Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

3e zo vd Vasten C – Een bijzondere monstrans

3e zo vd Vasten – Een bijzondere monstrans                  St.Joost/Echt, 28-2-16

Exodus 3,3  “Ik ga erop af om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken”

Jaren geleden heb ik in de etalage van een goudsmid
een prachtige monstrans gezien – u weet wel,
zo’n rijkelijk versierde houder waarin de grote hostie tentoongesteld wordt.

Het bijzondere aan deze bewuste monstrans was,
dat ze overal van rode koralen was voorzien.
Vanuit de gouden voet staken gouden takjes omhoog
die een struik vormden en uit elk van die takjes kwamen dan rode koralen.
In het midden bevond zich een ronde opening voor de grote hostie.
Met de eerste lezing nog in het achterhoofd weten wij natuurlijk meteen
waarnaar die monstrans wilde verwijzen: naar de brandende doornstruik.

In de brandende doornstruik openbaarde God toentertijd iets
van zijn wezen:
dat Hij is als een vuur dat niet kleiner wordt en zichzelf niet verteerd.
Hij is altijd dezelfde, Hij blijft onveranderlijk, wat er ook gebeurt.
Zijn naam onderstreept dit nog: “Ik ben die is” (Ex.3,14).

Het verhaal van de brandende doornstruik leert ons ook,
hoe wij met die God moeten omgaan: respectvol en toch vol vertrouwen.
Dat gold toen, en dat geldt nog steeds, bv. tegenover Jezus in de Hostie.

Werd toen tegen Mozes gezegd:
“Doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilige grond” (Ex.3,5),
zo wordt nu van ons gevraagd om bv. voor de Hostie te knielen.
Beiden gebaren zijn uitdrukkingen van respect,
van erkenning van onze kleinheid tegenover de grote God.

Aan de openbaring van Gods naam: “Ik ben die is”
wordt meteen nog een tweede naam van God toegevoegd:
“Dit moet ge de Israëlieten zeggen:
De Heer de God van uw vaderen, de God van Abraham,
de God van Isaäk en de God van Jakob, zendt mij tot u” (Ex.3,15).

Daaruit blijkt dat de onveranderlijke God
niet een koud, ongenaakbaar Iets is, zoals een steen,
maar juist een levend Iemand
die met individuele personen een persoonlijke relatie onderhoudt.
En deze persoonlijke relatie gaat heel ver.
Zij bestaat niet alleen in dit leven, maar gaat in alle eeuwigheid voort.
Jezus zelf gaf namelijk deze uitleg aan de tekst:

“Hij is toch geen God van doden, maar van levenden,
want voor Hem zijn allen levend” (Lc. 20,38).

Hetzelfde geldt,  wanneer wij naar de Hostie kijken,
bij de aanbidding of wanneer ze omhooggehouden wordt in de Mis:
Dan gaat het om de levende Christus die mij ziet, die mij door en door kent
en die onveranderlijk dezelfde blijft: vol goedheid, erbarmen en heiligheid.

Mozes werd toen door God zelf gewaarschuwd
het vreemde verschijnsel van de brandende doornstruik
niet te doorgronden.
Want niet het intellectuele begrijpen van God
– wat eigenlijk betekent “grip willen krijgen op God” wordt gevraagd,
maar overgave en aanbidding.

Onder dezelfde voorwaarden kan zich Gods Zoon
ook in het vreemde verschijnsel van een consacreerde Hostie
aan  ons openbaren.

Opdat ook wij in Hem degene erkennen die zijn volk wil redden.
Amen.