Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

Openbaring des Heren – In het kader van het Paasgeheim  

Openbaring des Heren – In het kader van het Paasgeheim  
                                                                                     Echt/St.Joost, 6-1-2019
Op de webpagina van het Augustijns Instituut te Utrecht
(https://www.augustinus.nl/C177-Epi01.html)
heeft Hans van Reisen een korte samenvatting gegeven
van de preken die de heilige Augustinus hield
op het huidige feest van Openbaring des Heren (ook Epifanie genoemd).

Voor Augustinus krijgen de evangelieteksten van Kerstmis en Epifanie
pas hun volle betekenis in het kader van het hele Paasgeheim.

Zo plaatst hij bv. de ster die opgaat bij de geboorte van de Heer
tegenover de zon die verduistert bij zijn kruisdood.
Letterlijk zegt hij:

“Een nieuw licht is aan de hemel in een ster geopenbaard
bij de geboorte van Hem,
bij wiens sterven het oude licht in de zon is bedekt.
Bij zijn geboorte zijn de hemelen van nieuwe luister gaan stralen,
bij zijn dood is de onderwereld van nieuwe vrees gaan beven.”
                                                                                          (sermo 199,3)

In een andere preek komt Augustinus nog eens op de vergelijking
van het begin en het einde van Jezus’ aardse leven terug.

Nu plaatst hij de wijsheid van de zoekende heidenen
tegenover de blindheid van degenen die zich schriftgeleerden noemen.

Augustinus schrijft:

“De wijzen zochten in een vreemd land degene
die de joodse hogepriesters in hun eigen land niet wisten te erkennen.

De wijzen vonden de Verlosser bij de joden als een kind
dat nog niet spreken kon,
die de joodse schriftgeleerden later als leraar geen gezag toekenden.

 

Verder plaatst Augustinus  de eerbiedige openheid van de heidenen
tegenover de brute afwijzing van de Joodse overheid.

 

Vreemdelingen van verre hebben Christus aanbeden als een kind
dat nog niet spreken kon;
zijn landgenoten hebben Hem later gekruisigd
als een volwassene die wonderen verrichtte:

de wijzen hebben Christus als God erkend in het lichaam van een kind;
zijn landgenoten hebben Hem ondanks zijn grote daden
zelfs niet als mens gespaard.

Alsof het wonderlijker was een nieuwe ster bij zijn geboorte te zien schitteren
dan de zon bij zijn dood te zien treuren.”                                    (sermo 200,3)

 

In de bespiegelingen over de gebeurtenissen
aan het begin en aan het einde van Jezus’ leven
ontwaart Augustinus ook eenmaal een subtiele overeenkomst:

Zo ontdekt de grote kerkleraar Augustinus in de heilige Schift,
dat Jezus juist door heidenen aan het begin en aan het einde
van zijn aardse leven als koning van de joden wordt beschouwd.
De eerste keer gebeurt dat door de magiërs uit het Oosten (Matteüs 2,2);
de laatste keer door een heiden uit het Westen.

Augustinus zegt letterlijk:

“Ook Pilatus liet door enig besef van de waarheid
– hoe weinig dat ook was –
tijdens Christus’ lijden het opschrift de Koning van de Joden aanbrengen (Johannes 19,19).
Dat wilden de joden zogenaamd verbeteren,
maar Pilatus zei: ‘Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.’

De magiërs waren heidenen uit het Oosten,
Pilatus was als Romein een heiden uit het Westen.

Zo komt het nu dat toen de koning van de joden werd geboren,
de magiërs daarom zijn getuigen waren waar de zon opgaat;
toen Hij stierf, was Pilatus zijn getuige waar de zon ondergaat.” (sermo 201,2)