- Parochie Echt - https://www.parochieecht.nl -

27e zo dh jaar A – “Dat kan toch niet”      

27e zo dh jaar A – “Dat kan toch niet”                        Echt/St.Joost, 4-10-2020                       

Voortdurend zou je bij de gelijkenis van de wijngaard kunnen uitroepen:
“Dat kan toch niet, dat mag toch niet!”

Daar zendt een landeigenaar zijn dienaars naar de wijnbouwers
en vervolgens wordt de een door hen mishandeld, de ander gedood
en een derde gestenigd.

Had er niet al bij de mishandeling van de eerste
onmiddellijk een strafexpeditie moeten komen die orde op zaken stelde?
Maar nee, de landeigenaar stuurt nog twee dienaars
en die vergaat het zelfs nog slechter dan de eerste.

Maar na die drie had de maat toch wel vol moeten zijn
en de wijnbouwers hun rechtvaardige straf moeten krijgen!

Maar wat gebeurt? Geen straf. “Dat kan toch niet, dat mag toch niet!”
In plaats van een straf stuurt de landeigenaar weer dienaars,
talrijker dan de eersten.

Ook zij ondergaan allemaal hetzelfde lot als de eersten.
Als nu nog niet de maat vol is, dan weet ik het niet meer.

Maar wat gebeurt? De landeigenaar stuurt zijn eigen zoon,
in de veronderstelling dat ze zijn zoon wel zouden ontzien.
Wij weten hoe het afgelopen is.

De ene onbegrijpelijkheid na de ander.

Het enige dat in ons concept van rechtvaardigheid Hetpast
is het oordeel dat hogepriesters en oudsten over de wijnbouwers vellen.

“De landeigenaar zal die misdadigers een ellendige dood doen sterven
en zijn wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers verpachten,
die hem de opbrengst op de vastgestelde tijd zullen afdragen” (vgl. Mt.21,41).

Maar als u nu denkt dat vanaf dat moment alles begrijpelijker eraan toegaat
in het evangelie van vandaag, dan heeft u zich vergist.

Jezus neemt namelijk alleen de laatste conclusie over:
dat de wijngaard, dat het Rijk Gods, aan andere pachters gegeven zal worden
die wel de vrucht daarvan opbrengen.

Van die ellendige dood die de misdadigers zouden moeten sterven
– een oordeel dat de hogepriesters en oudsten onbewust over zichzelf hadden uitgesproken –
vertelt Jezus niets.

Bekijken wij nu de wereldgeschiedenis van na de dood van de zoon.
Met de zoon van de landeigenaar bedoelt Jezus natuurlijk zichzelf.

Ook nu straft God de misdadigers en zondaars niet onmiddellijk.

Ook nu nog worden weer dienaars uitgestuurd, die vaak niet welkom zijn,
die monddood gemaakt worden of zelfs letterlijk gedood worden.

Ook nu eigenen zich mensen deze wereld toe alsof ze van hun zelf is,
alsof zij zelf de land- of wereldeigenaar zijn.

En toch is er iets veranderd.
Jezus geeft ons aan het einde van de gelijkenis de sleutel om alles te begrijpen.

Hij vergelijkt zichzelf met de steen die de bouwlieden hebben afgekeurd
en die juist de hoeksteen is geworden (vgl. Mt.21,42a / Ps.118, 22).

Met andere woorden:
Juist in de geduldig gedragen afkeuring, juist in afzien van wraak en straf,
juist in de schijnbare zwakte ligt het fundament voor iets totaal nieuws.

Dat kan toch niet, willen wij weer zeggen. Daarom vervolgt Jezus terecht:
“Op last van de Heer is dat gebeurd en het is wonderbaar in onze ogen”
(Mt.21,42b / Ps. 118,23).

Met ons verstand begrijpen wij dit inderdaad niet.

Wij kunnen het alleen aannemen op last van de Heer
en zo verder bouwen op deze hoeksteen Jezus Christus.

Dan zullen wij op de vastgestelde tijd onze vruchten kunnen afdragen.