Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

4e zo vd vasten A – het hart bepaalt de richting

4e zo vd vasten A – het hart bepaalt de richting        Echt/St.Joost, 26-3-17

Evangelie: De blindgeborene (Joh.9,1-41)

Net als vorige week hebben wij dit weekend weer een heel lang evangelie.
Dus ook nu weer een korte preek.

Het evangelie laat ons twee bewegingen zien:
de Farizeeën worden – geestelijk gezien – steeds blinder
en sluiten zich steeds meer van Jezus af.

Maar degene die eerst niets zag, omdat hij lichamelijk blind was,
krijgt niet alleen zijn gezichtsvermogen terug,
maar gaat ook geestelijk steeds meer zien.
De diepe ervaring van zijn plotselinge genezing vervult hem zozeer
met dankbaarheid en welwillendheid tegenover Jezus,
dat hij zich steeds meer voor Hem opent.
Zoals zo vaak is het hart, dat de richting van de gedachten bepaalt.

Dat geldt echter ook voor de Farizeeën.
Zij willen niet waar hebben dat deze Jezus,
die hen zo vaak gekritiseerd heeft,
méér is dan zijzelf, ja, méér is dan een gewoon mens.

En daarom vinden zij steeds weer schijnbaar redelijke argumenten,
waarom Jezus niet die kan zijn, die Hij werkelijk is.
Ook hier bepaalt hun hart de richting van hun gedachten.
In het vak gesprekstechniek, dat wij priesters in onze opleiding kregen,
werd ons duidelijk gemaakt, wat je bij zo’n vruchteloze discussie
als die van de Farizeeën en de blindgeborene moet weten.

Je moet namelijk altijd twee dingen onderscheiden:
de woorden op zich en de zogenaamde emotionele onderstroom.

Daarmee is bedoeld: Wie niet openstaat voor wat een ander zegt,
wie bij voorbaat al vindt, dat het niet waar mag zijn wat gezegd wordt,
die gaat zich innerlijk afsluiten.
Die gaat niet meer echt luisteren, maar is – terwijl de ander spreekt –
al bezig de argumenten voor zijn eigen gelijk op een rijtje te zetten.

En dan kan het gebeuren, dat de meest evidente dingen
niet meer doordringen
zoals ook de blindgeborene verbaasd moest vaststellen:

“Dit is toch wel wonderlijk, dat gij niet weet vanwaar Hij is,
en Hij heeft mij nog wel de ogen geopend.
Wij weten dat God niet naar zondaars luistert, …” (vers 30).
 
Dus, als je in gesprek gaat met mensen,
let dan niet alleen op de argumenten, ook op de emotionele onderstroom.
En als je merkt, dat daar iets niet klopt, benoem het dan ook.
B.v. zou je kunnen zeggen: “U heeft er blijkbaar moeite mee?”.

Dan moet de ander beginnen over zijn gevoelens, over wat leeft in zijn hart.
Dat moet eerst duidelijk zijn.

Want wij zeiden het al:
Uiteindelijk bepaalt ons hart de richting van onze gedachten.