Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

6e zo na Pasen  B – I love you to the moon and back   

6e zo na Pasen  B – I love you to the moon and back    Echt/St.Joost, 6-5-18

Wanneer pasverliefden hun liefde voor elkaar willen omschrijven,
dat grijpen ze graag naar superlatieven.
Zo las ik kort geleden op een t-shirt:  “I love you to the moon and back” .

Het is natuurlijk een prachtige omschrijving als je je liefde wilt vergelijken
met de afstand naar de maan en terug: 384.400 km x 2, om precies te zijn.

Maar intussen zijn al 12 astronauten op de maan geweest
en begint het idee van een haast oneindige afstand te slinken.
Om nog maar te zwijgen over de niet-materiële dingen zoals het licht.
Dat heeft voor de afstand naar de maan maar 1,28 seconden nodig.

Dus als je het over een echte superlatief van liefde wilt hebben,
dan moet je bij Jezus zijn.

“Zoals de Vader Mij heeft liefgehad”, zegt Hij ons vandaag,
“zo heb ook ik u liefgehad”(Joh.15,9ab).

Daar mogen wij niet te snel overheen lezen.
Laten wij dat ook even analyseren net als de afstand naar de maan.

Hoelang
zal God, de Vader de Zoon hebben liefgehad?
Eeuwig! Daarvan kunnen wij ons helemaal geen idee vormen:
eeuwig: dat is altijd, zonder begin, zonder adempauze, een eeuwig Nu.

Met hoeveel aandacht zal God, de Vader de Zoon hebben liefgehad?
Met nooit verslappende aandacht! 
Ook daarvan kunnen wij ons geen echt idee vormen wat het heet,
nooit in je aandacht na te laten, nooit in je intensiteit af te nemen,
nooit in je gedachten af te dwalen.

“Zoals de Vader Mij heeft liefgehad” is inderdaad een bodemloos superlatief,
een die nooit overboden kan worden.

En nu komt het:
Met dezelfde onvoorstelbare maat aan liefde,
met dit non plus ultra aan liefde heeft de Zoon, heeft Jezus, zijn leerlingen liefgehad.

En Hij voegt er onmiddellijk aan toe: “Blijft in mijn liefde” (vers 9c).
Waarom voegt Jezus dit “Blijft in mijn liefde” in één adem eraan toe?

Om ons twee dingen duidelijk te maken:

  • Dat ieder die “in zijn liefde blijft” zich als zijn leerling mag zien.
  • En dat niet Hij het is, die in zijn eeuwig constante liefde
    een onderscheid maakt aan wie Hij zijn liefde schenkt en aan wie niet,
    maar dat het hooguit wijzelf zijn die niet in zijn liefde blijven.

En hoe weten wij dat wij in zijn liefde zijn? Zijn antwoord:

“Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven,
gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden,
in zijn liefde blijf”(vers10).

O nee, daar heb je ze weer: de geboden,
waarmee wij mensen zoveel moeite hebben.

Jezus weet dat.
Hij weet hoe weinig het besef van zijn oneindige goddelijke liefde
vaak tot ons doorgedrongen is.
Hij weet hoe snel wij terugvallen in een denken,
dat ons als dienaren van een strenge Heer ziet (vgl. vers15)
die ons geen vreugde gunt.

Neemt Hij daarom iets van zijn geboden terug?
Is Hij tot een compromis bereid? Neen.
Hij neemt niets terug van zijn geboden,
maar wel maakt Hij duidelijk dat wij geen vreugde zullen missen.
Daarom voegt Hij eraan toe:

“Dit zeg Ik u, opat mijn vreugde in u moge zijn
en uw vreugde volkomen moge worden”(vers 11).

En dan vat Hij alle geboden samen door te zeggen:
“Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad”  (vers12).

Daar is het weer: dat non plus ultra aan liefde als maatstaf,
maar nu ook voor ons, zijn leerlingen.
Zoals de Vader de Zoon heeft liefgehad, en de Zoon ons,
zo moeten ook wij elkaar lief hebben.

Maar wij zijn toch niet goddelijk!  Hoe kunnen wij dat ooit volbrengen?

Wat Jezus daarvan zegt, kunnen wij misschien samenvatten met:
Ga aan de slag. Breng vruchten voort.
“Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn naam vraagt”(vgl. 13-16).