Alle parochianen worden uitgenodigd voor de jaarlijkse clustermis, dit jaar op maandag 14-1 om 19.00 uur in Koningsbosch !

6e zo dh jaar A – Het stokpaardje van Jezus

6e zo dh jaar A – Het stokpaardje van Jezus                   Echt, 12-2-2017

In de bekende Maffiafilm “The Godfather”,
die titel betekent – letterlijk vertaald – “de peetvader”,
is de aankomende nieuwe Maffiabaas inderdaad als peetvader aanwezig
bij de doop van zijn neefje.

Juist op het moment dat de priester vraagt: “Verzaakt u aan de satan?”
en de peetvader dit bevestigt,
worden in zijn opdracht al zijn tegenstanders vermoord.

Dit is natuurlijk een zeer extreem geval
van een tegenspraak tussen uiterlijke schijn en innerlijk denken,
van een tegenspraak tussen daad en hart,
maar het niet menen van wat je zegt, doet zich vaker voor dan je denkt.

Jezus heeft er als het ware zijn stokpaardje van gemaakt,
om op de discrepantie tussen daad en hart te wijzen.
Er bestaan verschillende variaties van deze discrepantie.
Zo kun je denken, dat iets pas erg is, als een daad gesteld is,
en dat de gedachten in je hart er niet toe doen.

Jezus zegt ons:
Neen, niet pas de uiterlijke daad is slecht, het begint al in het hart.

Gij hebt gehoord, dat tot onze voorouders is gezegd: “Gij zult niet doden”.
Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. 
Maar Ik zeg u: Al wie vertoornd is op zijn broeder,
zal strafbaar zijn voor het gerecht…(Mt.5,21-22a).

Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen.
Maar Ik zeg u: Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren,
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd” (Mt.5, 27-28).

Ook de omgekeerde redenering bestaat:
Dat je denkt, dat een goede daad het belangrijkste is,
ongeacht de motieven van je hart.
Ook daarvan zegt Jezus: je bedoelingen moeten zuiver zijn.

Wanneer gij een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit,
zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat,
opdat zij door de mensen geprezen worden” (Mt.6, 2).

Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen,
die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden
om op te vallen bij de mensen… (Mt.6, 5a).

of

Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen,
zij verstrakken hun gezicht
om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn… (Mt.6,16a).

Het stokpaardje van Jezus om op de discrepantie
tussen daad en hart te wijzen, is trouwens niet nieuw.
Jezus staat daarbij helemaal in lijn met de profeten van het Oude Testament.
Ook die wijzen namens God de uiterlijke offers af,
als ze niet komen uit een zuiver hart, uit een hart met oprechte bedoelingen.

Het gaat dus blijkbaar om een gevaar dat in alle tijden op de loer ligt,
een worsteling waarmee ieder mens bij tijd en wijle te maken krijgt.

Waarom dan toch moeite doen, om de tegenspraak
tussen uiterlijke schijn en innerlijk denken weg te werken,
waarom moeite doen, daad en hart in overeenstemming te brengen?

Omdat de beloning zo mooi is.
Zij bestaat in een nauwere verbondenheid met God,
in het geluk van een Godservaring, niet alleen later, maar soms ook hier al.

Want dat heeft Jezus zelf beloofd:                                     
“Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien”(Mt.5,8)