Bijbelavond: Tobias ontmoet de engel Rafaël. Geef je tijdig op bij r.kanke@home.nl Zie verder bij nieuws.

5e zo dh jaar C – Altijd visser en visje tegelijk

5e zo dh jaar C – Altijd visser en visje tegelijk                  Echt/St.Joost, 10-2-19

Een van de vragen die het evangelie van de wonderbaarlijke visvangst oproept,
is de vraag
waarom sommige mensen blijkbaar
de rol van de visser krijgen en andere die van de visjes.

Hetzelfde geldt trouwens ook voor het beeld
van de herder en de schapen.
Waarom moeten sommigen de rol van de herder op zich nemen
en anderen die van de schapen?

De verhouding tussen visser en vissen
respectievelijk die tussen herder en schapen
suggereert een ongelijkheid, suggereert dat de één beter is dan de ander.

Niemand vindt het echter leuk een nummer in een grote kudde te zijn
en iemand boven zich te moeten erkennen.

Daarom is het belangrijk, dat wij hier een vooroordeel uit de weg ruimen:
In de kerk is niemand alleen maar visser of herder
en niemand alleen maar visje of schaapje.

Christus is de enige die alleen maar visser of alleen maar herder is.
Wij allen zijn altijd beide tegelijk, ook al is dat dan op verschillende manieren.

Voordat Petrus bv. tot mensenvisser werd,
werd hij zelf gevangen door zijn fascinatie voor Jezus.

En telkens opnieuw heeft de Heer hem
uit de diepte van zijn menselijker zwakheid gevist,
wanneer hij weer eens de mond te vol had genomen.

Een keer werd hij zelfs letterlijk uit het water gevist,
toen hij over het water liep, angst kreeg en bijna dreigde ten onder te gaan.

En vooral na zijn verloochening heeft de Heer hem
uit zijn diepe ellende gevist.

Petrus moest leren wat het betekent
om uit een afgrond omhoog getrokken te worden,
om te leren wat het betekent mensenvisser te zijn.

Petrus moest de ervaring opdoen een verloren schaap te zijn,
om te leren een goede herder te zijn.

Wanneer dus alle gedoopte mensen op verschillende manieren
tegelijkertijd geviste mensen en vissers zijn,
dan ontstaat een breed veld aan taken ook voor de leken.

Wij priesters zijn vaak beter erop voorbereid om herders te zijn dan vissers.
Wij vinden het eenvoudiger om mensen die naar de kerk komen
met woorden en sacramenten te voeden
dan naar buiten te gaan en degenen te zoeken die veraf staan.

Daardoor is de rol van de visser voor een groot deel niet ingevuld
en is de medewerking van de lekengelovigen zo enorm belangrijk.

Zij hebben door hun directe integratie in de maatschappij
tot veel meer plaatsen toegang dan wij priesters.

Nadat Petrus en degenen die met hem in de boot zaten,
op het woord van Jezus hun netten hadden uitgeworpen,
vingen ze zo’n groot aantal vissen dat de netten dreigden te scheuren.
“Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen” (Lc.5, 7b).

Ook vandaag nog wenken de opvolger van Petrus en allen
die met hem in de boot zitten – bisschoppen en priesters – 
de lekengelovigen opdat ze hen komen helpen.

Zo formuleerde het eens de Prediker van het Pauselijk Huis,
Pater Cantalamessa en  zo wil ook ik aan u vragen:
Help ons pastoors mee om mensen te vissen.

                             Vrij vertaald naar Pater Raniero Cantalamessa OFM Cap. Prediker van het Pauselijk Huis,                                                                                                 Commentaar op de 5e zondag door het jaar C (2-2-2007)