Alle parochianen worden uitgenodigd voor de jaarlijkse clustermis, dit jaar op maandag 14-1 om 19.00 uur in Koningsbosch !

4e zo vd Advent B – Boeteviering aan het begin van de Mis

4e zo vd Advent B – Boeteviering aan het begin van de Mis   23-12-17

Vandaag ipv. een preek een kleine boeteviering aan het begin

In de eerste lezing horen wij vandaag
dat koning David voor God een huis wil bouwen.
Maar hoe edel zijn voornemen ook is,
een mens heeft uit eigen krachten niets te bieden aan God.

Daarom voorspelt de profeet aan koning David:
“De Heer kondigt u aan dat hij voor ú een huis zal oprichten.

Als uw dagen voleind zijn en gij bij uw vaderen rust,
zal ik de nazaat die gij verwekt, hoog verheffen
en zijn koninklijke macht in stand houden.
Ik zal hem tot vader zijn en hij zal mijn zoon zijn” (2 Samuel 7,11b -14a).

De voorspelling gaat in vervulling,
wanneer God zich een huis bouwt in de schoot van Maria
en zijn eigen Zoon mens wordt.
Jezus is namelijk rechtens – via de lijn van zijn pleegvader Jozef –
een nazaat van koning David.

De 1e lezing en het evangelie van vandaag beklemtonen dus,
dat God degene is die zich een huis bouwt – een huis in de mens zelf.
Niet alleen in Maria, maar in overdrachtelijke zin ook in ieder van ons.

Dat is de kern van het Kerstfeest:
Jezus in onszelf, in ons hart verwelkomen.
Jezus in ons hart geboren laten worden.

Om de Heer een welbereid huis te bieden,
beginnen wij deze Mis met een wat langer gewetensonderzoek
dat dan overgaat in de algemene schuldbelijdenis.

Die algemene schuldbelijdenis die wij elke zondag bidden
sluit altijd af met de woorden:
Moge de almachtige God zich over ons ontfermen…
Het is een hopen op Gods barmhartigheid.

Wie die barmhartigheid nog sterker wil ervaren,
is trouwens na de mis uitgenodigd
voor een kort persoonlijk biechtgesprek,
om dan de persoonlijke absolutie te ontvangen.

Modern kerstgedicht                                 Gewetensonderzoek

Vanuit de diepte van mijn welvaartsstaat
roep ik tot U, tot Gij U vinden laat.

Want ik heb alles wat mijn hart begeert,
alleen ’t geloven heb ik afgeleerd.


De oude woorden
van het oude kerst­verhaal

spreken voor ons
een onverstaanbare taal.


Want wie gelooft er in een engelenlied
als hij het duivelse op aarde ziet?

 

Wie laat er nu nog alles in de steek
alleen omdat hij naar de hemel keek?


Wij geven U geen mirre
en geen wierook meer
en ’t goud
kunnen wij zelf gebruiken, Heer.


Wanneer men nu de kinderen vermoordt,
wordt er nog nauwelijks protest gehoord.

De herders vonden ’t Kind
en spraken over Hem;
Wij zwijgen nog na twintig eeuwen Bethlehem.


Wat moet het toch verdrietig voor U zijn
dat wij zo groot doen –
want U werd zo klein.

 

Wij zijn de kinderen van een harde,
koude tijd,
maar laat ons zien,
Dat Gij toch onze Vader zijt,
Dat Gij ons zoekt in onze duisternis,
omdat Uw liefde onveranderd is.

 

 

Spreek ik echt met God, en wel meerdere keren per dag?

De meeste mensen geloven wel iets, maar bepalen zelf inhoud van hun geloof. Hoe staat het met mij?

Elke taal moet je leren. Doe ik voor mijn geloof evenveel moeite als b.v. voor het leren van de computertaal?

 

Het kwade is de andere kant van de medaille van de vrijheid. Probeer ik overal het goede te ontdekken en te benoemen? Draag ik die hoop uit?

Wat zijn mijn concrete geloofs­daden?

Deel ik mijn welvaart met anderen?
Probeer ik mij in te leven in anderen en gebruik ik de “crisis”als smoesje om niets meer te hoeven geven.

Laat ik mijn christendom ook blijken in maatschappelijke discussies?

Hoe vaak heb ik mij geschaamd om voor mijn geloof uit te komen? Ben ik bereid om vanwege mijn geloof niet mee te tellen bij de massa?

Ben ik trots en denk ik dat ik mijn heil en geluk wel zelf kan bewerk­stelligen zonder de kerk nodig te hebben of besef ik dat ik de verlossing van Christus nodig heb die ons door de sacramenten en de gemeen­schappelijke geloofsbeleving in de kerk wordt aangereikt?

Zie ik in dat wij christenen juist in deze tijd door de liefde een nieuwe missie hebben in onze egoïstische tijd en werk ik eraan mee?