Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

Openingsweekend Schilbergoctaaf 2017

Openingsweekend Schilbergoctaaf                                       2/3-9-2017

Maria, één van ons

Beste mensen,
Ik heb u vandaag nog een Maria-beeldje meegebracht.
Niet om het befaamde beeldje van Onze Lieve Vrouw van Schilberg concurrentie te maken
– het gaat immers om dezelfde Maria -,
maar om ons iets duidelijk te maken.

Het gaat bij dit beeldje om een voorstelling van Maria,
zoals zij gezien wordt door de indianen van Yauyos – Canete in Peru.

Dit beeldje kreeg ik, toen ik er enkele jaren geleden in Peru was
bij gelegenheid van een priesterwijding van een inheemse jongen
en om daar namens ons bisdom naar de voortgang
van enkele missieprojecten te kijken.

Wij zien Maria afgebeeld met vlechtjes,
zoals de Peruaanse vrouwen ze dragen
en ook het Jezuskind heeft een echt Zuid-Amerikaans kopje.
Maria ondersteunt zijn rechter armtje, dat Hij zegenend omhoog houdt.

Heeft  Maria werkelijk zo uitgezien? Neen.

Maar zij heeft ook niet zo uitgezien als Onze Lieve Vrouw van Schilberg,
met een gebedenboek in de hand
waarin het Latijn het begin van het Wees Gegroet staat.
Het kindje Jezus op haar arm lijkt al minst in groep 4 te zitten,
want het kan al lezen en wijst ons erop,
dat wij dit gebed vaak zouden moeten bidden.

Waarom maakt zich elk volk zijn eigen voorstelling van Maria?
Omdat de mensen haarscherp aanvoelen,
dat Maria niet ver weg is, maar heel dicht bij,
één van ons, die alles begrijpt en alles aanvoelt.

Er zijn tijden geweest in de kerkgeschiedenis,
dat de mensen Maria bijna vergoddelijkten
en dat ze in hun gebeden alleen nog maar aan haar dachten
en niet meer aan God zelf.

Natuurlijk is dit de nooit officiële leer van de kerk geweest,
maar het was wel een verkeerde ontwikkeling van de volksdevotie.
Gelukkig heeft het Tweede Vatikaanse Concilie andere accenten gezet
en ons daardoor geholpen, Maria weer meer als één van ons te zien.

Natuurlijk blijft ze de meest verhevene en de meest volmaakte vrouw,
op wie alle superlatieven van toepassing zijn,
maar zij blijft ook helemaal mens, helemaal één van ons.

Of, zoals de grote marialoog  Professor Beinert  zegt:
“Zij is onze grote Zuster in het geloof”
Zij doet ons voor, wat ons het moeilijkst valt: te geloven.

Geloof vraagt namelijk altijd moed.
Ik moet iets riskeren wat ik niet kan overzien.
Geloven betekent op God te vertrouwen,
wat deze God ook met mij zal doen.

Onze menselijke tragiek bestaat erin,
dat wij deze trouw van het geloof vaak niet volhouden,
als er moeilijkheden komen.
Maria is wel trouw gebleven.

Dat het leven van Jezus gewelddadig zou eindigen,
zag ze al een hele tijd tevoren aankomen.
Maar dat Maria dit verdragen heeft en Hem toch trouw is gebleven
tot het laatst, dat is geloofsmoed.

Van Maria weten wij ook, dat ze bij de boodschap van de engel navroeg,
hoe ze een kind kon krijgen zonder man.
Haar geloof was niet zo maar Hoera en Halleluja.
Zij gebruikte haar verstand, zij had haar vragen.
Maar het vertrouwen dat bij God niets onmogelijk is, was groter.
Ook daarin wil ze onze grote Zuster zijn in het geloof.

Later wij Maria vaker naast staan in plaats van heel ver boven ons.
En als het helpt, om ons daaraan wat vaker te herinneren,
mogen wij ze best afbeelden als één van ons:
met indianenvlechtjes in Peru of met een gebedenboek in de hand
zoals hier in Echt.

En misschien wil dat gebedenboek ons duidelijk maken,
dat wij het hier in Europa nog nodiger hebben dan de mensen in Peru
om eraan herinnert te worden, dat wij niet ophouden te bidden.