In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

22e zo dh jaar C – Met een bijbedoeling

22e zo dh jaar C – Met een bijbedoeling                                 Echt/St.Joost, 1-9-2019


“Mijn kind, als ge rijk zijt, blijf dan bescheiden,
en gij zult meer geliefd worden dan iemand die geschenken uitdeelt” (Sir. 3,17).

De wijsheid van deze raad uit de eerste lezing
hebben wij meestal niet meteen door.
Het is een wijsheid die voortkomt uit ervaring
en ervaring heeft zijn tijd nodig.

Op het eerste moment vindt het namelijk iedereen fijn
om van een rijk iemand geschenken te krijgen.

Pas als je merkt dat achter al de geschenken en gunsten
een dubbele agenda schuilt,
pas als je merkt dat een rijk persoon je probeert met zijn geschenken te kopen,
pas dan verandert jouw sympathie voor hem.

Dat de eerste lezing vandaag precies dit bedoelt,
wordt meteen duidelijk als wij naar het evangelie kijken dat erbij geplaatst is.

Daarin zegt namelijk Jezus zelf:

“Wanneer gij een middag- of avondmaal geeft, nodig dan niet
uw vrienden, broers en bloedverwanten uit en ook geen rijke buren.
Het zou kunnen zijn dat zij op hun beurt u uitnodigen
en gij het dus terugkrijgt” (Lc.14, 12,b).

Nu is het uitnodigen van genoemde mensen die iets terug kunnen doen
natuurlijk niet helemaal verboden.
Tenslotte genoot Jezus zelf menige maaltijd bij vrienden en ook rijke mensen.

Waar Jezus op doelt is, dat wij uitsluitend zo handelen.
Waar Jezus op doelt is de permanente vraag in ons achterhoofd:
Wat heb ik eraan? Wat levert het mij op?

Geven om de ander te helpen of blij te maken zonder naar jezelf te kijken,
daar gaat het om.

Mensen die bescheiden zijn, mensen die weten van hun eigen kleinheid
gaat dit meestal gemakkelijker af dan mensen
die de hele tijd draaien om hun eigen ik.
Want draaien om jezelf roept van alleen de vraag op: Wat brengt het mij?

Niet voor niets voegt de eerste lezing een paar regels verder eraan toe:

“Voor de kwaal van een hoogmoedige is geen genezing,
want het kwaad wortelt in zijn hart” (Sir.3, 28).

En omdat in onze westerse maatschappij de meesten van ons
een zekere welvaart kennen, wij dus in zekere zin allemaal,
mogen wij de wijsheidsspreuk van Jezus Sirach gerust op onszelf toepassen:

“Mijn kind, als ge rijk zijt, blijf dan bescheiden,
en gij zult meer geliefd worden dan iemand die geschenken uitdeelt” (Sir. 3,17)
met een bijbedoeling.