3e zo van de Advent (16-12) om 19.00 uur in de Landricuskerk: Viering van Barmhartigheid (30 min, aansluitend biechtgelegenheid)

Kerkhofreglement

 

Reglement voor het beheer

van de begraafplaats

van de R.K. parochie

  1. Landricus te Echt

Reglement voor het beheer van de begraafplaats van de R.K. Parochie van H. Landricus.

Inhoud

I         Algemene Bepalingen                                            artikel 1 –  8

II        Het vestigen van de grafrechten                           artikel 9 –  16

III       Het verlengen van de grafrechten                         artikel 17 – 20

IV       Einde van de grafrechten                                      artikel 21

V         Indeling van een begraafplaats en onderscheid van de graven      artikel 22 – 29

VI        Asbussen                                                            artikel 30 – 32

VII      Graftekens en grafbeplantingen                           artikel 33 – 38

VIII     Tarieven en onderhoud                                     artikel 39 – 42

IX       Overgangsbepaling                                               artikel 43

X         Slotbepalingen                                                    artikel 44 – 48

Toelichting op het Modelreglement

Bijlage 1:             model ‘Grafakte voor een particulier graf’

Bijlage 2:             model ‘Voorschriften voor het toelaten
van graftekens en grafbeplantingen’

Algemene Bepalingen

Begripsaanduidingen

Artikel 1

In dit Reglement wordt verstaan onder:

  1. bestuur: het parochiebestuur als vertegenwoordiger van de rechtspersoon R.-K. parochie H. Landricus te Echt, eigenaresse van de begraafplaats.
  2. begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen van overledenen, geheten Landricuskerkhof gelegen aan Vrijthof 2a te Echt.
  3. beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.
  4. particulier (urnen-)graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van een of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het  uitsluitend recht voor de duur van 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.
  5. rechthebbende: de meerderjarige persoon aan wie het recht op een particulier

(urnen-)graf is verleend.

  1. grafrecht: het recht op een particulier (urnen-) graf voor tenminste twintig jaar.
  2. bijzetting:
  3. het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;
  4. het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
  5. het plaatsen van een urn op een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven.
  6. asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene.
  7. urn: voorwerp waarin een of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.
  8.  strooiveld: terrein dat bestemd is om permanent as te verstrooien.

Bestuur

Artikel 2

Het bestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland en terzake van het beheer van de begraafplaats bovendien aan dit Reglement.

Beheerder

Artikel 3

Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.

De beheerder is bevoegd om namens het bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.

Regelingen vóór een begraving

Artikel 4

  1. Voor de begraving dient aan de beheerder het verlof tot begraving of de bereidverklaring tot het bezorgen van de as te worden getoond.
  2. De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overgelegd.

Bevorderen van natuurlijke ontbinding

Artikel 4 a

  1. Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.
  2. Bij de begraving van een overledene is het niet toegestaan deze van een lijkhoes dan wel van een lijkomhulsel te voorzien, welke niet voldoet aan de wettelijk voorgeschreven vereisten ten behoeve van de bevordering van de lijkvertering en eventuele andere met deze regelgeving samenhangende doeleinden.

De rechthebbende heeft er zorg voor te dragen dat hijzelf dan wel de bij de lijkbezorging betrokken uitvaartverzorger hiervoor afdoende maatregelen neemt en desgewenst op verzoek van de beheerder een daartoe strekkende verklaring afgeeft.

  1. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.
  2. De rechthebbende is verantwoordelijk voor het naleven van de onder lid 1 t/m 3 vermelde voorschriften. Eventuele schade en /of kosten tengevolge van niet-naleving van deze voorschriften zullen op de rechthebbende worden verhaald.

De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus

Artikel 5

  1. Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder.

De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan, uitsluitend voor mindervalide personen, uitzondering toestaan.

  1. De kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een  registratienummer, welk registratienummer moet worden opgenomen in het register van de overledenen.

Werkzaamheden op de begraafplaats

Artikel 6

  1. Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.
  2. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.
  3. Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de aula of kapel. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.
  4. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzingen van de beheerder.

Bezoekers

Artikel 7

Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto’s en voor fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. Honden worden alleen aangelijnd op de begraafplaats toegelaten. De beheerder kan voor mindervaliden uitzondering toestaan. Bezoekers wordt verzocht luidruchtigheid te vermijden.

Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijke toestemming zijn verkregen van het bestuur.

Administratie

Artikel 8

  1. Het bestuur is verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval het wettelijk verplichte register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden worden geregistreerd.
  2. Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

II           Het vestigen van het grafrecht

Schriftelijke overeenkomst

Artikel 9

  1. Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.
  2. Op de begraafplaats kunnen begraven worden:
  • zij die als parochiaan staan ingeschreven bij de parochie en zij die met een parochiaan gehuwd waren;
  • oud-parochianen die in een instelling voor gezondheidszorg verblijven en die voorheen tot de parochie behoorden.
  1. Het bestuur kan van lid 2 in uitzonderlijke gevallen afwijken en toestaan dat anderen op de begraafplaats worden begraven.

Uitgifte van graven

Artikel 10

De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren, tenzij een recht wordt verworven als bedoeld in artikel 11.

Recht op particulier (urnen-)graf

Artikel 11

Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon het uitsluitend recht verlenen om voor twintig jaar gebruik te maken van een bepaalde (urnen-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 39 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden vastgelegd dat het graf (artikel 42) kan worden geruimd wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.        

Adres rechthebbende

Artikel 12

De rechthebbende is verplicht zijn adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van zijn adres.

Overlijden rechthebbende

Artikel 13

  1. Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht na een daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind overeenkomstig artikel 14.
  2. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.

Overdracht grafrecht

Artikel 14

  1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht, met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.
  2. Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of een pleeg- of stiefkind van de rechthebbende is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.
  3. Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te geschieden.

Weigering tot begraving of bijzetting

Artikel 15

Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een dubbel graf, een familiegraf of een urnengraf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.

Ontbindende voorwaarden grafrechten

Artikel 16

Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft.

Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

III          Het verlengen van grafrechten

Schriftelijk informeren van de rechthebbende

Artikel 17

  1. Het bestuur zal uiterlijk één jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van tien jaar.
  2. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling om verlenging van de termijn van het grafrecht is verzocht dan zal van het aflopen van de termijn door een zichtbare mededeling melding worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft gedurende één jaar aanwezig maar tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.

Verzoek rechthebbende

Artikel 18

  1. Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van tien jaren.
  2. Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich daartegen verzetten.

Voorwaarden voor verlenging

Artikel 19

De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.

Verlenging bij bijzetting

Artikel 20

Wanneer in een particulier (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van meerdere overledenen of hun asbussen een bijzetting plaats vindt, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd met een periode van 10 jaar, indien de lopende termijn van het grafrecht wordt overschreden door de wettelijke minimum-grafrusttermijn van 10 jaar van degene die wordt bijgezet. Het nog niet verstreken gedeelte van de lopende termijn wordt met de verlenging verrekend.

De verlengde periode is te rekenen vanaf de datum van bijzetting.       

IV         Einde van de grafrechten

Artikel 21

De grafrechten vervallen:

  1. door het verlopen van de gestelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 17;
  2. indien de tarieven overeenkomstig artikel 39 van dit reglement niet binnen één jaar na het vestigen of het verlengen van het grafrecht zijn betaald.
  3. indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 16;
  4. indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 17 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats zichtbaar vermeld is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.
  5. indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 35
  6. indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht.

V          Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

Indeling door bestuur

Artikel 22

Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-)graven vast te stellen en te wijzigen.

Soorten van graven

Artikel 23

Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik van:

  1. een particulier familiegraf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
  2. een particulier enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van een asbus of urn in een dubbelgraf is toegestaan.
  3. een particulier kindergraf of een particulier graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van een asbus of urn is niet toegestaan.
  4. een particulier urnengraf in een urnengravenveld; waarop uitsluitend toegelaten worden graftekens van het door het bestuur vastgestelde model zoals vermeld in artikel 3 van Bijlage 2.

Familiegraven

Artikel 24

Een familiegraf is bestemd voor het begraven van maximaal vier overledenen en/of abussen/urnen. Er mogen niet meer dan twee overledenen boven elkaar worden begraven.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een familiegraf mogen worden begraven of bijgezet.

Enkele graven

Artikel 25

In een enkel graf mag geen bijzetting plaatsvinden.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degene aanwijzen die na overlijden in een enkel graf wordt begraven.

Dubbele graven

Artikel 26

Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen, dan wel één overledene en één asbus/urn. In een dubbel graf worden twee overledenen boven elkaar (niet naast elkaar) begraven.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een dubbel graf mogen worden begraven of bijgezet.

Kindergraven

Artikel 27

In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar.

Particulier urnengraf

Artikel 28

In een particulier urnengraf kunnen een of twee asbussen worden begraven.

Grafkelders

Artikel 29

Grafkelders worden niet meer toegelaten op de begraafplaats.

VI         Asbussen

Bewaring van asbussen

Artikel 30

Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:

  1. in een bestaand graf;
  2. in een particulier urnengraf dat deel uitmaakt van een gravenveld van urnen;
  3. op een bestaand graf in een urn, die hecht aan de ondergrond is verbonden;

Recht op het bewaren van een asbus

Artikel 31

De artikelen 9 t/m 16 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus op de begraafplaats op een van de in artikel 30 genoemde wijzen.

Ruiming van asbussen

Artikel 32

Ruiming door het bestuur van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as op een strooiveld.

VII        Graftekens en grafbeplantingen

Vergunning

Artikel 33

Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op particuliere graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de ‘Voorschriften voor het toelaten van graftekens, grafbeplantingen en grafkelders’ behorende tot dit reglement (bijlage 2) en die door het bestuur zijn vastgesteld. Deze Voorschriften worden op verzoek door de beheerder aan iedere belanghebbende verstrekt. Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd.

Risico schade aan graftekens

Artikel 34

  1. Gedurende de termijn van het grafrecht blijven de graftekens en de grafbeplanting eigendom van de rechthebbende. Het bestuur aanvaardt deze graftekens en grafbeplanting niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende verantwoordelijk is voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 35
  2. Schade aan graftekens ontstaan door storm en vandalisme wordt door het bestuur uitsluitend vergoed voor zover deze risico’s door een verzekeringsovereenkomst van het bestuur zijn gedekt.
  3. Schade veroorzaakt door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de desbetreffende verzekeringsovereenkomst van het bestuur worden gedekt

Onderhoud graftekens en grafbeplanting

Artikel 35

  1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden onderhouden door de rechthebbenden. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
  2. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het bestuur, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die het toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
  3. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, niet bevestigd wordt, maakt het bestuur de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
  4. Indien toepassing is gegeven aan het tweede of derde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, is verstreken.
  5. Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het derde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende

Artikel 36

Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder

Artikel 37

  1. Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar het oordeel van de beheerder nodig is kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
  2. Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

Verwijdering graftekens na einde grafrecht

Artikel 38

Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze op kosten van de rechthebbende, indien en voor zover deze kosten in het verleden niet via het grafrecht-tarief zijn doorbelast te doen verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding hiervoor jegens de rechthebbende verschuldigd is.

VIII        Tarieven en onderhoud

Tarieven

Artikel 39

  1. Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan worden tarieven geheven. Deze zijn als volgt samengesteld:
  2. een bedrag voor de werkzaamheden aan het (urnen-) graf;
  3. een bedrag voor het grafrecht;
  4. een bedrag ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht;
  5. een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken inclusief fundering en/of de grafbeplanting en van de ruiming van het graf na het eindigen van het grafrecht.
  6. Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven.
Grafrechten nieuw graf 20 jaar (incl. algemeen onderhoud)
Enkel graf (graf voor 1 of 2 begravingen boven elkaar) 1300
Dubbel graf (2 keer enkel graf, maximaal 4 begravingen) 2100
Kindergraf (0 t/m 12 jaar) 1 begraving 1000
Urnengraf 900
Begraafkosten
Begraaftijden: maandag vanaf 12.00 uur / zaterdag tot 14.00 uur
> uitzoeken van het graf
> grafmarkering
> delven en dichten van het graf
> voorlopen tijdens begrafenis
1e begraving 900
2e begraving / bijzetting 800
Kinderen (0 t/m 12 jaar) 450
Verlengingen grafrechten  (incl. algemeen onderhoud)
Enkel graf 5 jaar 325
Enkel graf 10 jaar 650
Dubbel graf 5 jaar 525
Dubbel graf10 jaar 1050
Kindergraf 5 jaar 250
Kindergraf 10 jaar 500
Urnen graf 5 jaar 225
Urnen graf 10 jaar 450
Bijzondere tarieven / vergunningen
Urnenkelder met Impala granieten urn gedenksteen (excl. opschrift) 575
Vergunning plaatsen van een grafmonument 100
Vergunning plaatsen van een urn gedenksteen 50
Graf ruimen, op verzoek van de rechthebbende 450
Grafmonument ruimen, op verzoek van de rechthebbende 175
Asbus ruimen, op verzoek van de rechthebbende 50
Opgraven voor her begraving elders 900
Inschrijving rechthebbende in het begraafplaatsregister 50
Zaterdag en feestdagen toeslag 300

Echt 01-07-2015

Algemeen onderhoud

Artikel 40

Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 33 door de rechthebbende zijn aangebracht.

Beperking onderhoudsverplichting

Artikel 41

Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 40 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 39 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies.

Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

Ruiming van graven en asbussen

Artikel 42

Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.

IX         Overgangsbepaling

Artikel 43

  1. Indien de tijdsduur, welke in het verleden op de begraafplaats aan een grafrecht werd verbonden, niet meer aantoonbaar is vast te stellen, wordt deze door het bestuur bij het van kracht worden van dit reglement vastgesteld op 30 jaren vanaf de datum van de laatste begraving. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
  2. Rechthebbenden met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel  39, lid 1, sub b.

X          Slotbepalingen

Sluiting van een begraafplaats

Artikel 44

Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd.

Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere begraafplaats.

Klachten

Artikel 45

Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

Onvoorzien

Artikel 46

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Vervallenverklaring eerdere reglementen

Artikel  47

Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

Wijziging reglement

Artikel 48

Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van Roermond.

Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.

Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van genoemde bisschop.

De rechthebbenden worden van de wijzigingen in kennis gesteld.

 

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur op 12 maart 2015
en goedgekeurd door de bisschop van Roermond op 25 februari 2015 en van toepassing verklaard met ingang van 12 maart 2015.

ZIE BIJLAGE 1 BENEDEN

BIJLAGE 1

 ‘GRAFAKTE’ VOOR EEN PARTICULIER GRAF

 

De R.-K. parochie  …………te  …………………, adres: ……………………….,

eigenaresse van de begraafplaats ………………………..,

gelegen ……………….. in de gemeente ………………,

 

vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 51van het Algemeen Reglement
voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland
door ………….. en ……………………..,

 

verleent aan              …………………..   (naam)

…………………..   (adres)

…………………..   (postcode en woonplaats)

………………..   (e-mail)

 

hierna te noemen de rechthebbende,

voor een termijn van 20 jaren vanaf heden, het uitsluitend recht van gebruik op:

 

een particulier familiegraf, bestemd voor twee/vier overledenen en/of asbussen/urnen;

een particulier dubbel graf, bestemd voor twee overledenen dan wel één overledene en één asbus/urn;

een particulier enkel graf, bestemd voor één overledene;

een particulier kindergraf, bestemd voor één overledene;

een particulier urnengraf, bestemd voor het begraven van een of twee asbussen.

 

Dit graf is gelegen in vak … no …

 

Grafrecht

Dit recht wordt verleend onder de bepalingen van het reglement van de begraafplaats voornoemd, vastgesteld d.d. …………, met name voor de tijd, waarop het terreingedeelte, waarin zich dit graf bevindt, in de exploitatie tot de begraafplaats blijft behoren en onder voorbehoud tot het weigeren van een begraving in bijzondere omstandigheden, ingevolge artikel 15. Het bestuur is gerechtigd het reglement te wijzigen. Rechthebbende verklaart hierbij een exemplaar van het reglement van de begraafplaats te hebben ontvangen.

Adreswijziging

Volgens de bepalingen van het reglement is de rechthebbende verplicht adreswijzigingen aan het bestuur door te geven en dienen de rechtverkrijgenden na het overlijden van de rechthebbende een nieuwe rechthebbende aan te wijzen en bekend te maken. Het recht is op omschreven wijze overdraagbaar.

Verlenging

Dit recht kan met perioden van tien jaar verlengd worden telkens tegen de alsdan geldende tarieven en voorwaarden. Het bestuur zal tijdig de rechthebbende berichten over het aflopen van een termijn.

Grafteken en grafbeplanting

Op dit graf wordt een grafteken en/of grafbeplanting toegelaten overeenkomstig de afzonderlijke Voorschriften, behorende bij het genoemde reglement. Bijzetting van asbussen of urnen in een familiegraf of een dubbelgraf is toegestaan. Grafteken en/of grafbeplanting moeten door de rechthebbende goed onderhouden worden. De rechthebbende heeft het recht binnen drie maanden nadat het grafrecht, door welke oorzaak ook, geëindigd is, de voorwerpen op het graf te doen verwijderen. 3 maanden na het eindigen van het grafrecht is het bestuur gerechtigd om zelf tot verwijdering over te gaan. Het bestuur aanvaardt het grafteken, de beplanting en de voorwerpen op de graven niet in beheer en stelt zich voor schade niet aansprakelijk.

Ruiming

Door medeondertekening van deze akte is rechthebbende ervan op de hoogte dat het bestuur tot verwijdering van de voorwerpen op het graf kan overgaan drie maanden nadat het grafrecht -door welke oorzaak dan ook- geëindigd is en het graf c.q.de asbus kan ruimen.

Bedrag grafrecht

Ingevolge artikel 39 van het reglement voornoemd is aan het bestuur verschuldigd de som van

€ …..,- , bestaande uit:

  1. een bedrag van € ……… voor de werkzaamheden aan het graf;
  1. een bedrag van € ……… voor het grafrecht;
  2. een bedrag van € ……….ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht;
  3. een bedrag van € ……….. ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken inclusief fundering en/of de grafbeplanting en van de ruiming van het graf na het  eindigen van het grafrecht.

Ondergetekende verklaart voornoemd bedrag namens het bestuur te hebben ontvangen.

Te ……………., de …….. 20…

 

De rechthebbende:                                                          Namens het parochiebestuur:

 

……………..                                                                     ……………….

 

……………..

 

 

Het bovenomschreven recht is op verzoek van rechthebbende d.d. …………… overgeschreven ten name van

……………………….    (naam)

……………………….    (adres)

……………………….    (postcode en woonplaats)

……………………    (e-mail)

 

te ……………, d.d. …….. 20…

 

 

Het bovenomschreven recht is op verzoek van rechthebbende d.d. …………………
overeenkomstig art.18 van het reglement van de begraafplaats verlengd tot …………………

 

te ……………, d.d. …….. 20..

 

 

 

 ZIE BIJLAGE 2 BENEDEN 

 

BIJLAGE 2

 

 ‘VOORSCHRIFTEN VOOR HET TOELATEN VAN GRAFTEKENS EN GRAFBEPLANTINGEN’

 

op de begraafplaats …………………………………… van de R.K. Parochie ………….. te ……………., gelegen ………………… in de gemeente ……………..

 

Deze voorschriften behoren tot artikel 33 van het regle­ment van de begraafplaats voornoemd, vastgesteld d.d. ……..

 

                               

Artikel 1

Bij de beheerder van de begraafplaats is voor iedere belanghebbende ter inzage het indelingsplan van de begraafplaats, verdeeld in vakken. Op dit indelingsplan zijn de vakken met cijfers en letters aangegeven.

Artikel 2

Voordat op een graf een grafteken of een beplanting wordt toegelaten moet aan de beheerder de getekende grafakte worden getoond.

Artikel 3

De eventueel te plaatsen graftekens en beplanting zijn ter voorafgaande beoordeling van de beheerder van de begraafplaats. Op een urnengraf is uitsluitend toegestaan een liggende afdekplaat volgens het door het bestuur vastgestelde model.

Artikel 4

  1. Zerken en graftekens moeten worden geplaatst op een doelmatige fundering ten genoegen van het bestuur.

Wanneer in een vak door het bestuur doorgaande funderingsstroken zijn aangebracht dient hiervan gebruik te worden gemaakt.

  1. Urnen die op een graf worden bijgezet, dienen hecht aan de ondergrond te worden verbonden ten genoegen van het bestuur.

Artikel 5

De grafbeplanting mag geen groter oppervlak begroeien dan het graf of de bestemde grafstrook, met een maximale hoogte van 1.20 m.

Artikel 6

De inscripties, zerken, graftekens en urnen mogen niet storend of grievend zijn voor nabestaanden of bezoekers, ter beoordeling van de beheerder.

Artikel 7

Op de begraafplaats worden niet toegelaten:

  1. grafbanden met ingestrooid grind of marmerslag;
  2. ijzeren hekken;
  3. palen met buizen of kettingen;
  4. opgeschroefde inscriptieplaten of schilden;

Artikel 8

Het plaatsen van een firmanaam of enige andere reclame op zerken of graftekens is niet toegestaan.

Artikel 9

De uitvaartverzorgers en de leveranciers van graftekens worden geacht kennis te dragen van het reglement van de begraafplaats en daarnaar te handelen.

Artikel 10

Betreffende de werkzaamheden op de graven bepaalt artikel 6 van het reglement van de begraafplaats:

  1. Het delven of dichten van graven, het openen van een graf en het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.
  1. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of grafbeplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.
  1. Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de aula of de kapel. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.
  1. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzing van de beheerder.

Artikel 11

Voor het plaatsen van zerken en graftekens en het bijzetten van urnen wordt door het bestuur geen tarieven geheven.

Artikel 12

Vóór het plaatsen van een zerk of grafteken en vóór het bijzet­ten van een urn dient de rechthebbende – of de leverancier na­mens de rechthebbende -, schriftelijk op te vragen bij de beheerder de juiste ligging van een graf, met vermelding van de naam van de overledene, de datum van begraving, de naam van de rechthebbende met vermelding van de naam van de leverancier. De grafaanduiding zal door de beheerder schriftelijk aan de aanvrager worden medegedeeld.

Artikel 13

Een zerk of een grafteken dient voor een bijzetting zo spoedig mogelijk na het overlijden doch uiterlijk 24 uur voor de begraving zodanig van het graf te worden verwijderd, dat het graf kan worden gedolven. Funderingsresten dienen op aanwijzing van de beheerder eveneens te worden verwijderd. Zerk of grafteken dient van de begraafplaats te worden afgevoerd of tijdelijk te worden opgeslagen op aanwijzing van de beheerder.

Artikel 36 van het reglement van de begraafplaats bepaalt:

Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst, is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

Artikel 14

Voor werkzaamheden op de graven door beroepskrachten is de begraafplaats geopend op de vijf werkdagen van 8 uur tot 17 uur. Voor bezoekers is de begraafplaats bovendien toegankelijk op de zaterdagen van 8 tot 17 uur en op zon- en feestdagen van 12 tot 17 uur. Buiten deze uren is het ook de uitvaartverzorgers en leveranciers van zerken en graftekens en urnen niet toegestaan zich op de begraafplaats te bevinden, tenzij met goedvinden van de beheerder. Het is de beheerder niet toegestaan aan ondernemers een sleutel van de begraafplaats te geven.

Artikel 15

Het is niet toegestaan voor werkzaamheden op de graven gedeelten van de beplanting of de groenvoorziening, niet tot het graf behorende, te verwijderen. Bij vermeende hinder wordt contact opgenomen met de beheerder.

Artikel 16

Alleen de verharde wegen en paden, door de beheerder daartoe aangewezen, mogen worden bereden door vervoersmiddelen van de ondernemers. De beheerder is bevoegd een vervoermiddel met een naar zijn oordeel te hoge wieldruk of te grote afmeting de toegang tot de begraafplaats geheel te ontzeggen.

Artikel 17

De ondernemers zijn aansprakelijk voor letsel en schade, toegebracht aan personen of zaken op de begraafplaats.

Artikel 18

Personen, belast met werkzaamheden op de graven, dienen minstens 16 jaar oud te zijn en naar het oordeel van de beheerder behoorlijk gekleed, ook in de zomer. Gebruik van radioapparatuur is verboden.

Artikel 19

De ondernemers dienen zorg te dragen voor voldoende eigen personeel voor laden, lossen en transport. Zij mogen geen rechtstreeks beroep doen op assistentie door het personeel van de begraafplaats of de werknemers van de tuinonderhoudsdienst. Een verzoek tot het verlenen van hulp in bijzondere omstandigheden dient te worden gericht tot de beheerder.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. ………….