Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

Allerheiligen 2014

Allerheiligen 2014                                   Echt/St.Joost zaterdag 1-11-14

Wanneer je vandaag iemand vraagt of hij of zij heilig wil worden,
dan zul je in de meeste gevallen een meewarige glimlach krijgen
en het commentaar: “Nee, bedankt. Veel te vermoeiend. En bovendien, ik kom toch wel in de hemel”.

Hoe komt het toch dat Gods oproep aan alle gelovigen:
“Wees heilig, want ik ben heilig”
– een oproep die zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament staat – (Lev. 19,2 / 1 Petr. 1,15), velen van ons zo weinig aanspreekt?

Ik denk dat er verschillende grote misverstanden een rol spelen:

  • Een eerste misverstand bestaat erin te veronderstellen
    dat heiligheid alleen maar voor ‘professionals’ is bedoeld,
    en niet voor gewone mensen. Neen, de reeds aangehaalde oproep tot heiligheid is aan iedereen gericht, en het Tweede Vaticaans Concilie heeft dat nog een keer met grote nadruk onderstreept.
  • Een tweede misverstand bestaat erin te geloven
    dat heiligheid vooral inhoudt zich alle mogelijke dingen te ontzeggen. Men heeft een of ander heilige voor ogen
    en denkt alleen maar eraan wat deze heilige niet had of niet mocht doen. En men vergeet wat deze mensen vaak aan grote innerlijke vreugde en vrede ervoor terugkregen, veel meer dan de doorsnee­burger. Jezus heeft dit toch heel duidelijk beloofd:
    Iedereen die zijn huis, broers of zusters,
    vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven
    om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen
    en eeuwig leven ontvangen” (Mt.20,29).
  • Een derde misverstand bestaat erin heiligheid als een prestatiezaak te zien. En als dan je goede voornemens niet meteen lukken, teleurgesteld elke inspanning te staken.
  • Een vierde misverstand die met de derde nauw samenhangt, bestaat erin vanwege onze menselijke zwakheid de door God gegeven oproep tot heiligheid aan te passen en
    – tegen meerdere zeer ernstige Schriftplaatsen in – te beweren: Wij komen toch allemaal in de hemel.
    De grote apostel Paulus was daarin een heel stuk terughoudender, wanneer hij schrijft:
    “Ik oordeel niet eens over mijzelf. Want al ben ik mij van niets bewust, daarom ga ik nog niet vrijuit. De Heer is het die over mij oordeelt. Oordeelt dus niet voorbarig, voordat de Heer gekomen is” (1 Kor. 4, 3b – 5a)

Nadat wij nu verschillende misverstanden over heiligheid de revue hebben laten passeren, kunnen we ons afvragen:
Hoe moeten wij de oproep tot heiligheid dan wel zien?

Misschien helpt ons de etymologische betekenis van het woord “heilig”.  “Heilig” komt namelijk van “heel”, en wie wil niet heel zijn?
Al de verwondingen die onze ziel heeft opgelopen door anderen
die wij maar moeilijk kunnen vergeven;
de stommiteiten en zondige dingen die wij in ons leven hebben gedaan en die littekens achterlieten op onze ziel;
al die middelmatige pogingen om iets goeds te doen in deze wereld;
zij allen vragen om genezing, om heelheid, om heiligheid.

God wil ons deze heelheid schenken. Hoe bemoedigend is de (tweede) lezing vandaag, waarin wij Johannes horen zeggen:

 “Vrienden, Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!
Wij worden kinderen van God genoemd en wij zijn het ook”
(1 Joh.3,1)

Wij allen zijn bij ons doopsel die kinderen van God geworden,
en op dat moment waren wij volmaakt heel, geheel heilig.

In de loop van ons leven zijn er door ons eigen toedoen
waarschijnlijk heel wat krassen op onze ziel gekomen,
maar als wij ons telkens weer die liefde van de hemelse Vader bewust maken,
als wij ons door die goddelijke liefde laten aantrekken,
dan zal zij ons heel maken, heilig maken
en zullen wij uit dankbaarheid met die hemelse Vader mee willen werken om ook anderen heel, heilig te maken.

Heiligheid is immers veel eerder een liefdesverhaal
dan een prestatieverhaal, zoals Jezus zelf het heeft duidelijk gemaakt:

“Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden.” (Joh.15,9b -11).