Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

Hoogfeest: Geboorte van Johannes de Doper 

Hoogfeest: Geboorte van Johannes de Doper                   Echt/St.Joost, 24-6-18

Soms kun je door een film dingen nog indringender ervaren
dan wanneer je alleen maar naar een verhaal luistert.
Dat geldt ook voor het verhaal van de naamgeving van Johannes,
dat wij zonet hebben gehoord en dat ook is verfilmd (in de film “The Nativity Story”).

Familieleden en buren vinden dat het kind “Zacharias” moet heten,
want het was toen gebruikelijk
dat de eerstgeboren zoon naar zijn vader werd genoemd.
Maar zijn moeder zegt: “Neen, hij moet Johannes heten” (Lc. 1,60).

Daarop ontstaat een discussie en men wendt zich tot de vader.
Die is echter sinds zijn Godservaring in de tempel met stomheid geslagen
en heeft een schrijftablet nodig.

En nu brengt de film de emotie heel mooi in beeld.
Wij zien hoe opgewonden Zacharias is
dat men niet wil uitvoeren wat hij van God zelf heeft gehoord.
Met krachtige pennenstreken schrijft hij op het tafeltje:
“Johannes zal hij heten”.

En terwijl hij dit tafeltje nadrukkelijk aan iedereen laat zien,
roept de tot dan toe stomme man zonder het meteen zelf te beseffen:
“Johannes zal hij heten, Johannes zal hij heten”.

Zacharias kan weer spreken en heft het loflied aan dat nu al 2000 jaar lang
elke dag in de Laudes (het ochtendgebed) van de Kerk wordt herhaald:

“Geprezen zij de Heer, de God van Israël, omdat Hij omziet naar zijn volk
en het bevrijdt…(Lc.1,68-79).

En nu wordt duidelijk, dat namen in de Bijbel niet zo maar worden gegeven.

Wat volgt in het eerste gedeelte van deze lofzang
komt namelijk precies overeen met de betekenis van de naam “Zacharias”.
Die betekent: “Jahwe gedenkt, herinnert zich”.
Inderdaad, dat doet een God die omziet naar zijn volk.

In het tweede gedeelte van zijn lofzang richt zich Zacharias
direct tot zijn zoon.

En nu komt de inhoud van de lofzang overeen met de naam “Johannes”,
die “Jahwe is genadig” betekent:

“En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste,
want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen.
Gij zult zijn volk de boodschap van verlossing brengen
door de vergeving van hun zonden;
Dank zij de innige barmhartigheid van onze God,
die als een nieuwe dag voor ons zal opgaan” (Lc.1, 76-78).

 

Zoals gezegd wordt deze lofzang, het zogenaamde “Benedictus”,
elke dag in het ochtendgebed van de Kerk herhaald.
Maar dan wordt er niet meer bij gezegd
dat Zacharias zich richt tot zijn zoon Johannes.

En daarom mogen ook wij ons aangesproken voelen door de woorden:

“En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste,
want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen” (Lc.1,76).

Ja, ieder van ons is geroepen de weg voor de Heer te banen,
ieder van ons is geroepen de boodschap van verlossing te brengen
die vooral erin bestaat mensen op te roepen
om weer om de vergeving van hun zonden te vragen
en op die vergeving te vertrouwen.