In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

16 zo dh jaar A – Een goddelijk lange adem

16 zo dh jaar A – Een goddelijk lange adem                      Echt/St.Joost, 19-7-20

“Wilt ge dan dat we het onkruid bijeengaren?”, vroegen de knechten.
“Neen”,
zei hun heer, “Ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart,
de tarwe mee uittrekt” (Mt.13,28b-29)

Zoals uit een Bijbelcommentaar (Keulers) blijkt,
had Jezus met het onkruid waarschijnlijk een eenjarige plant voor ogen
die dolik heet, ongeveer 1 meter hoog wordt, in graanvelden groeit
en veelvuldig voorkomt in Syrië en Israël.

Het bijzondere is echter, dat dolik niet van tarwe te onderscheiden is,
voordat de tarwe aren krijgt. 

De gelijkenis van het onkruid en de tarwe leert ons belangrijke dingen
over God, over andere mensen en over onszelf.

Met betrekking tot God leren wij het volgende:

De volkeren in de oudheid zagen de godheid als een macht
die reeds in dit leven de slechten straft en de goeden beloont.
Jezus bracht ons het fundamenteel nieuwe idee van de nederigheid van God.

God ondergaat het kwaad in zekere zin ook zelf.
Hij oefent namelijk zijn macht alleen maar uit als geduld.
Met de pijn van een liefdevolle Vader die zijn kinderen in het verderf ziet rennen,
kijkt Hij naar hen en hoopt Hij dat ze de weg terug inslaan.
Maar Gods onvoorstelbaar respect voor de vrijheid van de mens
noopt Hem tot discrete terughoudendheid.

Tot aan de oogst mag de mens zelf beslissen of hij onkruid of tarwe wil zijn.

 Met betrekking tot andere mensen leren wij

dat wij niet zelf het onkruid onder de mensen mogen wieden.

“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt;
want met het oordeel dat gij velt, zult gij geoordeeld worden
en de maat die gij gebruikt, zal men voor u gebruiken”(Mt.7,1-2).

Hoe weten wij wie onkruid is en wie tarwe?
Dolik en tarwe zijn ook niet te onderscheiden tot dat ze volledig volgroeid zijn.

Maar hoeveel zelfbenoemde onkruidwieders zijn er niet vandaag in de wereld!
Met grote morele zelfingenomenheid bestempelen ze anderen tot onkruid
om hen vervolgens met de vergifspuit van een opgeklopte online-verontwaardiging
‘uit te roeien’.

Terwijl in de Kerk al jaren erop gehamerd wordt om niet te moraliserend te preken,
lijkt het buiten de Kerk weer helemaal in de mode te zijn.

 Met betrekking tot onszelf leert ons de gelijkenis van het onkruid en de tarwe

dat het juist de geduld is van God,
dat Hij niet in één oogopslag een oordeel gaat vellen,
maar dat Hij ons hele groeiproces afwacht.

Terwijl natuurlijk het echte onkruid en de echte tarwe vanaf het begin zijn wie ze zijn,
mogen wij erop vertrouwen dat God het voor mogelijk houdt,
dat wij nog van onkruid in tarwe kunnen veranderen.

Maar ook het tegenovergestelde is mogelijk.
Wij kunnen ook van tarwe weer tot onkruid worden.

Daarom is het goed om ons niet voortijdig zelf tot goede tarwe te verklaren,
maar te delen in Gods eigen nederigheid
en Hem te vragen met ons geduld te hebben;
een geduld die niets goed praat, maar die een goddelijk lange adem heeft.