- Parochie Echt - https://www.parochieecht.nl -

2e zo dh jaar A – Ooggetuigen  

2e zo dh jaar A – Ooggetuigen                                          Echt/St.Joost, 19-1-20

Dit weekend zijn er in Echt en Susteren verschillende herdenkingsvieringen
van 75 jaar bevrijding en aanstaande dinsdag is er ook een in St.Joost.

In de voorbereidende weken en maanden groeide weer versterkt
de interesse in de gebeurtenissen van toen.
Menigeen vroeg aan de mensen van de oude generatie:
“Hoe was dat toen tijdens de oorlog? Wat heb je zelf mee gemaakt?”
Wat heb je zelf gezien?”

Getuigenissen uit eerste hand vinden wij bijzonder kostbaar.

In het evangelie vandaag hebben wij ook een getuigenis uit eerste hand.
Johannes de Doper getuigt
dat hij Gods Geest in de gedaante van een duif op Jezus zag neerdalen
en hij beklemtoont:

Ik heb het zelf gezien en ik heb getuigd: Deze is de Zoon van God” (Joh.1,34).

En ook de andere Johannes – niet de Doper, maar de Evangelist –
hecht enorm veel belang eraan dat hij en zijn tijdgenoten ooggetuigen waren.
Zo schrijft hij b.v.:

“Het eeuwig leven dat bij de Vader was, heeft zich aan ons geopenbaard,
wij hebben het gezien, wij getuigen er van, wij maken het u bekend”
(1 Joh.1,2b).

Misschien dat de een of ander nu denkt:
‘Ja, maar dat is zo lang geleden,
dat Johannes en zijn tijdgenoten dit allemaal mee gemaakt hebben
dat zij Jezus heel persoonlijk gezien en gehoord en aangeraakt hebben,
dat is fijn voor hen, maar wat heb ik eraan?
Ik wil Jezus zelf zien, horen en aanraken’ (vgl. 1 Joh.1,1)

En dan komt de evangelist Johannes met de oplossing.

Als je vasthoudt aan het geloof dat door de kerkgemeenschap
van een generatie op de andere is overgeleverd,
dan ben je door de eeuwen heen met die ooggetuigen verbonden.

Dan kun je alles wat zij gezien, gehoord en aangeraakt hebben,
je te eigen maken alsof je zelf aanwezig bent geweest.[1]

Want het ging ook bij de tijdgenoten van Jezus nooit
om het zien, horen en aanraken op zich alleen.
Hoe velen hebben destijds Jezus gezien, gehoord en aangeraakt
en toch niet in Hem geloofd!

Neen, het ging altijd om een gelovig zien, horen en aanraken,
om een verinnerlijking, om een te eigen maken
van dat wat de zintuigen doorgaven.

Zo zeer zelfs,
dat de geloofsovertuiging niet meer gebonden was aan de zintuigen
en daardoor aan een volgende generatie kon worden doorgegeven.

Herinnert u zich nog dat de verrezen Heer tot Tomas zei:
“Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben” (Joh.20,29b).

Blijf daarom in gemeenschap met de Kerk
die garant staat voor een ononderbroken doorgave
van de geloofsgetuigenissen van die ooggetuigen
die Gods Zoon hier op aarde hebben meegemaakt.

Dan is het alsof je zelf erbij bent geweest.
—————–

[1] Johannes omschrijft het vasthouden aan het geloof van de kerkgemeenschap
met “gemeenschap hebben” met de ooggetuigen die op hun beurt weer gemeenschap hebben
(verbonden zijn) met God.
De kerk wordt hier gezien als een levend lichaam of levende wijnstok (Joh.15,1-8)
waarvan je lid of rank bent en waarvan je je niet los kunt maken zonder af te sterven.

“Wat wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij ook aan u,
opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons.
En onze gemeenschap is er een met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon.
En wij schrijven dit om ons aller vreugde volkomen te maken”(1 Joh.1,3-4).