Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

Kerstpreek 2015 – De afstand tot God door Hemzelf overbrugd

Heeft u een hondje thuis? Velen van u, denk ik, wel.
Dan vertel ik u niets nieuws wanneer ik zeg, dat zo’n dier aardig wat dingen aanvoelt.
Of u bv. verdrietig bent of blij. Of u tevreden bent met zijn of haar gedrag
of net boos over wat hij nu al weer heeft uitgehaald.

Maar kunt u met uw hond ook de zorgen delen over de toekomst van uw kinderen,
geeft hij u raad als u zit met een probleem?
En omgekeerd, vertelt uw hond u,
dat hij gedroomd heeft over het mooie teefje van twee huizenblokken verder?
Of dat hij met kerstmis toch wel eens wat andere brokjes wil als kerstdiner?

Neen, dat is niet mogelijk.
De afstand van de mens tot een dier is altijd groter dan de paar punten van overeenkomst.
En hoe verder een levend wezen van de mens afstaat, hoe onmogelijker het is
om elkaar aan te voelen en te begrijpen.
Of weet u nou of een regenworm ook vlinders in de buik heeft als hij verliefd is?
En zou een onzelieveheersbeestje – ondanks zijn naam –
wel ooit van Onze Lieve Heer hebben gehoord?

Neen, de afstand tussen mens en dier is groter dan wij denken.
De Bijbel vermeldt het meteen op een van haar eerste bladzijden:
“Een hulp die bij hem paste, vond de mens niet”.
Alleen bij een ander méns is deze afstand af en toe overbrugbaar.
Alleen bij een ander méns kun je aanvoelen wat hij of zij voelt,
kun je je in zijn of haar gedachten inleven.
Alleen door een ander méns kun je zelf begrepen worden en aanvaard.
Daarom riep Adam zo enthousiast uit toen hij zijn Eva kreeg:
“Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees”, wat betekent:
“Eindelijk iemand die is zoals ikzelf en die mij begrijpt”.

Is de afstand van de mens naar de dieren al enorm groot,
zo is de afstand van de mens naar de veel hogere wezens,
naar geestwezens zoals de engelen nog veel groter,
laat staan naar God zelf.

Wij hebben wel woorden voor alle mogelijke eigenschappen van God,
maar is hun inhoud niet veel groter dan wij ons kunnen voorstellen?

  • Wij noemen God goed en rechtvaardig
    en tegelijkertijd barmhartig en vergevings­gezind,
  • Wij belijden dat Hij de Schepper is van hemel en aarde
    en tegelijkertijd geloven wij dat Hij ieder van ons persoonlijk nabij is
  • Wij zeggen dat Hij almachtig is, alwetend en alomtegenwoordig
    en dat Hij nooit zelf het kwade voortbrengt
    en tegelijkertijd zitten wij met de vraag
    waarom Hij het kwade in de wereld wel toelaat.

En wanneer wij ons al deze eigenschappen van God samen willen voorstellen,
dan begint het ons te duizelen,
dan beginnen wij te beseffen hoe groot de afstand is tussen ons en Hem.

Hoe zouden wij God ooit kunnen aanvoelen?
Hoe zouden wij ons ooit door Hem begrepen en aanvaard kunnen voelen?
Hij is toch zo anders.

Om hier een eind aan te maken, kwam God ons tegemoet,
overbrugde Hij vanuit zichzelf die oneindige afstand tussen Hem en ons.
God werd één van ons, God werd mens.

Hij werd een mens zoals wij, met het verlangen om lief te hebben
en met de hoop ook zelf bemind te worden.
Hij werd een mens met teleurstellingen en verdriet,
maar ook met diepe vreugde en vast vertrouwen.
Hij werd een mens die als kind verzorging, opvoeding en onderwijs nodig had
en die later een vak leerde om in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.
God werd mens die de meest alledaagse dingen ervoer zoals honger, dorst en slaapbehoefte.

Hij werd mens in Jezus Christus en Hij legde dit mens-zijn nooit meer af.
Want Jezus nam zijn mensheid mee naar zijn goddelijke heerlijkheid.

En daarom hebben wij nu een God met een menselijke gezicht.
Een God die wij kunnen aanvoelen
en van wie wij overtuigd mogen zijn dat Hij ook ons aanvoelt.
Ja, dat Hij ons heel precies aanvoelt, want Hij heeft het allemaal zelf meegemaakt.

Van ons wordt niet gevraagd om over een verre en abstracte God te speculeren
die ons verstand toch te boven gaat.
Van ons wordt gevraagd Jezus Christus steeds meer te willen leren kennen
door naar de Bijbelverhalen over Hem te luisteren.
Door Hem te zoeken met ons voorstellingsvermogen
en met Hem te spreken in ons gebed.

Want van deze mens geworden God mogen ook wij vandaag zeggen:
“Eindelijk been van mijn gebeente, en vlees van mijn vlees.
Eindelijk een God die mij begrijpt en aanvoelt.” Amen.