Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

4e zo dh jaar B – Onverdeelde toewijding aan de Heer

4e zo d/h jaar B      Onverdeelde toewijding aan de Heer                    Echt 1-2-15
Weekend voorafgaand aan de Dag van het Godgewijde Leven op 2-2-15

De lezing uit de eerste brief aan de christenen van Korinte (1 Kor.7,32-35)
heeft het vandaag over het verschil
tussen het christelijk huwelijk en het Godgewijde leven.

Dat komt dus goed uit, omdat wij (over)morgen
in de Landricuskerk op het feest van Maria Lichtmis om 19.00 uur
samen met verschillende religieuzen uit onze parochie
de dag van het Godgewijde leven gaan vieren.

Op de eerste plaats moeten wij beklemtonen dat het bij het verschil
tussen het christelijke huwelijk en het Godgewijde leven niet erom gaat
één van beide levensvormen slecht te maken
om de andere meer te laten schitteren.
Dat doet geen recht aan beide levensvormen.

Ten tweede moet meteen gezegd worden,
dat wij het over de twee levensvormen als ideaal hebben
en niet over wat de concrete mensen soms ervan maken.

Het huwelijk als de meest intieme menselijke liefdesgemeenschap,
als het wederzijdse zichzelf wegschenken van man en vrouw,
is de centrale bron van het natuurlijk geluk van de mens.
De huwelijksliefde wordt nog meer volmaakt,
als de echtgenoten ook vervuld zijn
van een bovennatuurlijke liefde tot Christus.
Dan delen ze werkelijk alles, wat het meest intieme in hun harten is:
hun geloof, hun hoop en dat,
waarin zij de zin en het doel van hun leven zien.

(Ik denk altijd bij mijzelf: hoeveel missen die echtparen
die het nooit over hun geloof hebben, die nooit samen bidden?)

Wie het huwelijk alleen maar ziet als de legitieme gelegenheid
zijn seksuele driften te bevredigen,
heeft noch de zin van het christelijke huwelijk begrepen
noch zal hij begrip kunnen opbrengen voor het Godgewijde leven.

Want het Godgewijde leven kijkt niet neer op het christelijk huwelijk,
maar ziet het als een groot goed en …ziet ervan af omwille van Christus.
Roger Schutz, de bekende prior van Taizé, schreef eens:

Het woord ‘Ik hou van U’, dat wij tegen Christus zeggen,
vraagt erom, onze intentie met een daad duidelijk te maken.
Anders blijft het lege letter.
Omwille van Hem moet bij elke innerlijke strijd gebroken worden,
wat gebroken moet worden,
zelfs als wij daardoor tijdelijk in onze levenskrachten geraakt worden.
De intimiteit met Hem zal onze eenzaamheden vullen.
Met Hem wordt ze tot eenwording en sterking in een geloof
dat bergen kan verzetten. (zie beneden, blz.82)

Bij het Godgewijde leven gaat het niet alleen
om “een onverdeelde toewijding aan de Heer”
waarover Paulus het vandaag heeft (vers.35).
Het is ook een unieke manifestatie van het geloof in Christus.

Als wij ons afvragen, hoe veel dingen die wij doen,
alleen maar vanuit het geloof hun zin krijgen,
die alleen maar zinvol zijn als de christelijke openbaring waar is,
dan zijn dat niet zo veel.

Werk, wetenschap, kunst, huwelijk, familie, vriendschap,
zij allen hebben zin ook zonder het geloof.
Alleen bidden, deelname aan de heilige Mis en de andere sacramenten,
zij worden totaal zinloos zonder geloof.

Hetzelfde geldt ook voor de stap
om het grote goed van het huwelijk op te offeren uit liefde tot Christus
en vanuit de overtuiging dat de eigenlijke vervulling in de eeuwigheid is.
Zonder geloof en liefde tot Christus is dit zinloos.

Natuurlijk moet je tot het Godgewijde leven geroepen zijn.
God vraagt dit niet van iedereen.
En je houdt het alleen vol, als je steeds weer tot je eerste liefde terugkeert.
En als je gedragen wordt door gelovigen die de schoonheid ervan zien.

Het Godgewijde leven is juist in onze tijd meer nodig dan ooit.
Juist omdat het alleen vanuit het geloof te begrijpen is,
is het ook een prikkel, een aanstoot en appel aan allen
om zich te verwonderen, om na te denken, om zich af te vragen:
Is Christus ook voor mij zo’n echte werkelijkheid
als voor degenen die hun hele leven aan Hem wijden?
(Preek gebaseerd op: Dietrich von Hildebrand, Zölibat und Glaubenskrise, Habbel Verlag, blz. 76 -92)