Alle parochianen worden uitgenodigd voor de jaarlijkse clustermis, dit jaar op maandag 14-1 om 19.00 uur in Koningsbosch !

PAASPREEK 2014

PAASPREEK  (PAASWAKE MET VOLWASSENDOOP)       19/20-4-2014

paaspreek

Tijdens de zomervakantie was ik in de oude Romaanse kerk van St.Pantaleon te Keulen. Daar is sinds kort de doopkapel op een heel bijzondere manier vernieuwd. En ik had mij toen al voorgenomen u vandaag met Pasen erover te vertellen.

Langs tegen de zijmuur van de kapel staan 7 goudkleurige zuilen met elk een Bijbelse afbeelding erop. Op de drie zuilen links zien wij de taferelen uit het Oude Testament: het Scheppingsverhaal, de doortocht door de Rode Zee en de 10 geboden.

Verhalen die ons eraan herinneren, hoe zeer God vanaf het eerste begin al met de mens is begaan. Bij de schepping stelde Hij hem aan tot medeschepper en beheerder van de aarde. En ondanks het feit dat de mens zich maar al te vaak deze uitverkiezing niet waardig toonde, liet God de mens niet vallen.

Integendeel, wanneer hij zich in zijn nood tot Hem richtte, dan greep God in. Dat was de ervaring van de Israëlieten bij hun uittocht uit Egypte en bij hun doortocht door de Rode Zee. En tot blijvende herinnering vieren de Joden tot op de dag van vandaag het Paschafeest, het Joodse paasfeest. Dat is de maaltijd die ze destijds vlak voor hun uittocht uit Egypte voor het eerst hadden gegeten. En bij dit Paschamaal moet dan de jongste aan tafel de rituele vraag stellen: “Wat is zo bijzonder aan deze avond? Wat herdenken wij vanavond?” En dan vertelt het gezinshoofd over de uittocht uit Egypte en hun redding door het water van de Rode Zee heen.

Op hun weg door de woestijn kwamen de Israëlieten bij de berg Horeb. Daar gaat het derde oudtestamentische tafereel over. Op die berg sloot God met hen een verbond, werd dit volk in bijzondere mate Zijn eigen volk. Daar ontving het door Mozes de 10 geboden, de verbonds­bepalingen.

Maar hoe snel werd dit verbond door de mens verbroken! Uit eigen kracht bleek hij tot niets in staat te zijn.

En hoeveel geduld bracht God op met zijn zo onwaardige verbonds­partner! Honderden jaren maakte God het ene aanbod na het ander, stuurde Hij zijn profeten, sprak op strenge toon of lokte met grote beloften.

Maar hoe kon de mens dan ook een eenmaal begane zonde tegenover God ongedaan maken? Met dierenoffers misschien, met iets dat helemaal niet van hem was, maar dat hem alleen in bruikleen was gegeven door de Schepper zelf? Neen, het was onmogelijk. De mens kon en kan zich niet zelf verlossen.

Daarom stuurde God zijn eigen Zoon die van zichzelf zei:

Slachtoffers en gaven hebt U niet gewild,
maar U hebt voor Mij een lichaam bereid.

Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen.
Toen zei Ik: Hier ben Ik, Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen,
zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat (zie Heb.10,5-7)

Over die Zoon van God vertellen de andere zuilen in die doopkapel.

Van rechts naar links zien wij de Doop van Jezus in de Jordaan, waarbij de Vader Jezus uitdrukkelijk als zijn geliefde Zoon aanwijst. Hij is de nieuwe Adam, de enige verbondspartner die het verbond niet zal breken. Deze zuil, uiterst rechts, sluit dan ook aan op de zuil, uiterst links, waarop van de schepping van de eerste mens sprake was.

Op de volgende zuil rechts is een scene uit het Laatste Avondmaal te zien. Ook deze zuil heeft weer een tegenhanger aan de linkerkant: namelijk het oudtestamentische Paschamaal. Bij het Laatste Avondmaal werd het altijddurende verbond met de hemelse Vader al gevierd, dat door de Kruisdood van de Heer tot stand kwam. Dat is dan ook afgebeeld op de volgende rechter kolom.

Precies in het midden tussen de zuilen over het Oude Testament en die van het Nieuwe Testament zien wij een scene van Paasochtend:
De verrezen Heer ontmoet Maria Magdalena en spreekt haar aan.

Die vrouw op de foto keek er net naar. Maar wat is met die vrouw? Zij is geen verdwaalde toerist, die toevallig mee op de foto kwam. Nee, zie is erbij geschilderd. Levensecht en levensgroot. Een vrouw met moderne kleren, een persoon van nu. Zij kijkt achterom, verrast, innerlijk geraakt, zoals ook uit haar handenhouding blijkt. Zij kijkt richting doopvont. Maar kan een dood voorwerp zoals een doopvont tot haar spreken? Neen.

Zij, die net naar de verrezen Heer en Maria Magdalena heeft gekeken, beseft plotseling dat de Heer ook haar aanspreekt. Ook haar bij name noemt. Zij beseft dat het hier niet alleen maar gaat om een verhaal uit lang vervlogen tijden. Als de Heer leeft, dan leeft Hij altijd. Dan spreekt Hij ook nu tot ons.

Zij kijkt naar die doopvont en weet: Als ik mij laat dopen, dan zegt de hemelse Vader ook tot mij: Jij bent mijn geliefd kind. Ik sluit een altijddurend verbond met jou. Mijn kind, Ik zie aan je blote, vuile voeten dat je al een hele weg achter je hebt. Al je falen, al je zonden wil je van je afwassen. Kom maar. Wees niet bang.

En door deze woorden geraakt ontbrandt een grote liefde in haar, aangeduid door het felle rood van haar trui.

En zo zal ze zeker naar het doopvont stappen, treden in die grote cirkel erom heen. Die cirkel op de grond staat voor de kerkgemeenschap, waarin ze door het doopsel wordt opgenomen.

In de cirkel staan immers de woorden gegraveerd van de geloofs­belijdenis dat wij straks ook allen zullen uitspreken om ons eigen doopsel te hernieuwen.

(Maar eerst worden wij getuige van het doopsel van Thomaj.)