Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

Paaspreek 2015- Geen deksel op het jampotje meer

Paaspreek – Geen deksel op het jampotje meer                          4/5 april 2015

Ik weet nog dat mijn broer en ik – wij waren misschien 7 en 5 jaar oud –
onze vader behoorlijk hebben laten schrikken
door midden in de nacht “Papa, Papa” te roepen.
Wat was er gebeurd?
Wij hadden als jonge amateurbiologen een glazen bak
op de vensterbank staan met wat aarde en plantjes erin en …
een mooie rups die wij hadden gevonden.
Zoals kinderen zijn, ging onze aandacht natuurlijk na een paar dagen
weer naar nieuwe dingen uit
en hadden wij helemaal niet meegekregen
dat de rups intussen een pop was geworden.
En nu – midden in de nacht – was de vlinder geboren
en sloeg met zijn vleugels tegen de ruit.

De geboorte van een vlinder:
een prachtig voorbeeld voor ons geloof in de verrijzenis.
Een en hetzelfde insect verandert via een fase die op de dood lijkt
in iets nieuws.
Het is niet een terugkeer in het oude leven,
maar een verandering in iets heel nieuws.

Paus Benedictus omschreef  de verrijzenis in zijn 2e Jezusboek als volgt:

“Wij zouden de verrijzenis kunnen zien
als een soort radicale mutatiesprong (een  sprongsgewijze verandering),
waardoor zich een nieuwe dimensie van leven,
een nieuwe dimensie van het mens-zijn opent.
Ja, de materie zelf
wordt tot een nieuwe wijze van werkelijkheid veranderd.”

(2e Jezusboek, hfd. 9, blz.299, zelf vertaald uit de Duitse editie)
Het verhaal van de vlinder kreeg enkele weken geleden een vervolg
toen mij een folder voor ongediertebestrijding in handen viel.
Daarin stond dat een bedrijf een nieuwe methode had uitgevonden
om insecten (bv. boktor) te bestrijden.
Grote voorwerpen zoals een houten hoogaltaar worden dan
helemaal in plastic ingepakt en vervolgens wordt de zuurstof onttrokken.
Want: elk insect heeft zuurstof nodig.
De luchtgaatjes in onze jampotjes, waarin wij de rupsen deden,
waren dus niet voor niets, dacht ik.

Maar hoeveel mensen – lieve, aardige, goede mensen –
leven vandaag de dag met een deksel zonder luchtgaatjes op hun bestaan.
Ik ben elke keer weer opnieuw geschokt wanneer ik ze hoor beweren:
“Dood is dood. Dan komt niets meer”.
Dat maakt toch alles zinloos.
Een tijdje als een “rupsje nooitgenoeg” rondkruipen kruipen
en  je vol vreten, om vervolgens dood te gaan.
Is dat leven?

Ik ben ervan overtuigd:

Zonder verrijzenis ontbreekt de laatste zin van ons bestaan.
Zonder verrijzenis is er ook geen echte rechtvaardigheid,
want hoeveel boosdoeners ontsnappen niet aan de aardse rechtvaardigheid.
Zonder verrijzenis zullen wij onze dierbaren nooit terugzien.
Zonder verrijzenis is ons geloof waardeloos, zegt ook de apostel Paulus
en hij voegt eraan toe:
“Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd,
zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen”(1 Kor. 15,19)

“Maar zo is het niet!” vervolgt Paulus onmiddellijk.
“Christus is opgestaan uit de doden,
als eersteling van hen die ontslapen zijn”(1 Kor.15,20)

Ons geloof in de verrezen Christus haalt de deksel van het jampotje
waarin ons eigen leven zit opgesloten.
Daarin bestaat de laatste zin van ons leven.
Daarin bestaat de vreugde van Pasen.

Laten wij die vreugde uitstralen,
laten wij door die overtuiging ons leven bepalen.

En misschien dat wij door ons hoopvol leven
ten minste wat luchtgaatjes kunnen maken in de jampotjes van diegenen
die (nog) niet kunnen geloven in de verrijzenis en het eeuwig leven.
Amen.