Goed om te weten: Uitvaarten met 50 personen mogelijk in de kerk. Pastoor Kanke komt voor de ziekenzalving ook naar corona-patiënten!

18e zo dh jaar C – Wat blijft      

 

18e zo dh jaar C – Wat blijft                                      Echt/St.Joost, 4-8-19

“Alles is ijdelheid”.

Met dit oude woord ‘ijdelheid’ bedoelt de auteur van de 1e lezing niet iets
wat sommige mensen overvalt als ze te vaak in de spiegel kijken.
Moderne vertalingen hebben het daarom over ‘lucht en leegte’.
Alles is vergankelijk, alles is lucht en leegte, niets hier op aarde blijft voorgoed.

En Prediker vraagt zich dan ook bijna vertwijfeld af:

”Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter,
en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt (Pred.2,22)?”

De blik van de denker is op deze aarde gericht.
Niet voor niets zegt hij “waarmee hij zich op aarde kwelt”.
Andere vertalingen hebben het over de zorgen ‘onder de zon’.

Wat zijn inschatting van het wereldse betreft, heeft hij zeker gelijk.
Maar kan zo’n negatieve, pessimistische blik onderdeel uitmaken
van de kerkelijke verkondiging?

Alleen als zo’n uitspraken niet uit hun verband worden gehaald;
alleen als ze niet op zichzelf staan.
En daarom plaatst de liturgie tegenover de lezing uit het Boek Prediker
het huidige evangelie.

Eerst neemt Jezus als het ware de gedachtegang van Prediker over,
wanneer Hij zegt:
“… al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan?”.

Dan echter vervolgt Hij:
 “Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf,
maar niet rijk is bij God ( Lc.12,21)”.

Met dit ‘rijk zijn bij God’ opent Jezus een nieuwe dimensie,
overstijgt Hij de grenzen van de vergankelijkheid.
Er zijn dus blijkbaar schatten die niet vergaan,
schatten die je kunt vergaren bij God.

Voor een gelovige die vanaf zijn kindsheid is opgegroeid in deze overtuiging
en die geprobeerd heeft dit door concrete daden van liefde waar te maken,
lijkt het antwoord van Jezus duidelijk.

Ook de apostel Paulus zei het al: “De liefde vergaat nimmer (1 Kor.13,8)”.

Maar wat is met de vele zoekende mensen vandaag
en de velen die bijna niets weten van de christelijke boodschap?
Zijn zij bij voorbaat uitgesloten van het vergaren
van onvergankelijke schatten bij God?

Met deze vraag heb ik mij tijdens mijn vakantie intensief bezig gehouden,
toen ik een boek van de grote christelijke schrijver Tomáš Halík heb bestudeerd.
Halík schrijft:

“Wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten
van mijn broeders of  zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan”,
zegt Jezus in de beroemde scène van het Laatste Oordeel (vgl. Mt.25,31-46).

Een van de gevolgen van de Menswording van de grenzeloze liefde van God,
die zich in Jezus heeft getoond
– en die zich in het uur van het oordeel pas in zijn volheid openbaart –
is dat in ieder van de armen en behoeftigen Jezus zelf op ons wacht.

En wanneer wij aan de nood van de behoeftigen beantwoorden,
ontmoeten wij Hem en komen wij door Hem tot de Vader.
Zo komen wij tot de vreugde van de uitverkorenen aan de rechterhand van God
(en nu komt Haliks conclusie:)
ook wanneer onze motivatie tot liefdevolle solidariteit niet expliciet christelijk is,
ook als wij Christus tot het uur van het Oordeel niet zullen kennen.
De ‘uitverkorenen’ zijn in de genoemde scène van het gericht over de mensheid
(namelijk) verrast dat het Jezus was die ze hun liefde hebben bewezen.
‘Heer, wanneer hebben wij u gezien?

“Laten wij ons hoeden voor het blokkeren van deze wijd open deur van zijn liefde
en voor het bepalen wie erdoorheen mag en wie niet: dat is onze taak niet.
Jezus weigerde en weigert te antwoorden
op de nieuwsgierige en onbehoorlijke vragen van zijn leerlingen
over hoeveel mensen er gered zullen worden en wie dat zullen zijn
(vgl. Lc. 13,23-24).
“Zet je in met alle krachten”, antwoordt Hij (alleen maar) op deze zorgen.

Tomáš Halík, Ik wil dat hij bent. Over de God van liefde, Utrecht: Boekencentrum, 2017², blz. 104.