- Parochie Echt - http://www.parochieecht.nl -

3e zo dh jaar C – De betrouwbaarheid van Lucas

3e zo dh jaar C – De betrouwbaarheid van Lucas           Echt/St.Joost, 27-1-19

Vandaag hoorden wij het begin van het Lucasevangelie.

En het is Lucas zelf die ons zijn werkwijze uiteenzet
“met de bedoeling u te doen zien, hoe betrouwbaar de leer is
waarin gij onderwezen zijt”,
zoals hij zelf schrijft (vgl.Lc.1,4).

Laten wij die werkwijze van Lucas wat nader bekijken,
zodat wij inderdaad bevestigd worden in de overtuiging
dat wij ons geloof niet op fake news hebben gebouwd.

Lucas begint ermee te zeggen, dat “reeds velen hebben getracht
de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaatsgevonden” (vers1).

Het gaat dus om gebeurtenissen die werkelijk hebben plaatsgevonden,
niet om een prekenverzameling
of om een fantasieverhaal waaruit wij wat lessen kunnen trekken.

Ook gaat het om gebeurtenissen ”welke ons werden overgeleverd
door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren…” (vers 2).

Lucas is dus zelf geen ooggetuige geweest,
maar beroept zich wel op betrouwbare ooggetuigen.

Voor die betrouwbaarheid is ook de tijdelijke afstand van groot belang.
Hoe langer een feit geleden is,
des te eerder sluipen er onnauwkeurigheden of latere opsmuk in een verhaal.

Nu kunnen wij reconstrueren dat Lucas zijn evangelie uiterlijk zo’n 30 jaar
na het aardse leven van Jezus heeft geschreven.
Dat laat zich afleiden uit het feit, dat Lucas,
die een metgezel van de apostel Paulus was (zie Kol. 4,14),
zijn tweede verslag, de Handelingen van de Apostelen,
afsluit met de gevangenschap van Paulus.
Vanaf die tijd, ca. 63 n.Chr., vermeldt Lucas niets meer over de apostel.

Zijn eerste verslag, het Lucasevangelie, moet hij nog daarvoor
hebben geschreven, dus uiterlijk 30 jaar na het aardse leven van Jezus.

Verder laat zich duidelijk aantonen,
dat Lucas over het evangelie van Marcus als zijn voornaamste bron beschikte,
maar ook over andere schriftelijke documenten en mondelinge overleveringen.

Als ik mij indenk, dat ikzelf iets zou moeten reconstrueren
wat maar zo’n 30 jaar geleden heeft plaatsgehad
en dat ik daarbij de hulp heb van schriftelijke documenten
en nog levende ooggetuigen,
dan denk ik dat ik ook tamelijk betrouwbaar zou kunnen zijn.

Bovendien mogen wij niet vergeten, dat de evangelist Lucas arts was (Kol.4,14)
en geleerd had, nauwkeurig te observeren en conclusies te trekken.
Hij beklemtoont dan ook “van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht” (Lc.1,3).

Wanneer Lucas vervolgens zegt,
dat hij een “ordelijk verslag”  heeft willen schrijven,
is dat niet noodzakelijk een chronologisch verslag.

Men heeft erop gewezen, dat Lucas het leven van Jezus verhaalt
als een trektocht. Jezus is de dakloze die nergens welkom is.
In Bethlehem is geen plaats voor Hem (2,7),
in Nazareth, waar Hij is opgegroeid niet (4,29),
uit Karfanaüm trekt Hij weg (4,43),
en ook de Samaritanen willen Hem niet ontvangen (9,53).
Dan begint de tocht naar Jeruzalem,
want in de heilige stad moet het heil voltrokken worden (9,51).
                                                        (Inleiding op Lucas, Willibrordvertaling 78)

Wanneer Lucas zich in de aanhef tot een zekere Theofilus richt,
kan het zowel om een concrete historische persoon gaan
alsook om de lezer in het algemeen.
“Theofilus” betekent namelijk “de door God beminde”.
En dat zijn wij allen.

Ja, dat kunnen wij zelfs proeven bij het aandachtig lezen van Lucas
die door de grote Italiaanse dichter Dante
“de schrijver van de zachtmoedigheid van Christus” werd genoemd.
                                                        (vgl. Inleiding Willibrord NT)