Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

4e zo dh jaar C – De kookpan

4e zo dh jaar C – De kookpan                              St.Joost/Echt, 31-1-16

Ik heb u vandaag een kookpan meegebracht.
Wij weten allen, als wij nu water in die kookpan verhitten,
als de warmte het water in beroering  brengt,
dan stijgt er op een gegeven moment stoom op.
Die stoom wil naar boven.

Dit lijkt mij een mooi beeld voor de momenten
dat je ziel in beroering wordt gebracht,
dat misschien zelfs een warm gevoel ontstaat in je ziel.
Dan openen wij ons al een beetje voor het bovennatuurlijke,
dan gaan onze gedachten als het ware al een beetje naar God uit
zoals de stoom die opstijgt.

Wij zien dat bv. bij de mensen in het evangelie vandaag.
Van hen die daar in de synagoge aanwezig zijn, wordt gezegd:
“Allen betuigden Hem hun instemming en verbaasden zich,
dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden”(Lc. 4, 22).

De mensen voelen aan, dat iets bovennatuurlijks in het spel is,
want er is sprake van “genade”.
En zij zijn innerlijk geraakt, wat uit het woord “verbazing”blijkt.
Ziet u, hoe zich hun ziel al een klein beetje opent?
Hoe hun verlangens opstijgen naar God
zoals de stoom uit een kookpot.

Maar krijgen die verlangens, die gedachten een kans?
Neen, meteen komt er de deksel van het rationele argument bovenop:
“Is dat niet de zoon van Jozef?”, zeggen zij.

Die kennen wij toch.
Hier kan gewoon geen sprake zijn van iets bovennatuurlijks, vinden zij.

Met één “oneliner” van 7woorden is alles letterlijk gedekselt.
En omdat “oneliners” nooit nuances kennen,
is er voor niets dat naar boven wil opstijgen nog plaats.
Deksel erop, einde verhaal.

Beste mensen, hoe vaak heeft zich dit al in de geschiedenis herhaalt,
hoe vaak herhaalt het zich juist in onze dagen!

Neem bv. de natuur.
Wij verbazen ons telkens weer, hoe geniaal alles functioneert.
Wij zien dat alles zo intelligent in elkaar zit,
dat er wel een grote geest achter moet zitten, een almachtige Schepper.
Onze gedachten  stijgen al op om Hem te prijzen en te loven,
maar dan slaan wij deze opwaartse beweging
als het ware zelf weer neer op het moment dat ons te binnen schiet:
“Alles is toeval en evolutie”, dat staat toch overal te lezen.
Deksel erop, einde verhaal.

Van dit soort deksels – meestal halve waarheden ,
soms zelfs hele leugens – bestaan er een hele boel.
Ik noem alleen maar de trefwoorden:

kruistochten,
heksenverbranding,
donkere middeleeuwen,
Galileo Galilei,
Paus Pius XII en de joden,
hedendaagse pausen en de aidsdoden in Afrika,
celibaat en priestertekort, enz. enz.

En wat hebben al deze deksels gemeenschappelijk?
Zij zijn zo dun als deze deksel hier!
Halve waarheden, die steeds maar worden herhaald
en waarbij nauwelijks iemand de moeite doet om dieper te graven,
om uit te zoeken hoe het werkelijk zit.

En wij? Wij nemen ze zo vanzelfsprekend over,
dat wij in heel veel gevallen al zelf de deksel doen
op alles wat onze ziel in beroering brengt,
op alles wat onze gedachten laat opstijgen naar boven.

Hoe lang laten wij ons geloof nog dekselen?

Laten wij de stoom van onze religieuze gedachten
eerst een tijd ongeremd naar boven opstijgen.