Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

6e zo dh jaar B – Lekker geurtje

6e zo dh jaar B – Lekker geurtje                              St.Joost/Echt, 15-2-2015

Vandaag beginnen wij met een quizvraag:
Welk van de 5 zintuigen speelt in het evangelieverhaal van de melaatse een belangrijke rol, maar wordt niet vermeld?

De reukzin.  Mensen die aan de vreselijke ziekte lepra lijden,
ruiken meestal heel sterk naar rottend vlees.
Van de heilige pater Damiaan, de beroemde leprapater, wordt verteld, dat hij daarom is begonnen een pijp te roken.
Om de stank te boven te komen.

Jezus overwint onmiddellijk zijn natuurlijke reactie
(want waarom zouden wij eraan twijfelen
dat Jezus een goede reukzin had) en raakt de zieke zelf aan.

In mijn bijna 30-jarig priesterleven heb ik het huidige evangelie
natuurlijk al heel wat keer gelezen, maar pas deze week viel mij op,
dat de reukzin daarin een belangrijke rol gespeeld moet hebben.
Dat kwam niet zomaar, dat had een reden.

Donderdag kwam ik ’s ochtends vanuit de huiskapel naar beneden.
Met een blik uit het raam zag ik, dat er rijp op het gazon lag
en dat het die nacht gevroren had.
Toen ik de voordeur passeerde, viel mij iets vreemds op.
Er bevond zich iemand in het voorportaal van de pastorie.
Ik deed de deur open en zag er een vrouw met een paar plastic tassen
en een deken op de grond.
Zij had de hele nacht in de bittere kou in het voorportaal doorgebracht.
Zij bibberde zozeer, dat ze aanvankelijk niet in staat was te spreken.
De stank was penetrant en aan haar smerige jas was duidelijk te zien,
dat dit niet de eerste nacht op straat was geweest.
Maar indachtig het evangelie van dit weekend,
dat ik al in het begin van de week had doorgenomen,
voelde ik dat ik niet op veilige afstand kon blijven.
Ik heb ze dus de spreekkamer binnengehaald
om ze te laten opwarmen bij een kop koffie.
Zij was zo stijf van de kou, dat ze meerdere minuten nodig had
om te gaan zitten.
Helaas leverden de moeizame gesprekken met haar niet veel op
en uiteindelijk werd ze onrustig en wilde ze verder trekken.
Ik kon haar gelukkig nog mijn isoleermat meegeven
die ik in allerijl op de zolder heb gevonden.
De herinnering aan haar en aan het feit,
dat dit letterlijk voor onze huisdeur kan gebeuren, hier in Echt,
dat mensen bijna doodvriezen, heeft mij de hele dag beziggehouden.
En weet u, wat mij steeds weer aan haar liet denken?
Die vreselijke stank die nog een hele tijd in de spreekkamer hing.

Nu kan zij daar niets aan doen.
Bovendien, dat weten wij allen uit eigen ervaring,
elke mens went aan zijn eigen geur en zal die niet opmerken.

Los van die arme, dakloze vrouw
en zonder enig oordeel over haar te willen uitspreken,
wil ik nog even bij dit geurrijke onderwerp blijven stilstaan.

Reuk, of het nu gaat om een welriekende geur of om gewone stank,
kan ook als beeld worden gezien voor geestelijke dingen.

Wanneer Paulus het heeft over de verspreiding van Christus’ naam
als een welriekende geur (2 Kor. 2,14), dan is het duidelijk,
dat hier de geestelijke betekenis van geur bedoeld is.

Nu wordt er sinds oude tijden aan het evangelie van vandaag,
naast de letterlijke betekenis van de genezing van een melaatse,
ook een geestelijke betekenis gegeven.
Het verzoek van de zieke: “Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen” (Mc.1,40),
kan ook door ieder van ons herhaald worden
als wij beseffen dat wij gezondigd hebben.

Maar met de zonde is het net als met stank.
Voor Christus stinkt de zonde verschrikkelijk,
maar wij kunnen er gemakkelijk aan wennen.
En als anderen in dezelfde zonden leven,
zullen wij hun geestelijke stank ook niet opmerken.
Integendeel, wij voelen ons vaak nog bevestigd door dezelfde nestgeur.

Daarom is het belangrijk, niet naar anderen te kijken, maar naar de Heer.
De enige die kan zeggen: “Ik wil, word rein”(Mc.1,41).

Dan kunnen wij steeds opnieuw, naast de lekkere geurtjes van de drogist,
ook de “geur van Christus” verspreiden. Amen.