Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

2e zo van Pasen B – 10 tegen 1

2e Zondag van  Pasen B – Tien tegen één                 St.Joost/ Echt, 12 april 2015

Evangelie: Johannes 20, 19-31 (De ongelovige Thomas)
(Deze preek is met toestemming overgenomen van pastoor Jeroen Smith)
Tien tegen één …

 

Dat klinkt als een weddenschap.
Maar we zeggen het ook als we iets heel zeker weten:
Tien tegen één dat ik gelijk heb!

 

Eens waren er een week lang tien tegen één.
Oorspronkelijk liepen ze met zijn twaalven, maar één was af gevallen!
Elf bleven er over, echt broeders in de Heer.
Toch kwam er tweespalt, want tien maakten iets mee, waar de elfde niet bij was.
“Op de avond van die eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus  binnen, ging in hun midden staan en zei:
‘Vrede zij u.’ Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.”
(Joh.20, 19-20)
Wat een gebeurtenis!
Droefheid en uitzichtloosheid maakten plaats voor vreugde en toekomst.
De tien stonden al te popelen om het iedereen te gaan vertellen:
Jezus is verrezen en leeft. Allereerst aan die elfde!

“Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd,
was echter niet bij hen, toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem:
‘Wij hebben de Heer gezien!’
Maar  hij antwoordde: ‘Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie
en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken
en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.’”
(Joh. 20, 24-25)

 

Meestal zoomen we in op de ‘ongelovige Thomas’.
Maar wat moeten die andere tien doorgemaakt hebben?
Allemaal vertelden ze hetzelfde, en toch geloofde Thomas hen niet.
Als ze hém al niet konden overtuigen,
hoe zouden ze dan de hele wereld kunnen overtuigen?

Misschien probeerde ieder van hen het nog eens afzonderlijk.
Maandag kwam Johannes langs:
“Thomas, broeder, ik ben dan wel de jongste, maar het is echt gebeurd,
Jezus is verrezen. Ik had het lege graf al gezien…” Geen resultaat.

Jacobus doet een dag later een poging:
“Mijn beste, later zal men mij de oudere noemen,
geloof me toch omwille van mijn ouderdom!” Nee hoor.

Andreas, Fillipus, Jacobus de Jongere, Simon de Zeloot, Bartholomeus, Matheus…
ze baden veel voor Thomas.
“Het lijkt wel een hopeloze zaak,” verzuchte Judas Thaddeus op vrijdag.
Tenslotte gaat Petrus zelf er op af,
wat bezwaard, want hij had niet altijd de waarheid gesproken,
zou hij dan nu nog wel geloofwaardig zijn?
“Thomas, het is waar! Kijk dan: tien tegen één, dat de Heer verrezen is!”
Maar Thomas kon het niet geloven.

 

Er zijn velen zoals de tien apostelen, diep overtuigd van de liefde van Jezus,
maar ze stuiten op even zovele Thomassen.
Op het werk ontmoeten we scepsis en het herhalen van negatieve mediaberichten.
Op familiefeestjes gaan de gesprekken over magere koetjes en gouden kalfjes,
maar niet over het geloof.
Ouders zien hoe bij kinderen het geloof uitgedoofd lijkt te zijn
met kleinkinderen die niet meer gedoopt worden.
Jongvolwassenen kunnen hun geloofsenthousiasme niet kwijt bij hun ouders.
De tien en Thomas: ze zijn overal, verrijzenis-verkondigers en gesloten harten.

 

“Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen,
en nu was Tomas erbij.
Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’
Vervolgens zei Hij tot Tomas:
‘Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.
Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig,
maar gelovig.’ Toen riep Tomas uit: ‘Mijn Heer en mijn God!’”
(Joh. 20, 26-28).

 

Wat de tien niet voor elkaar kregen, lukte de verrezen Heer wel.
Thomas geloofde en aanbad Jezus.
Wat wij niet voor elkaar krijgen, kan de verrezen Heer wel bewerken:
door gesloten harten binnengaan met de adem van zijn barmhartige Liefde.

Dit gebeurt op zijn tijd, op een moment van openheid.
Een deur die op een kiertje gaat, ook omdat wij zijn blijven bidden.
Tien tegen één, dat God die kans niet voorbij laat gaan.

 

Pastoor Smith