Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

Maria Tenhemelopneming- Een theologische onderbouwing

 

Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming                    Dinsdag 15-8-2017

Op 1 november 1950 kondigde paus Pius XII het Geloofsdogma af,
dat Maria met lichaam en ziel tot de hemelse glorie is opgenomen.

 

Dit dogma heeft de paus niet zo maar afgekondigd,
maar hij heeft tevoren alle bisschoppen geraadpleegd
en kerkvaders en theologen bestudeerd.
Zij konden dan ook aantonen
dat dit geloofsfeit al vanaf het vroegste begin van de kerk werd geloofd.

Een zeer oude schrijver (Modestes van Jeruzalem) schrijft bv.:

“Dus wordt Maria als de roemrijkste Moeder
van Christus onze Verlosser en God, die leven en onsterfelijkheid uitdeelt,
door Christus zelf in leven gehouden.

In eeuwigheid is zij naar haar lichaam in onvergankelijkheid aan Christus gelijk,
die Haar uit het graf opwekte en tot zichzelf opnam
op de wijze die Hem alleen bekend is”. (Tekst grammaticaal aangepast)

De heilige Bonaventura past later de volgende Schrifttekst uit het Hooglied
toe op Maria:

“Wie is zij, die opstijgt uit de woestijn, overvloeiend van geneugten,
steunend op haar beminde” (Hoogl. 8, 5),

En Bonaventura vervolgt dan:

“Hieruit kan men vaststellen, dat Maria naar haar lichaam daar boven is ……
Want …… de zaligheid zou immers niet volmaakt zijn,
als men niet persoonlijk in de hemel is.
En omdat nu een persoon niet alleen uit de ziel,
maar uit de verbinding van ziel en lichaam bestaat, is het duidelijk
dat Zij volgens beider verbinding daar is.
Anders toch zou Zij niet het volkomen hemelgenot smaken”. 

Op analoge wijze spreekt de H. Franciscus van Sales.
Na de verzekering dat het ongeoorloofd is te twijfelen aan het feit,
dat Jezus Christus op de meest volmaakte wijze
het goddelijk bevel aan de kinderen om hun ouders te eren ten uitvoer bracht,
stelt hij zich de vraag:

“Welke zoon zou, als hij het vermocht, niet zijn moeder ten leven roepen
en haar na haar dood niet opnemen in het Paradijs?” 

En de H. Alfonsus schrijft:

“Jezus wilde niet, dat Maria’s lichaam zich na haar dood ontbond,
want het zou Hem zelf tot schande strekken, als het maagdelijke lichaam,
waaruit Hij zelf het vlees aannam, tot bederf was overgegaan” 

De paus concludeert:
Al deze bewijsvoeringen en beschouwingen van de kerkvaders
en godgeleerden steunen in laatste instantie op de H. Schrift:

deze immers stelt ons de zegenrijke Moeder Gods voor ogen
als ten nauwste verenigd met haar goddelijke Zoon,
en te allen tijde aan zijn lot deelachtig.

En daarom schijnt het vrijwel onmogelijk
ons Maria voor te stellen als na dit aardse leven van Christus gescheiden,
zij het dan niet naar de ziel, dan toch naar het lichaam.

Welnu: Christus kòn Haar met die hoge eer
van vrijwaring voor het doodsbederf onderscheiden;
dus moet men geloven, dat Hij het inderdaad heeft gedaan.

 

Bron: Apostolische constitutie van Pius XII, Munificentissimus Deus (= De allervrijgevigste God)