Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

Openbaring des Heren 2014

Openbaring des Heren (Driekoningen)                       Echt/St.Joost  5-1-2014

Beelden zijn beter te onthouden dan woorden.
Bij het denken aan het kerstverhaal zien wij dan ook eerder een kerststal voor ons dan de letterlijke tekst van de Bijbel. En daarom denkt bijna iedereen dat de drie wijzen naar de kerststal in Betlehem kwamen.
Ten slotte staan ze toch overal in onze kerken in de kerststal.
Maar in het evangelie van vandaag, het evangelie van Matteüs, staat:
“Zij gingen het huis binnen”(Mt.2,11). De stal is een huis geworden.

De H.Familie had dus intussen een iets betere verblijfplaats gevonden. Misschien wilde zij zich wel voorgoed vestigen in Betlehem, de stad van koning David, uit wiens geslacht de Messias zou komen?
Daar, vanuit Betlehem, kon het Kind in elk geval 40 dagen na zijn geboorte opgedragen worden in de tempel van Jeruzalem, 9 kilometer verder op (Lc.2,22-38).

De wijzen zijn dus niet onmiddellijk na de geboorte bij het Kind geweest, maar minstens een jaar later. Dit volgt uit vers 16, waarin staat dat Herodes in Betlehem en omgeving alle jongens liet vermoorden van twee jaar en jonger, in overeen­stemming met de tijd waarnaar hij de Wijzen nauwkeurig had gevraagd.

Onmiddellijk na het bezoek van de Wijzen vluchtte de H.Familie dan nog net op tijd naar Egypte.

Maar belangrijker dan de chronologische volgorde is de reactie van de mensen toen op het nieuws van de Messias. Gedragingen herhalen zich immers keer op keer. Het gedrag van de mensen toen houdt ons mensen vandaag een spiegel voor. Bij welke groep hoor ik: bij de schriftgeleerden of bij de wijzen?

De schriftgeleerden kunnen wel feilloos de geboorteplaats van de Messias opdreunen, maar nemen niet de moeite even in het 9 kilometer verder liggende dorpje Betlehem hun bevindingen te chekken.

Hun enthousiasme voor het geloof, hun passie voor God, is al lang verdwenen. Zij spreken hun geloofswaarheden nog mechanisch uit, maar beseffen niet meer wat zij zeggen. Waaraan zou het liggen dat hun hart niet meer geraakt werd door wat hun verstand nog kon opdreunen?  Zou dat niet – zoals altijd in het geestelijk leven-  komen door een langzaam verlopend proces van gemakzucht en ontrouw tegenover God?

De andere groep zijn de Wijzen. Zij hadden een hele tocht  achter de rug. Wel een beetje meer dan die laatste 9 kilometer.
Wat heeft hen ertoe gebracht hun thuisland achter te laten, een gevaarlijke reis te ondernemen en dat alles zonder tevoren te weten hoe het af zou lopen?

Passie. Hun hart was vol passie. Vol van verlangen om zich aan Iemand helemaal te kunnen geven. Aan Iemand die groter was dan zij. Want al kenden ze waarschijnlijk de Bijbel niet, zij beseften vanuit hun natuurlijke wijsheid: pas als ik mij helemaal geef aan Iemand die werkelijk veel groter is dan ik, wordt ik echt gelukkig, kan ik pas mij diepe innerlijke vrede vinden.

Een andere wijze man, de H.Augustinus, heeft dit 400 jaar later bevestigd: “God, Gij hebt ons naar U toe geschapen en onrustig is ons hart, totdat het rust in U”.

Bij welke groep hoor ik? Bij welke groep wil ik horen?
Wil ik echt wijs zijn, zo wijs als de Wijzen van toen?