Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

4e zo vd Advent B (Avond van Barmhartigheid – Impuls)

4e zo vd Advent B (Avond van Barmhartigheid – Impuls)   Echt, 21-12-14

Het evangelie laat ons zien dat er vreugde is over en weer.
Elisabeth is vol vreugde,
haar ongeboren kind springt van vreugde op in haar schoot
en Maria zingt: Van vreugde juicht mijn geest om God mijn Redder.

En zoals wij vanochtend al hebben aangetoond,
vindt die vreugde haar bron in het besef door God gered te worden.

Vanavond willen wij erover nadenken,
of wij wel gered willen worden en waarvan.
Want als wij niet tot het inzicht komen, dat er iets te redden valt bij ons, dan kunnen wij ons ook niet erover verheugen,
dat wij een Redder hebben.

Kortgeleden heb ik een commentaar op psalm 50 gelezen
van een van de grootste kerkleraren aller tijden,
van de heilige Augustinus.

Augustinus beweert, dat geen enkele zonde ongestraft kan blijven,
dat dit gewoon niet past bij Gods oneindige heiligheid
en rechtvaardigheid.

Maar, nu zult u misschien zeggen, God is toch barmhartig,
God vergeeft toch alles. Ja, ook dat is waar.

Vergeving is echter iets anders dan zonden door de vingers zien.
Vergeving is iets anders dan doen als of het er niet is.
God kan niet zeggen dat een zonde niet erg is,
God moet de zonde veroordelen. Dat hoort gewoon bij zijn wezen.

Hoe kunnen wij nu barmhartigheid verkrijgen
ondanks de onverbiddelijke rechtvaardigheid van God?

 

Augustinus gebruikt ervoor een prachtig beeld:

Er is maar een weg om barmhartigheid en vergeving te verkrijgen:
Wij moeten ons onze zonden niet alleen zelf voor ogen houden,
wij moeten ze als het ware in de hand nemen
en onze armen uitstrekken en ze God voorhouden door ze te belijden. Dan kan God onze zonden veroordelen zonder onszelf te treffen.
Dan kan God rechtvaardig én barmhartig tegelijk zijn.

Houden wij onze zonden echter verborgen voor God,
houden wij ze als het ware achter de rug,
dan is er geen buffer meer tussen ons en God,
dan maken wij het God moeilijk om barmhartig te zijn,
dan treft ons Gods rechtvaardigheid rechtstreeks zoals wij zijn:
beladen met zonden.

Geldt dit nu alleen voor de grote zonden?
Nou, bij de grotere zonden is er natuurlijk nog meer reden,
om niet door Gods rechtvaardigheid getroffen te worden.

Maar al de kleine zonden die wij belijden, die wij God voorhouden,
kunnen een buffer vormen tussen God en onszelf.

Reeds dan kan God al zijn barmhartigheid tonen,
reeds dan kunnen wij ervaren dat onze God een Redder is,
reeds dan is er reden tot vreugde,
reeds dan kunnen wij zingen:
“Van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder…” (Lc.1,47)