In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

25e zo dh jaar A – De berekening van de tijd  

25e zo dh jaar A – De berekening van de tijd                     Echt/St.Joost, 20-9-20                           

In de parabel van de arbeiders van het elfde uur (Mt. 20,1-16a)
worden verschillende tijdstippen genoemd.

Nu moet je weten:
In de oudheid werd het dagritme flexibel aangepast aan de lengte van de dag.
Zo begon de dag bij zonsopgang en eindigde hij bij zonsondergang.
Die dag werd verdeeld in twaalf uren,
en dus waren de uren in de winter korter dan in de zomer.

Met die kanttekening in het achterhoofd
kunnen wij de genoemde uren in het evangelie ongeveer zo vertalen:
vroeg in de ochtend komt overeen met 6.00 uur, het derde uur met 9.00 uur,
het zesde met 12 uur, het negende met 15.00 uur en het elfde met 17.00 uur.

Nu denkt u misschien: Zijn die uren dan zo belangrijk?

Uiteindelijk doet toch alleen het elfde uur ertoe,
daar gaat het toch om in het verhaal.
Dat uur vlak voor het einde van de werkdag,
dat uur vlak voor de laatste kans op loon.

Het is echter de vraag of de evangelist Matteüs dit ook zo heeft gezien.

Terwijl hij bij het eerste, derde en elfde uur elke keer wat langer stil blijft staan
bij het optreden van de landeigenaar,
vat hij het zesde en negende uur in één zin samen met de woorden:

“Rond het zesde en negende uur ging hij nog eens uit en deed hetzelfde” (Mt.20,5b).

Gaat het hier alleen maar om een samenvatting
om het verhaal niet te langdradig te maken of gaat het om meer?

Sommige exegeten wijzen erop, dat de evangelist Matteüs
het zesde en negende uur ook op een andere plaats nog een keer
in één zin noemt en wel op een heel bijzondere plaats: in het lijdensverhaal.

“Vanaf het zesde uur viel er een duisternis over het gehele land
tot aan het negende uur toe” (Mt.27,45, zie ook Mc.15,33 en Lc.23,44).

Dat is de tijd van de doodstrijd en het sterven van Jezus,
de tijd waarin onze verlossing plaats vond,
de tijd waarin al ons menselijk redeneren en berekenen op zijn kop werd gezet.

Na het zesde en negende uur wordt in de parabel van vandaag
alleen nog maar het elfde uur vermeld, het laatste uur, de laatste kans.

En omdat wij allen ná het zesde tot het negende uur
van die onuitsprekelijke verlossingsdaad van Christus geboren zijn,
zijn wij dus allen van het elfde uur.

Als, ja als wij bereid zijn de marktplaats van deze wereld te verlaten
om te werken in de wijngaard van God, dat is in en voor het Rijk van God,
dan ontvangen ook wij het volle loon.

Niet omdat wij recht op iets zouden hebben,
maar omdat God zelf het loon is,
de oneindige God in een oneindige eeuwigheid.

En of je nu oneindig door 12 uren deelt of door 1 uur,
het blijft een oneindige loon!

Maar laten wij dit ook verder vertellen aan zo vele mensen
die deze fantastische blijde boodschap nog nooit gehoord hebben
omdat wij nooit van hen het verwijt krijgen:

“Niemand heeft ons gevraagd, niemand heeft ons uitgenodigd” (vgl. Mt.20,7).