Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

8e zo dh jaar A- Geen boodschappenlijst meer?

8e zo dh jaar A- Geen boodschappenlijst meer?   Echt/St.Joost, 16-2-17

Evangelie: Maakt u geen zorgen wat ge zult eten … (Matteüs, 6,24-34)

Het is vaak heel gemakkelijk om tegen iemand te zeggen:
“Maak je maar geen zorgen”.
Alsof je de innerlijke zorgenknop zo maar kunt omdraaien!

En toch horen wij Jezus dit vandaag zeggen:

“Wees niet bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten en wat ge zult drinken,
en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken”(Mt.6, 25,a).

Betekent dit nou dat wij nooit meer boodschappenlijstjes mogen opstellen,
nooit meer onze diepvries mogen vullen
en alleen maar in afdankertjes mogen rondlopen?

Neen.
Uit de context blijkt dat wij die dingen alleen niet mogen najagen
zoals mensen die God niet kennen (vers.32a).

Uit de context blijkt dat wij aan die dingen niet de plaats mogen geven
die alleen God toekomt.
De echte God en de afgod (de mammon),
tot wie wij het geld en het materiële kunnen maken,
kunnen namelijk niet naast elkaar bestaan.

Bij de oproep van Jezus om niet bezorgd te zijn gaat het dus vooral
om een relativering van het aardse, niet om een verbod.
De sleutelzin is dan ook vers 33:

“Zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid:
dan zal dat alles u erbij gegeven worden”
.

In de gewone taal uitgedrukt luidt die zin:

Houd je bezig met Gods nieuwe wereld en doe wat God van je vraagt.
Dan zal God je al de andere dingen ook geven.

Blijft alleen één probleem.
Wat is met de mensen die creperen van de honger,
met mensen die werkelijk niets hebben aan te trekken tegen de kou?
Geld voor hen dan ook nog de oproep van Jezus
om eerst het Koningrijk van God te zoeken?

Sommige heiligen hebben dit inderdaad
in de meest extreme situaties klaar gespeeld
en bv. hun schaarse voedsel met anderen gedeeld.

Maar ik denk, dat de oproep van Jezus zich dan vooral richt
tot de andere christenen, tot ons.

Het bouwen aan het Koninkrijk van God
houdt namelijk ook materiële hulp in.
Paus Pius XII verklaarde al (in 1941) dat de kerk al 2000 jaar lang
in alle tijdperken en bij alle volken bezig is
om door landbouwende monniken,
door vrijkopen van slaven,
door ziekenverpleging,
door geloofsbrengers
en door brengers van beschaving en wetenschap
sociale toestanden te scheppen,
die in staat zijn voor allen
een mens- en christenwaardig leven mogelijk te maken (vgl. CKK 1942)

En de grote catechismus vat dit samen door te zeggen:

Door de geestelijke gaven van het geloof te verspreiden
heeft de kerk [ook] de ontwikkeling van de tijdelijke goederen begunstigd,
waartoe ze dikwijls nieuwe wegen heeft geopend.

Zo is in de loop van de eeuwen het woord van de Heer bewaarheid:
“Zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid;
dan zal dat alles u erbij gegeven worden” (Mt.6,33) (CKK 1942).