jezus mogen wij de twee liefdesgeboden
niet meer los van elkaar verstaan.