In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

26e zo dh jaar A – Ja zeggen, Nee doen

26e Zondag dh jaar A   Ja zeggen, Nee doen (Mt. 21,28-32)      Echt / St.Joost,
                                                                                                                         27-9-2020

Twee zonen. De eerste zegt ja en doet nee.

Ja zeggen en nee doen. Wij weten allemaal dat dit vaak voorkomt.
Ja zeggen om zich niet te hoeven verantwoorden,
ja zeggen om van lastige vragen af te zijn.

Wie op de vraag “Kom je ook?” antwoordt met  “Misschien. Ja, misschien”,
geeft meestal al aan dat hij helemaal niet wil komen
en het waarschijnlijk ook niet doet.

Vooral bij vergaderingen en groepsbesluiten leidt deze houding
vaak tot mislukkingen en groot tijdverlies.
Terwijl je denkt dat een zaak rond is en iedereen ermee akkoord gaat,
verbergt zich bv. achter een halfslachtig Ja-woord van een deelnemer
een stilzwijgende weigering.
Bij een volgende vergadering hoor je zo’n persoon dan zeggen:

O, ik had de afspraak niet zo begrepen, moest ik dat doen?      Of
Eerlijk gezegd vond ik het bij nader inzien niet zo’n goed plan.

En dan kun je weer van voren af beginnen.
Dit soort problemen komt zo vaak voor,
dat er intussen al een hele reeks specialisten bestaat
die dit soort processen onderzoekt en advies geeft.

Ook op religieus gebied doet zich dat ja zeggen en het nee doen
vaker voor.

Voordat wij nu naar anderen wijzen, kunnen wij ons beter zelf afvragen:
Heb ik altijd mijn ja-woorden tegenover God serieus genomen?

Ben ik mij bewust hoe vaak ik al een ja-woord tegenover God heb uitgesproken?
Elk sacrament is een soort ja-woord tegenover God.
Bij sommige sacramenten wordt dit ook letterlijk van ons gevraagd:
bij het doopsel, het vormsel, het huwelijk, de priesterwijding.

En hoe vaak zeggen wij niet “Amen” in de kerk, ook dat betekent letterlijk
“Ja, dat geloof ik”.  

Maar zijn mijn daden ook in overeenstemming met mijn ja-woord?
Stof dus voor ons allen om over na te denken.

Nu nog iets over de tweede zoon, degene die nee zei,
maar dan spijt kreeg en ja deed.

Kort geleden stond ik een jongen voor mij in de winkel.
Op zijn jas een grote doodskop, op zijn pet de Engelse spreuk:
Geen leven duurt eeuwig.
Het was een jongen, die ik een paar jaar geleden vormselles had gegeven.
Alles wat hij nu non-verbaal, maar met zijn kleding zei,
was het tegendeel van wat ik had geprobeerd over te brengen:
Dat het leven wel eeuwig duurt,
dat de verrezen Jezus ons die weg daartoe geopend had
en dat het leven daarom zinvol en mooi is
en niet zo doods als de doodskop op zijn jas.

De jongen stond met de rug naar mij toe.
Ik bad bij mezelf en vroeg mij af hoe ik hem er iets van kon zeggen
zonder moralistisch over te komen.
Toen draaide hij zich om en ging.
Ik kreeg geen kans hem aan te spreken. Maar ik had zijn gezicht gezien.
Een lief gezicht, een babyface. En ik dacht:
Och, ’t is alleen maar nee zeggen, verlies maar niet de hoop,
hij kan nog altijd ja doen.

Richten wij ons nu allen met onze niet gemeende ja’s of nee’s
tot de derde zoon.

U vraagt zich natuurlijk af, of er wel een derde zoon was in het verhaal?

Ja, dat is namelijk degene die het verhaal vertelt:
Jezus, Gods Zoon, de enige die op de meest volmaakte wijze ja zei
tegen zijn Vader en het 100% meende en uitvoerde.

Hij wil ook ons steeds opnieuw helpen, dat ons ja weer een echte ja wordt.
Amen.