Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

Opdracht van de Heer (Maria Lichtmis)

Opdracht van de Heer (Maria Lichtmis)                                    Echt/St.Joost  2-2-2014

Een kind wordt aan God opgedragen. Dat is een reden tot vreugde.
In Gods huis gaat het dan feestelijk eraan toe en iedereen is blij.

Dat was toen zo, toen het kind Jezus in de tempel van Jeruzalem werd opgedragen. En dit is vandaag ook nog zo, wanneer een kind voor het doopsel naar de kerk wordt gebracht.

Natuurlijk, toen ging het om een bijzonder kind, om de Zoon van God.
Nu gaat om ons en onze kinderen. Wij zijn niet van nature zonen en dochters van God, wij worden pas door het doopsel tot zijn adoptiefkinderen gemaakt.

Maar naast dit belangrijke verschil zijn er opmerkelijke overeenkomsten
tussen de opdracht van de Heer en onze kinderdoop;
overeenkomsten die ons veel over het belang van de kinderdoop kunnen vertellen.

  1. Maria en Jozef volgden zoals alle Joden de Joodse Wet en droegen hun kind vrij snel na de geboorte aan God op, 40 dagen later om precies te zijn.

    Daarmee gaven ze ons het voorbeeld dat wij niet te lang moet wachten met het doopsel van onze kinderen en dat het kiezen voor een bepaalde geloofsrichting op de eerste plaats de verant­woording van de ouders is.
    Dat je niet neutraal kunt opvoeden en zeggen, dat hij het later maar zelf moet beslissen. Zelfs Jezus die wij in zekere zin de grondlegger van een nieuwe godsdienst kunnen noemen, bouwde verder op wat hij door de keuze en de opvoeding van zijn ouders had meegekregen.

 

Het is dus vanouds de verantwoording van de ouders de basis te leggen voor het geloof van hun kinderen. Pas op die grondslag kan de dopeling later zijn eigen, bewuste keuze maken.

  1. Het was een vreugdevol gebeuren: de opdracht van Jezus in de tempel.
    Niet alleen bij zijn ouders, maar ook bij de gelovigen.
    Ook een doopsel is aanleiding tot vreugde voor de gehéle kerkgemeenschap en niet alleen voor een kleine, gesloten familiekring.

    Want niet alleen de ouders verwachten een kind, in zekere zin verwacht ook de kerkgemeenschap elk kind dat voor het doopsel wordt aangeboden.
    Zoals elk kind voor de mensheid in het algemeen de belofte in zich draagt
    van het goede, van het mooie, van het pure,
    zo geldt dit ook voor een godsdienst­gemeenschap in het bijzonder.

    Wij zien dat zo mooi in het evangelie van vandaag: Simeon en Hanna, de twee hoogbejaarden, zij stonden al te wachten op het Kind.
    En zij stonden niet alleen te wachten, zij hadden ook een uitgesproken verwachting van dit Kind. Zij verwachtten dat het eens als “een licht is dat voor de heidenen straalt”.

    Is dit in onze tijd niet ook vaak zo? Dat vooral de opa’s en oma’s verlangend ernaar uitzien dat hun kleinkinderen gedoopt worden, dat zij wensen dat deze kinderen eens het licht zijn in een maatschappij die opnieuw weer heidens is geworden.
    En niet alleen hun eigen opa’s en oma’s wensen dit, maar de hele kerk­gemeenschap. Welke pastoor zou niet blij zijn, eens een kind gedoopt te hebben dat zich later ontwikkelde tot een echt licht in kerk en maatschappij?

 

De kerk ontsteekt dan ook een doopkaars als symbool voor het  geloofslicht in de dopeling en bidt dat het geloofslicht brandend blijft.

Zij legt een smetteloos witte doopsprei op als teken van de smetteloze ziel van het kind en bidt en hoopt dat die ziel in de loop van het leven steeds weer in deze toestand teruggebracht zal worden door bekering en verzoening met God.

 

Het doopsel is dus niet alleen voor de dopeling zelf van belang,
of alleen voor zijn familie, het doopsel is belangrijk voor de gehele kerkgemeenschap.

  1. Ouders kunnen nogal verbaast zijn als zij zich bewust worden, hoe belangrijk het doopsel is, hoeveel van de dopeling en van hun wordt verwacht.

    Ook over Maria en Jozef staat er geschreven: “Zijn ouders stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd”.

    Ouders mogen blij zijn, tot zo’n geweldige taak geroepen te zijn:
    dat zij lichtbrengers mogen opvoeden voor een wereld vol duisternis!
    Maar zij zullen ook meemaken, dat dit licht niet altijd welkom is.
    De duisternis van het egoïsme, van de zonde, kan geen licht verdragen.
    En daarom zullen zij even als Maria meemaken,
    dat ook hun ziel soms doorboord wordt, wanneer ze ervaren
    dat hun gelovig kind niet overal welkom is, niet overal op toestemming stoot.

 

Maar, hoe was nog het gezegde:Het kwaad kan alleen daarom terrein winnen, omdat de goeden te laf zijn.

Laten wij daarom vandaag op het Feest van Maria Lichtmis
onze hemelse Moeder aanroepen ons te helpen,
dat wij onze kinderen standvastig door het leven begeleiden
en in hun geloof ondersteunen,
hen die wij eens bij het doopsel aan God hebben opgedragen.