In het pastoorloze tijdperk wordt de website niet bijgewerkt (alleen de Weekberichten)

23e zo dh jaar A – Een gesprek onder vier ogen     

23e zo dh jaar A – Een gesprek onder vier ogen               Echt/St.Joost, 6-9-2020

 

De openingszin van het huidige evangelie luidt:
“Wanneer uw broeder gezondigd heeft,
wijs hem dan onder vier ogen terecht” (Mt.18,15).

Die zin lag mij, eerlijk gezegd, zwaar op de maag.
Moet ik aan alle mensen die mijn broeders en zusters zijn in het geloof
één voor één en onder vier ogen hun zonden voorhouden?

Staat dat er werkelijk zo in de Bijbel, vroeg ik mij af.
Daarom heb ik weer – net als vorige week – de letterlijke Griekse tekst opgezocht
en wat zag ik:

Er staat helemaal niet “Wanneer uw broeder gezondigd heeft…”,
alsof het om elke zonde in het algemeen gaat,
maar er staat: “Wanneer uw broeder tegen u gezondigd heeft…”

Dat werpt dus een heel ander licht op de tekst.*
Het gaat dus om iets
dat mijn geloofsbroeder of -zuster tegen mij persoonlijk gedaan heeft,
iets dat mij persoonlijk geraakt heeft.

Natuurlijk zijn daarmee nog niet alle moeilijkheden verdwenen
als het erom gaat de oproep van Jezus in praktijk te brengen.
Maar het wordt alvast wat overzichtelijker,
want zo veel mensen hebben ons nou ook weer niet persoonlijk geraakt
met hun tekortkomingen.

Jezus legt ons vervolgens een stappenplan voor van een gesprek onder vier ogen
via een gesprek met een of twee getuigen erbij
tot een publieke zaak voor de gehele kerkgemeenschap.

Zo ver hoeft het natuurlijk niet te komen.
Dat hangt helemaal af van het feit
of de ander inziet dat hij verkeerd zat en vergeving vraagt
respectievelijk of ikzelf inzie dat ik het verkeerd had.
Dat is immers ook een mogelijkheid
en juist daarop zouden mij de getuigen kunnen wijzen.

Waarom is echter zo’n gesprek met iemand die mij gekwetst heeft,
zo belangrijk?
Waarom komt Jezus zelfs met een stappenplan om het helemaal op te lossen
als het bij de eerste poging niet lukt.

Dat begrijpen wij het best als wij naar de context kijken van de uitspraak van Jezus.

Aan de vermaning van Jezus gaat namelijk zijn parabel vooraf van de 100 schapen,
waarvan er één verdwaalde.
De Herder doet er alles aan om het bij de kudde, bij de gemeenschap terug te brengen.
Dat maakt duidelijk dat de zogenaamde broederlijke berisping
voor Jezus in de context staat van de eenheid binnen de geloofsgemeenschap.

En inderdaad.
Hoe vaak maken wij het niet mee,
dat een onderlinge disharmonie tussen twee gelovigen
de gehele gemeenschap schaadt!

Laten wij dus proberen dingen onder vier ogen uit te praten
en onze broeder of zuster in het geloof te vergeven.

Voordat ik deze preek af had, heb ik dit in een concreet geval al geprobeerd.
En ik ben blij dat ik het gedaan heb.
Het was het de moeite waard en heeft vele misverstanden opgelost.

Want de kleine kudde die wij nog zijn, kan het zich niet permitteren
om nog meer uit elkaar te vallen door persoonlijke rancunes of misverstanden.

—————–

*Ook de paralleltekst bij Lucas (17, 3-4) heeft deze betekenis.
Hoewel hij begint met “Als uw broeder gezondigd heeft, geef hem een berisping
                  (iets wat je nog als elke willekeurige zonde zou kunnen uitleggen),
vervolgt de tekst met “toont hij dan spijt, vergeef het hem”
                  (waaruit blijkt dat het om een zonde tegen u gaat).
De vervolgzin onderstreept dit nog:
Al misdoet hij zevenmaal per dag tegen u, maar zevenmaal ook wendt hij zich tot u
met de woorden: Het spijt me, dan moet ge hem vergeven”